De saaiste maakt de meeste kans

Kandidaten voor het PvdA-leiderschap voeren nauwelijks inhoudelijk debat. Zo maken ze de meeste kans op winst.

Nederland, Utrecht 25-02-2012. PvdA Ledenraadpleging in Jaarbeurs in utrcht. Met o.a. de afgetreden Job Cohen en de kandidaat fractievoorzitters/partijleiders, Martijn van Dam, Diederik Samson, Ronald Plasterk en Nabahat Albayrak. Op foto een peinzend PvdA lid na afloop van de bijeenkomst. Foto: Olivier Middendorp

Politiek Redacteur

Utrecht. Allervriendelijkst vertellen de concurrenten voor het leiderschap van de PvdA dat zij geen kwaad woord over elkaar kwijt willen. Een week nadat PvdA-leider Cohen was afgetreden omdat „de moderne mediawerkelijkheid” hem dwong tot een uitgesprokenheid waarover hij niet beschikt, doen zijn opvolgers vooral hun best niet uitgesproken te zijn.

Hoe kan dit?

Het kiessysteem dat de partij gebruikt, alternative vote, werd in 2002 geïntroduceerd om „een leider met een breed draagvlak te vinden”, vertelt toenmalig partijvoorzitter Ruud Koole. Het was kortom de bedoeling iemand aan te wijzen aan wie zo min mogelijk partijgenoten aanstoot namen. „Het stelsel werkt ten nadele van een controversiële kandidaat”, zegt Koole.

Dus tot nader order doen alle kandidaten hun best zich niet inhoudelijk van elkaar te onderscheiden, ondanks de ‘moderne mediawerkelijkheid’. Zo benadrukken ze in het kamp van Martijn van Dam dat hun man „moderner” is dan concurrent Diederik Samsom inzake zoiets onschuldigs als de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Maar dat gaan ze dus niet hardop zeggen. „Diederik is paternalistischer. Maar dat woord zullen we in het openbaar nooit gebruiken”, aldus een lid van het team-Van Dam.

Koole wilde na de zware nederlaag van de PvdA onder Ad Melkert in 2002 beletten dat de partij „een leider kreeg die maar door 35 procent werd gesteund”. De PvdA stond er in ‘het jaar van Pim’ dramatisch voor, en Koole vertelt dat hij „hoe dan ook wilde voorkomen” dat de partij „uit elkaar zou vallen”. Detail: Martijn van Dam zat destijds in het partijbestuur.

Koole, politicoloog, importeerde een kiesstelsel uit Australië waarbij leden alle kandidaten voor het leiderschap in een volgorde zetten. Ze stemmen niet op één kandidaat, ze plaatsen de kandidaten in een rangorde. PvdA-leden stemmen tussen 7 en 14 maart, de uitslag wordt op vrijdag 16 maart bekendgemaakt.

Het gevolg is dat degene die het vaakst op twee wordt gezet bijna altijd wint. En dat leidt er weer toe dat kandidaten die hun concurrenten hard aanvallen worden afgestraft. In 2008 deed Jacques Monasch (nu Kamerlid) dat in een poging lijsttrekker bij de Europese verkiezingen te worden ten koste van radiojournalist Thijs Berman. Berman won.

Het bekendste voorbeeld is de strijd om het voorzitterschap tussen Jan Pronk en Lilianne Ploumen in 2007. De uitgesproken Pronk werd door de leden het vaakst op één gezet, maar omdat veel andere leden afkerig van hem waren, won Ploumen: zij had de meeste tweede plaatsen achter haar naam.

Volgens Koole is het logisch dat ook de huidige keuze voor het fractievoorzitterschap nauwelijks inhoudelijk debat gaat opleveren. „Alle kandidaten zijn gekozen op een verkiezingsprogramma dat ze hebben onderschreven.”

Daarmee is het geen beauty contest, zegt hij. „Dit gaat over leiderschapsstijl. Over je vermogen de fractie op één lijn te krijgen. Over kwaliteiten om staande te blijven in het debat.”

En volgens de huidige partijvoorzitter, Hans Spekman, kan het best zo uitpakken dat de kandidaat met het breedste draagvlak ook een uitgesproken leider blijkt te zijn. „Ik zie die spanning niet automatisch”, zei hij zaterdag na de ledenraad in Utrecht.

Wel beaamde hij dat hij vorige week niet eens toekwam aan de vraag of de nieuwe leider mogelijk via een ander stelsel gekozen kon worden. Door het plotselinge vertrek van Cohen en de noodzaak snel een nieuwe fractievoorzitter aan te wijzen, was alternative vote de enige optie, aldus Spekman.

Toch zijn er ook sceptici in de partij. Toen het systeem in 2002 voor het eerst werd toegepast, won Wouter Bos met groot verschil van de toenmalige Kamerleden Jeltje van Nieuwenhoven, Klaas de Vries en de Leidse politicoloog Jouke de Vries.

De laatste herinnert eraan dat hij, op voorhand kansloos, bewust meedeed, omdat hij merkte dat de partijleiding „er op voorhand van uitging dat gewone leden geen kandidaat konden zijn”. Door die ‘inbraak’ leerde hij hoe het systeem in de praktijk werkt. „Er was afgesproken dat inhoudelijk debat tot een minimum werd beperkt.”

En ook elke andere controverse werd gemeden. „Het stelsel zorgt ervoor dat de saaiste bijna altijd wint.” Wat hem betreft is het de vraag of dat het goede antwoord op ‘de moderne mediawerkelijkheid’ is.

„Het is logisch dat we als grote middenpartij naar een consensuskandidaat zoeken. Maar in het huidige politieke klimaat is dat niet altijd meer de oplossing. Zie Cohen.”

Lees ook de column van Rob Wijnberg op pagina 17 en ‘Oh oh, Den Haag ‘ op Metamedia, pagina 21