Doorgelekt

WikiLeaks begon gisteren met de publicatie van vijf miljoen gestolen e-mails van een inlichtingenbedrijf. De klokkenluider kan op steeds minder sympathie rekenen.

Je kan wel stellen dat 2010 een topjaar was voor WikiLeaks. De organisatie baarde opzien met de openbaarmaking van videobeelden waarin Amerikaanse militairen Afghaanse burgers neerschoten, van tienduizenden geheime rapporten over de oorlogen in Afghanistan en Irak, en, als grote klapper, van ruim tweehonderdvijftigduizend diplomatieke stukken. Julian Assange werd vergeleken met Daniel Ellsberg – de man die in 1971 de Pentagon papers lekte – en in het ene symposium na de andere krantencolumn werd verkondigd dat de internationale diplomatie en de journalistiek hierna nooit meer hetzelfde zouden zijn.

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en komt WikiLeaks met een nieuwe scoop: vijf miljoen e-mails van Stratfor, een inlichtingenbedrijf dat zich volgens WikiLeaks schuldig maakt aan spionagepraktijken. De e-mails beloven een inkijkje te geven in hoe deze commerciële CIA in opdracht van overheden en bedrijven informatie inwint over mensen die hun onwelgevallig zijn.

Tijd voor een tussenbalans: hoe revolutionair is WikiLeaks nou eigenlijk?

Het in 2006 opgerichte WikiLeaks omschrijft zichzelf als een ‘mediaorganisatie’ die klokkenluiders via haar website een ‘innovatieve, veilige en anonieme manier’ biedt om informatie te lekken. Er zijn altijd wel manieren geweest waarop klokkenluiders informatie publiek konden maken, bijvoorbeeld met behulp van journalisten die hun bronnen geheim hielden, maar WikiLeaks is, als statenloze organisatie, lastig te vervolgen. Een publicatieverbod heeft ook weinig zin: informatie die eenmaal online staat, laat zich niet zomaar weer verwijderen. En omdat WikiLeaks een website is, kan het veel meer informatie voor veel meer mensen toegankelijk maken dan bijvoorbeeld een papieren krant.

Toch heb je met heel veel data nog geen verhaal verteld, en WikiLeaks kreeg pas echt succes toen het met gerespecteerde journalistieke organisaties als The Guardian en The New York Times ging samenwerken. Uit de documenten die WikiLeaks toen publiceerde – en die, met behulp van die kranten, gescreend waren op al te gevoelige of schadelijke informatie – bleek onder meer dat Amerika de Pakistaanse inlichtingendiensten ervan verdacht samen te werken met de Talibaan; dat het Amerikaanse leger op veel grotere schaal gebruikmaakte van huurlingen dan gedacht; dat het aantal Iraakse burgerslachtoffers groter was dan de regering-Bush bekend had gemaakt; en dat de Iraakse bondgenoten er martelpraktijken op na hielden waar het Amerikaanse leger van op de hoogte was, maar niet tegen optrad. In de diplomatieke stukken werd ook verslag gedaan van corrupte praktijken van, bijvoorbeeld, de vrouw van de Tunesische president Ben Ali: niet veel later brak in dat land het begin van de Arabische Lente uit, en zulke informatie zal ongetwijfeld als olie op het vuur van de revolte hebben gewerkt.

De informatie die WikiLeaks naar buiten bracht, was niet altijd even nieuw, en vaak ook weinig wereldschokkend. Het meest opzienbarende was eigenlijk niet de inhoud, maar de vorm. Dat het zo ontzettend véél informatie was, en ook: dat deze geheime informatie nu zomaar op straat lag. Assange – de blonde dilettant die zich opwierp als frontsoldaat in de strijd voor een transparante wereld – sprak minstens zo tot de verbeelding als de documenten die hij naar buiten bracht.

Echt stil is het na ‘cablegate’ niet geworden – Julian Assange werd in Zweden beschuldigd van verkrachting en staat nu in Groot-Brittannië onder huisarrest. Bradley Manning, de jonge Amerikaanse militair die ervan wordt verdacht de documenten te hebben gelekt, zit in de Verenigde Staten in de gevangenis. Vorig jaar zorgde WikiLeaks ook nog voor ophef toen het plotseling tienduizenden diplomatieke berichten publiceerde zonder gevoelige informatie te schrappen. Maar een wezenlijk nieuwe onthulling liet tot gisteren op zich wachten: toen maakte WikiLeaks dus bekend over vijf miljoen e-mails van Stratfor te beschikken.

Niet de Amerikaanse overheid, maar een particulier bedrijf is nu het doelwit van WikiLeaks, en in tegenstelling tot voorgaande publicaties is de informatie niet ‘gelekt’ door een interne klokkenluider, maar ‘gestolen’ door een hackersorganisatie. Om uit die enorme databerg verhalen te destilleren, werkt WikiLeaks dit keer samen met kleinere spelers als maandblad Rolling Stone en mediabedrijf McClatchey. Een van die verhalen, volgens WikiLeaks, is WikiLeaks zelf: ‘Er zijn meer dan 4.000 e-mails waarin WikiLeaks of Julian Assange genoemd wordt’, aldus de WikiLeaks-website.

WikiLeaks maakt zich wel vaker druk om WikiLeaks: eerder deze maand nog beklaagde Assange zich omdat WikiLeaks niet was uitgenodigd op een UNESCO-conferentie over ‘het medialandschap na WikiLeaks’. De organisatie lijkt steeds meer op een uitgerangeerde zanger die, op een kleiner podium en met een minder goede band dan voorheen, wanhopig een comeback probeert te maken.

Maar je kan je afvragen of WikiLeaks de wereld ook daadwerkelijk transparanter heeft gemaakt. Bill Keller, voormalig hoofdredacteur van The New York Times, denkt van niet. Sterker nog: „De meest tastbare erfenis van Wikileaks’ campagne voor transparantie is dat de Amerikaanse regering geheimzinniger dan ooit opereert”, schrijft Keller in een vorige week gepubliceerd commentaar.

Volgens Keller heeft Washington er na de massapublicatie van geheime documenten alles aan gedaan om lekken veel moeilijker te maken, onder meer door de invoering van een elektronisch controleprogramma dat het rondsturen van geheimen bemoeilijkt en het tevens gemakkelijker maakt om de identiteit van klokkenluiders te achterhalen.

Ook maakt de regering van Obama veel werk van de juridische vervolging van klokkenluiders, veel meer dan eerdere regeringen. Vorige maand nog werd een voormalige CIA-agent gearresteerd omdat hij aan journalisten de namen zou hebben verteld van ex-collega’s die omstreden ondervragingstechnieken gebruikten tegen vermeende terroristen. Volgens Keller is het de zesde strafzaak tegen een loslippige overheidsdienaar. Klokkenluiden was nog nooit zo moeilijk als in 2012, en zo heeft WikiLeaks misschien wel het tegenovergestelde bereikt van wat het nastreefde.

    • Lynn Berger