Evacuatie Tokio was optie na kernramp Fukushima

De Japanse regering heeft na de aardbeving en tsunami vorig jaar het gevaar van een nucleaire ramp gebagatelliseerd, om algehele paniek onder de bevolking te voorkomen.

Zij heeft overwogen om Tokio (rond 13 miljoen inwoners) te evacueren, temeer daar ze in de eerste dagen na de natuurramp geen idee had van de schade aan de kerncentrale.

Dat concludeert The New York Times op grond van een onderzoek door het Japanse instituut Rebuild Japan Initiative Foundation. „We zijn ternauwernood ontsnapt aan het worstcasescenario, maar het volk wist van niets”, zegt oprichter Yoichi Funabashi. De krant kreeg voorinzage in het onderzoek naar de reactie op het falen van de kerncentrale in Fukushima, dat donderdag wordt gepubliceerd.

De organisatie interviewde de belangrijkste betrokkenen, onder wie premier Naoto Kan, die in augustus aftrad na kritiek op zijn handelen. Met dertig nucleaire deskundigen, advocaten en journalisten is in een half jaar de reactie van de Japanse regering gereconstrueerd en geëvalueerd. In juni 2011 prees het Internationale Atoomagentschap Japan nog om de indrukwekkende en goed georganiseerde reactie. Inmiddels is dat oordeel bijgesteld.

De regering deed tegenover de bevolking en het buitenland alsof ze wist dat het risico van de kernramp meeviel. Het duurde vijf dagen voordat een legerhelikopter kon bevestigen dat een van de reactoren genoeg koelwater bevatte. Tot die tijd ging de regering ervan uit dat de reactor groot gevaar opleverde.

Ze vreesde dat de reactor door een gebrek aan koelwater zou smelten, waarbij radioactieve straling in grote doses zou vrijkomen. Daarom werd overwogen de inwoners van Tokio te evacueren.

Bovendien werkten de belangrijkste leidinggevenden elkaar na de ramp zwaar tegen, blijkt uit het rapport. Terwijl de manager van de kerncentrale volhield dat zijn personeel absoluut moest blijven om de centrale onder controle te houden, belde de directeur van Tepco, het bedrijf achter de kerncentrale, de Japanse premier met het advies om het personeel onmiddellijk te evacueren. Een onafhankelijk onderzoek als dit is zeer ongebruikelijk in Japan; Japanners worden geacht de officiële versie van de regering te accepteren.

Intussen duurt de nasleep van de tsunami voort. Zo’n drie tot vier miljoen ton aan koelkasten, vissersboten en andere wrakstukken zijn de oceaan in gesmeten. Een deel hiervan zal over een klein jaar aanspoelen op het strand van Hawaï, Alaska, Oregon, Washington en British Columbia, voorspellen onderzoekers van de universiteit van Hawaï. Waar de overige 95 procent aan afval zal blijven is onbekend.

De New York Times heeft niet geschreven over de gevolgen van blootstelling aan radioactieve straling voor Japanners, of andere gezondheidsrisico’s.