ECB schort gebruik van Griekse schuld als onderpand tijdelijk op

Griekse staatsleningen kunnen niet meer afgegeven worden bij de Europese Centrale bank als onderpand in ruil voor geld. Dat heeft de ECB vanmorgen bekend gemaakt, nadat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s gisteren de beoordeling van Griekenland verlaagde van CC naar ‘selective default’, een gedeeltelijk faillissement.

De afwaardering van de Griekse status is een logisch gevolg van het reddingspakket dat vorige week in Brussel werd overeengekomen. De Grieken krijgen op grond daarvan 130 miljard euro aan additionele noodhulp. Deel van het reddingspakket bestaat eruit dat houders van Griekse schuld een afwaardering van 75 procent van de waarde daarvan moeten accepteren. Het gaat dan om banken en andere grote beleggers (verzekeraars, pensioenfondsen).

In een verklaring schrijft de ECB dat „het bestuur van de ECB besloten heeft om tijdelijk de geschiktheid van door Griekenland uitgegeven of volledig gegarandeerde verhandelbare schuldbewijzen als onderpand voor monetaire beleidsactiviteiten van het eurosysteem op te schorten”.

Commerciële instellingen die toch hun Griekse schulden als onderpand willen afgeven, moeten daarvoor aankloppen bij hun eigen nationale centrale banken en daar een beroep doen op de zogenoemde noodliquiditeitsondersteuning. Als Griekenland het afgesproken hervormingspakket heeft doorgevoerd, zouden de staatsobligaties wel weer als onderpand kunnen dienen, aldus de ECB. De kredietverzekeringen op Griekse schuld stegen de afgelopen dagen fors, een teken van nervositeit in de markten.

Gisteren maakte de ECB bekend dat de bijna 500 miljard aan goedkope drie-jaars leningen die de bank in december uitgaf tot grootschalige aankopen van staatsobligaties heeft geleid. Spaanse en Italiaanse banken gebruikten het goedkope ECB-geld om (eigen) staatsschulden op te kopen. Morgen veilt de ECB opnieuw voor honderden miljarden aan leningen tegen een rente van 1 procent en met een looptijd van drie jaar.

De Italiaanse regering wist vanmorgen op een obligatieveiling 3,75 miljard euro binnen te halen tegen een rente van 5,5 procent. Vorige keer dat een dergelijke veiling plaats vond, betaalden de Italianen nog 6,08 procent.