Jeugdzorg houdt toezicht in de baarmoeder

Bij verslaafde moeders worden kinderen vaak direct na de geboorte weggehaald. Dat gaat nu netter dan vroeger. Hulpverleners kijken al voor de bevalling mee.

Soms is het beter om niet te wachten tot baby’s geboren worden, maar kun je beter ingrijpen als ze nog bij moeder in de buik zitten. Bijvoorbeeld als de moeder zo verslaafd is aan drugs of alcohol dat het kind tijdens de zwangerschap al onherstelbare schade oploopt. Of als zeker is dat het kind na de geboorte onmiddellijk bij de ouders moet worden weggehaald, omdat die door psychische problemen of verstandelijk onvermogen de zorg niet aankunnen.

Dat kan inmiddels. Sinds 2008 worden naar schatting van de Raad voor de Kinderbescherming jaarlijks tegen de honderd ongeboren kinderen onder toezicht gesteld. In dat jaar maakten kinderrechters met de Raad en Bureau Jeugdzorg afspraken over de zorg voor ongeboren kinderen. Voor die tijd kon de Raad pas iets doen als het kind eenmaal geboren was. Ook als al bekend was dat de moeder problemen had die tijdens en kort na de zwangerschap gevaar voor het kind opleverden. Dat was niet goed voor de kinderen en het leverde nare situaties op in ziekenhuizen, waarbij kinderen direct na de geboorte onverwacht werden weggehaald bij – zich soms heftig verzettende – moeders.

Ank van Meggelen werkt bij de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam en was betrokken bij het maken van die afspraken. „Het was voor iedereen duidelijk dat het beter was als de Raad voor de Kinderbescherming niet pas na de geboorte betrokken is. Het is veel eerlijker als de moeder al van tevoren weet waar ze aan toe is. Aan welke voorwaarden ze tijdens de zwangerschap moet voldoen bijvoorbeeld.”

Het gaat om verschillende groepen ouders, zegt Van Meggelen. De eerste groep zijn de verslaafde moeders, soms zonder vaste woonplaats. Er is steeds meer bekend over de schade die drugs en ook alcohol opleveren voor ongeboren kinderen. En er zijn risico’s direct na de bevalling. Als de moeder dan high raakt bijvoorbeeld. Kinderen van verslaafde moeders hebben direct bijzondere zorg nodig.

De tweede groep zijn ouders met verstandelijke beperkingen. Bij hen moet worden vastgesteld of ze in staat zijn voor een baby te zorgen, en het is goed dat voor de geboorte te doen. Tot slot zijn er nog zwervende psychiatrische patiënten.

De rechters bleken bereid mee te werken aan toezicht op ongeboren kinderen. „Maar pas vanaf 23 weken. Tot die tijd kan de moeder nog legaal abortus plegen.” Aanvankelijk was Bureau Jeugdzorg, dat het toezicht uitvoert, huiverig over het idee, zegt Van Mechelen. „Ze wisten niet goed wat ze met ongeboren kinderen aanmoesten: waar houdt toezicht op?”

Dat is inmiddels veranderd. In Rotterdam heeft Jeugdzorg inmiddels veel ervaring met dergelijke ondertoezichtstellingen. Maar zaligmakend is het niet: de mogelijkheden zijn beperkt en veel blijft afhankelijk van de medewerking van de moeder. Kim Houtstra en Ninja Kloos van Bureau Jeugdzorg Rotterdam hebben er ervaring mee. Zij zitten beiden in het zogeheten spoedteam: gezinsvoogden die meteen moeten ingrijpen als kinderen gevaar lopen. Hun team krijgt ieder jaar ongeveer twintig ongeboren kinderen onder hun hoede. Vrijwel altijd zijn de moeders verslaafd en soms hebben ze ook een psychische stoornis.

„We maken met de moeder afspraken over het verdere verloop van de zwangerschap, en de periode daarna. We stellen altijd de voorwaarde dat de moeder geen drugs meer gebruikt”, zegt Kloos. De reacties van de vrouwen zijn heel wisselend, zeggen Kloos en Houtstra. De meesten zijn ontkennend, of bagatelliseren het probleem. Sommigen zijn verdrietig over de situatie waarin ze terecht gekomen zijn. En als er psychische problemen zijn, is er vaak sterke weerstand.

Het drugsgebruik wordt gecontroleerd door het regelmatig testen van de urine. „Als blijkt dat de moeder toch blijft gebruiken, dan kan ze gedwongen worden opgenomen.” Daar komt dan weer een andere instantie aan te pas (in Rotterdam de Bouman GGZ), een andere rechter, en een andere wet. „Maar het kan redelijk snel gaan”, zegt Houtstra.

Met de moeder kunnen ook afspraken voor na de bevalling gemaakt worden. Maar vaak is dat niet nodig. „Negen op de tien keer halen we het kind direct na de bevalling bij de moeder weg”, zegt Kloos. Het kind komt dan bij een gespecialiseerd, zogeheten therapeutisch pleeggezin terecht. Houtstra: „Dit soort kinderen heeft bijzondere zorg nodig. Heel veel rust en regelmaat.”

De meeste moeders werken mee, maar niet alle. Kloos: „Ik heb een keer een moeder gehad die naar het buitenland vertrok. En sommige moeders gaan voor de bevalling opeens naar een ander ziekenhuis in plaats van het Erasmus Medisch Centrum waar verslaafde moeders behandeld worden. Dan ruiken ze onraad. Maar dan worden we toch op de hoogte gesteld.”

Of de kinderen terugkomen bij hun moeders hangt erg van het soort problemen af, zeggen de voogden. Meestal blijft het kind in de pleegzorg en is er een omgangsregeling met de moeder. Maar er zijn ook kleine succesjes. „Daar houd ik me dan aan vast”, zegt Kloos. Zoals de vrouw van veertig die sinds haar 14de gebruikt en al twee kinderen niet zelf heeft kunnen opvoeden. Ze is zwanger nu, en heeft een partner die geen drugs gebruikt. „En die verwacht van haar dat ze clean blijft. Dat zou goed kunnen gaan.”