En het geweld gaat maar door

A boy stands in from of a shop destroyed in Syrian Army shelling in the center of Idlib, north of Syria, Monday, Feb. 27, 2012. European Union foreign ministers said Monday they were increasingly appalled by the Syrian government's ruthless campaign of repression against civilians, and imposed new sanctions in hopes of pressuring the regime to change course. (AP Photo/Rodrigo Abd) AP

Een jongetje staat voor een verwoeste winkelpui in het centrum van Idlib, een stad in het noorden van Syrië. Hier werden in december volgens berichten van de BBC meer dan 250 deserteurs vermoord.

Het geweld tegen burgers in Syrië lijkt onverminderd door te gaan, ondanks een referendum dat gisteren werd gehouden over een nieuwe grondwet. Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten (SOM) kwamen maandag zeker 68 burgers om het leven door geweld rond de belegerde stad Homs. „Een slachting”, aldus het SOM. Poolse diplomaten proberen journalisten uit Homs te evacueren en de lichamen van de Amerikaanse verslaggeefster Marie Colvin en de Franse fotograaf Remi Ochlik weg te halen uit de stad.

Het referendum van gisteren zou volgens president Bashar al-Assad binnen drie maanden tot verkiezingen en een politiek meerpartijensysteem moeten leiden. Daarmee zou Assad de opstandelingen tegemoet willen komen. De opkomst bij het referendum was minder dan 60 procent, 89 procent daarvan stemde voor de nieuwe grondwet. „Lachwekkend”, zo noemden de Verenigde Staten het referendum, terwijl bondgenoot Rusland Syrië juist prees.

De Arabische Liga komt op 10 maart in Kairo bijeen om de ontwikkelingen in Syrië te bespreken. De Liga heeft Damascus meerdere malen tevergeefs opgeroepen het leger terug te trekken uit de steden.

Qatar en Saoedi-Arabië hebben zich uitgesproken voor het bewapenen van de rebellen in Syrië. Eerder gebruikten China en Rusland twee keer hun veto in de VN-Veiligheidsraad om te verhinderen dat er gewapende troepen naar Syrië zouden worden gestuurd.