Ingenieurs 'gedwongen' tot fusie

Ingenieursbureaus DHV en Royal Haskoning gaan samen. Minder overheidsopdrachten en lage winstmarges brachten de partijen tot een krachtenbundeling, al staan betrokkenen niet te trappelen dat te erkennen. Zij wijzen liever op het concurrentievoordeel van een fusie.

Gevoel voor timing kan topman Erik Oostwegel van ingenieursbureau Haskoning niet worden ontzegd. De laatste keer dat hij het landelijke nieuws haalde was precies een jaar geleden.

Toen speelde zijn bedrijf onverhoopt een hoofdrol in een omstreden, want mislukte reddingspoging van de Koninklijke Marine op het strand bij de Libische havenstad Sirte. Een van zijn expats, ‘ingenieur Paul’, had gevraagd om ontzet te worden uit de geboorteplaats van kolonel Gaddafi. De evacuatie mislukte. Nederland verloor een kostbare Lynx-helikopter. Twee bemanningsleden, Paul en een tweede evacué, werden door het wankelende regime van gevangen genomen. Na een paar dagen kwamen ze vrij.

Vandaag werd die gemolesteerde helikopter door het nieuwe Libische regime teruggeven aan de Nederlandse krijgsmacht. En Erik Oostwegel haalt opnieuw de krant.

Vanochtend kondigde Royal Haskoning aan te zullen fuseren met branchegenoot DHV, waardoor het grootste ingenieursbureau van Nederland ontstaat.

Puur toeval, zegt hij. Uiteraard. En zijn man in Libië maakt het goed. „Paul is al weer lange tijd vrolijk aan de slag.” Oostwegel en zijn fusiepartner Bertrand van Ee van DHV glommen vanmorgen bij de persconferentie in een van de Oranje Zalen van het Amsterdamse Hilton Hotel.

„Een heus Oranje moment”, zei Van Ee, de beoogde bestuursvoorzitter van de nieuwe combinatie. „We zullen nu kunnen meespelen met de wereldtop.” „Ook ik ben hier ontzettend gelukkig mee”, voegde Oostwegel eraan toe, die tweede man in de raad van bestuur wordt. „We gaan samen hele leuke dingen doen.”

De twee concerns, met 8.000 medewerkers samen goed voor een omzet van meer dan 700 miljoen euro, spelen afzonderlijk al jaren mee in de export van Hollands Glorie: ingewikkelde projecten op het gebied van waterbouw, baggerwerk, dijkverzwaring en andere grote infrastructurele klussen, overal te wereld. De twee bedrijven zijn in 35 landen actief.

Beide bedrijven gaan er prat op zelfstandig te zijn: niet beursgenoteerd zoals hun Nederlandse concurrenten Grontmij, Arcadis en Oranjewoud. En dat willen ze graag ook blijven. De aandelen van zowel DHV als Haskoning zijn in handen van een stichting, en deels van het personeel. „Juist dat gaf ons de mogelijkheid om rustig aan deze fusie te werken”, zegt DHV-baas Van Ee. Er kwamen geen externe zakenbankiers aan te pas, hoewel die in de afgelopen jaren volgens Oostwegel de deur plat liepen om alle mogelijke andere fusie- of overnameplannen te slijten.

DHV en Haskoning kennen elkaar al jaren. Ze komen elkaar geregeld tegen op handelsmissies – onlangs nog in het gevolg van koningin Beatrix in Oman – en ze voeren al enkele grote werken samen uit, zoals een omvangrijk watermanagementproject in de Mekong Delta in Vietnam en de aanleg van een brug- en tunnelcomplex voor de kust van Hongkong.

Beide ondernemingen zagen hun omzet van 2009 op 2010 dalen – cijfers over 2011 zijn nog niet beschikbaar. DHV leed in het laatst bekende jaar zelfs verlies door de bezuinigende overheden. Maar volgens beide directeuren is de fusie niet uit nood geboren, maar op een bepaalde manier wel noodzakelijk. Van Ee: „Er is onder onze klanten wereldwijd grote behoefte aan krachtenbundeling. Nu we die realiseren, is het voor ons gemakkelijker om samen meer grote projecten aan te kunnen.”

Volgens Oostwegel vullen de twee concerns elkaar op punten goed aan. Zo is DHV goed in de bouw van luchthavens, en heeft Haskoning meer ervaring met de aanleg van havens. Haskoning doet veel in watervoorziening, DHV juist in de verwerking van afvalwater. „Zo kunnen we de concurrentie beter aan als het gaat om geïntegreerde waterprojecten. Daar hebben nu met name Franse clubs een leidende rol.”

Toch is er ook overlap. In veel landen zijn beide bedrijven reeds actief, of met een filiaal permanent aanwezig. De twee topmanagers verwachten op dat vlak niet veel directe integratieproblemen die tot ontslagen zullen leiden.

In Nederland, waar het nieuwe bedrijf zich zal vestigen in het huidige hoofdkantoor van DHV in Amersfoort, verwachten de twee wel enig banenverlies. DHV ontsloeg onlangs nog 120 medewerkers. Oostwegel: „We hebben niet voor alle divisies twee directeuren nodig. We gaan zorgvuldig kijken hoe we de organisatie efficiënter kunnen krijgen.”

Veel details over de financiële voordelen willen de twee fusiepartners nog niet kwijt. De jaarrekeningen over 2011 zijn nog niet opgemaakt, en vooruitzichten over toekomstige omzet- en winstontwikkeling willen Oostwegel en Van Ee nog niet met de buitenwereld delen.

Volgens Van Ee was het bij het interne boekenonderzoek opvallend hoeveel, in financieel opzicht, beide bedrijven op elkaar lijken. „Op basis van de omzet- en winstontwikkeling in de afgelopen vier jaar, de balanspositie en de marktwaarde is de verhouding precies fifty-fifty.”

Het leidt ertoe dat de fusie plaatsheeft op basis van volledige gelijkwaardigheid, zoals dat heet. En met gesloten beurzen. Geen van de aandeelhouders hoeft de andere partij iets over te maken.

    • Philip de Witt Wijnen