Het vergeten land van Europa

In Slowakije is grondig met de verfkwast over de socialistische woonblokken gegaan. Maar achter de façades is weinig veranderd. En dat maakt Slowakije zo’n geweldig vakantieland.

Abram Muller

In de vroege zomer van 1986 ging ik voor het eerst naar Tsjechoslowakije. Door een merkwaardig gevoel van solidariteit gedreven, bezocht ik in die jaren de landen van Midden-Europa die na de Tweede Wereldoorlog zo onrechtvaardig door het Westen werden overgeleverd aan de dictatuur van het communisme. Bovendien leek zich in Nederland in de jaren 80 niemand meer te bekommeren om deze ‘vergeten’ landen van Europa. Praag was in 1986 een lege stad geworden zonder ziel, waar, zoals een Tsjech mij vertelde, alleen nog vrijheid was in seks en fantasie, want daar kon het regime niet in doordringen.

Tijdens mijn eerste avond in Praag zag ik de mensen om me heen smakelijk grote gepaneerde schnitzels met gebakken aardappelen nuttigen. Nederlandse autoriteiten hadden gewaarschuwd vooral geen paddenstoelen te eten, en vlees en verse groente te vermijden. Het was een paar weken na de kernramp van Tsjernobyl. Ik twijfelde even of ik ingemaakte groente op zuur zou bestellen. De mensen om me heen wisten van niets. In de Pravda zou men vergeefs naar de waarheid hebben gezocht. Ik bestelde schnitzel en aardappels en dat smaakte verdomd lekker.

Bratislava had een geheel andere uitstraling dan Praag. Er lag een zuidelijk temperament over de stad, een zekere onbezorgdheid, het leven was er op straat en niet binnen zoals in Praag. Het Slowaaks klonk vriendelijk muzikaal na het wat monotone Tsjechisch. Op de binnenplaatsen van eeuwenoude paleizen in de Oude Stad werden halve liters bier naar binnen gegoten. Terwijl in Praag de onderdrukking van het intellect de stad had vermoord, maakten de Slowaken in Bratislava zich geen zorgen om intellectualiteit en leefden zij erop los. Ik voelde me er bijna thuis.

De grens met Oostenrijk lag vlak langs Bratislava. In de velden lagen de mijnenvelden en prikkeldraadversperringen. In de zomer van 1986 was ik op de dag dat ik terugkeerde naar Nederland de enige die de grens overstak langs militaire wachtposten naar het Vrije Westen. Ik had net een van de strengste communistische regimes verlaten. Niemand kon verwachten dat drie jaar later de regimes in het Oostblok als dominostenen zouden omvallen, dat de bevolking daar zichzelf zou bevrijden van de dictatuur.

Begin 1990 keerde ik terug naar Bratislava. Er heerste euforie en de hoop op een beter leven in vrijheid. En sindsdien is mij die vraag vaak gesteld: zijn de mensen nu gelukkiger geworden? Ik ondervond na enige tijd dat dit niet zo was. Leven in vrijheid maakt niet automatisch gelukkiger, men moet het leren, want het maakt het leven ook gecompliceerder. Maar de mensen zijn wel bevrijd, bevrijd van angst, angst om zich uit te spreken, angst om te protesteren, angst om afgeluisterd te worden, angst om gepest te worden door de geheime politie, de angst dat je niemand kon vertrouwen.

Het is nu meer dan twintig jaar na de definitieve bevrijding van Europa, en Slowakije is gelukkig een normaal land geworden dat perfect past in de Europese structuur. Het heeft zelfs al de euro en niemand die erover zanikt, integendeel, die euro geeft de Slowaak zelfvertrouwen en het gevoel de andere landen van Midden-Europa voorbij te hebben gestreefd, Polen, Tsjechië en Hongarije. En in het centrum van Bratislava worden nog steeds eerlijke halve liters op de terrassen gedronken en dat geeft een vertrouwd gevoel.

Door het land reizend ziet men dat er grondig met de verfkwast over de grauwe socialistische woonblokken is gegaan en dat het centrum van eeuwenoude stadjes heel aardig is opgeknapt. Maar achter de façades is weinig veranderd. Slowakije is in de eerste plaats een bergland waar de bevolking eeuwenlang diep verscholen in wouden en valleien heeft geleefd zonder dat ze merkten dat er een buitenwereld was. En die buitenwereld wist tot voor kort nauwelijks dat er Slowaken bestonden. En misschien is dit wel de reden waarom Slowakije zo’n geweldig vakantieland is: men kan hier in Europa totale afzondering vinden, het gevoel krijgen dat men heel erg ver van huis is, en dat op slechts 1200 kilometer van Nederland.

En de tomaat ruikt er nog naar een tomaat, een maaltijd bestaat er heel eerlijk uit een stuk vlees, aardappels en wat groente. En dat allemaal voor zogezegd vooroorlogse prijzen. Oudere Nederlanders vinden er iets van onschuld en jeugd terug in de stadjes, waar verliefde stelletjes voorzichtig naast elkaar op bankjes zitten, opa met het kleinkind wandelt, een Roma-orkestje weemoedige liedjes speelt. En overal die halve liters. Men zegt wel dat het ware karakter van de mens naar buiten komt als hij gedronken heeft. De Nederlander raakt gefrustreerd en trapt tramhokjes en telefooncellen in elkaar. De Slowaak wordt melancholisch, sluit vriendschap, betaalt nog een rondje, plengt wat tranen en valt vervolgens in slaap. Eerlijkheid is het woord dat me steeds te binnen schiet, na ruim twintig jaar in Slowakije te hebben gewoond, waar het leven in alle eenvoud nog bestaat.

Abram Muller is de auteur van de reisgids Slowakije die onlangs is verschenen bij Dominicus

    • Abram Muller