Iran bouwt eigen internet-fort

De Iraniërs moeten naar de verkiezingen worden gelokt, dus internet werkt nu. Maar daarna komt de censuur volop terug. ‘Het regime wint de strijd om internet.’

Als Maysam, een prominente Iraanse blogger, het internet op wil, moet hij een speciale verbinding aanzetten die de staatsfilters van de islamitische republiek omzeilt.

Maar sinds kort werkt de software niet meer, die hem en miljoenen anderen Iraniërs vrij toegang gaf tot het internet. Als het toch lukt verbinding te maken met de buitenwereld, is de verbinding zo langzaam dat sites zoals Facebook, Gmail en Yahoo niet kunnen worden geopend.

Deze week, waarin iedereen wordt aangemoedigd deel te nemen aan de parlementsverkiezingen van vrijdag, werkt internet redelijk. Maar daarna keert het „filternet” terug.

De machthebbers krijgen steeds meer greep op wat er wordt bekeken, ge-upload en gediscussieerd op internet. Na een langzame start boeken ze succes na succes, zeggen Iraanse internetgebruikers, en de toekomstplannen voor nog meer censuur zijn ambitieus.

„Er heeft een verandering plaatsgehad”, zegt Maysam, die zijn achternaam niet wil noemen uit angst voor de cyberpolitie. „De autoriteiten winnen de strijd om internet.”

Want over een paar maanden wordt de eerste fase van het ‘Nationale Internet’ in gebruik genomen, vergelijkbaar met een intranet op een kantoor. De nieuwe controle over de speciale software die het gebruikers toestond om de regeringsfilters te omzeilen, is daar een voorbode van, vrezen velen. De verwachting is dat veel populaire websites straks helemaal niet meer te bezoeken zijn.

Het nationale internet is bittere noodzaak, zeggen de autoriteiten. Het zal volgens hen voorkomen dat westerse vijanden Iraanse burgers bespioneren. De campagne tegen internet valt samen met spanningen over mysterieuze explosies, moordaanslagen en geheimzinnige computervirussen gericht tegen Irans nucleaire programma.

Minister van Technologie Reza Taghipour bestempelde internet onlangs als een „spionagegereedschap”, dat maar beter kan worden „genationaliseerd”. Hij liet weten dat een snelheid vergelijkbaar met een telefoonmodem voldoende is voor burgers om „hun e-mail te checken”. Het bekijken van filmpjes en uploaden van foto’s is tijdverspilling, legde hij vorige week uit.

Hij en andere Iraanse functionarissen beschuldigen westerse bedrijven ervan samen te werken met westerse regeringen om informatie over Iran te verzamelen.

De Verenigde Staten hebben tijdens de demonstraties in Iran in 2009 de microberichtendienst Twitter gevraagd onderhoud uit te stellen. De Nederlandse minister Uri Rosenthal organiseerde in december samen met het Amerikaanse Google een evenement ten bate van internetvrijheid en mensenrechten online.

„Die bedrijven stelen informatie en volgen hun eigen doelen”, zei Taghipour. „Iran heeft nationaal internet nodig om de privacy van zijn burgers te beschermen.”

Er zal toegang tot internet blijven, zeggen hij en andere functionarissen, maar niet meer tot „beschadigdende” websites. Telegraaf.nl is bijvoorbeeld gewoon toegankelijk, maar een site als Geenstijl.nl niet. Hoe het onderscheid wordt gemaakt is onduidelijk. „In principe worden alle interessante websites afgesloten”, zegt Maysam. „Iran zal een geïsoleerd eiland in een veranderende wereld worden als dit gebeurt.”

Voor degenen die toch proberen achterdeuren te vinden in het Iraanse internet-fort worden ook maatregelen getroffen.

In september werd Diginotar, een Nederlands bedrijf dat internetveiligheidscertificaten van websites afgeeft, gehackt en werden de digitale sleutels voor sites van Google en Yahoo gestolen. De diefstal kwam aan het licht toen honderdduizenden Gmail-gebruikers in Iran merkten dat hun berichten op een vreemde manier werden doorgestuurd.

Een Iraanse hacker die zich in zijn e-mails Sunich noemt – naar een vruchtensap die wordt weggegeven tijdens staatsbijeenkomsten – zegt dat hij de certificaten heeft gestolen en aan de autoriteiten heeft gegeven. „Net zoals in andere landen moeten diegenen die met westerse inlichtingendiensten samenwerken worden gestraft”, schreef hij in een e-mail, als verklaring voor zijn daad, die volgens hem de staat zou helpen spionnen te identificeren.

Nu al lopen bloggers en activisten gevaar te worden gearresteerd en veroordeeld wegens wat ze online schrijven. Een Iraans-Canadese weblogger, Saeed Malekpour, wacht op executie voor „het verspreiden van pornografisch materiaal”. Malekpour zegt dat hij slechts een pagina had gemaakt waar gebruikers films en foto’s konden uploaden.

Drie weken geleden arresteerde de cyberpolitie de makers van een Facebook-pagina die een online „knap, of niet knap” wedstrijd hadden georganiseerd voor Teheraanse jongeren. Volgens de autoriteiten bevorderden ze prostitutie.

Mostafa, een 27-jarige assistent in een uitgeverij, zegt dat hij afscheid heeft genomen van het internet. „Het enige wat we nog kunnen lezen zijn officiële nieuwswebsites.”