Virtuoos met speelse voordracht

De telg van een Franse mijnwerkersfamilie groeide uit tot een van de grootste koperblazers van de vorige eeuw.

(FILES) - A file picture taken on November 28, 1980 in Paris shows Maurice Andre. French virtuoso Maurice Andre, who started out working in mines before becoming one of the world's biggest names in classical trumpet performance, died aged 78, his family said on February 26, 2012. He died late Saturday in a hospital in the southwestern city of Bayonne, his family said, declining to provide the cause of death. AFP PHOTO PIERRE GUILLAUD AFP

Het leek trompettist Maurice André, zaterdag op 79-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Bayonne overleden, zo makkelijk af te gaan. Op filmpjes is hij veelvuldig te bewonderen als mollige solist met een contrasterend klein piccolotrompetje, in het klassieke repertoire moeiteloos schitterend met zijn warme en heldere toon, foutloze techniek en speelse voordracht. Hoge noten lanceerde André als sierlijke vuurpijlen.

Zijn komische zwarte wenkbrauwen en pretogen droegen nog bij aan het beeld van de aimabele en speelse Fransman. Honderden opnames bevestigen zijn ongelooflijke productiviteit en zijn betekenis voor de herwaardering van de klassieke trompet. Dirigent Herbert von Karajan noemde hem de „grootste trompettist”; het Brass Magazine riep hem zelfs uit tot grootste koperblazer van de twintigste eeuw, nog boven Louis Armstrong.

Toch was André de eerste om te benadrukken, dat alleen door keihard werken het ‘moeilijke instrument’ trompet beheerst kon worden.

En hard werken leerde Maurice André al op vroege leeftijd. Hij werd geboren in 1933 in een mijnwerkerfamilie in het plaatsje Rochebelle, Zuid-Frankrijk. Tussen zijn veertiende en achttiende werd André ingezet als mijnwerker om kolen te sjouwen – een ongeluk werd hem bijna fataal. In de mijnen leerde hij naar eigen zeggen goed omgaan met zijn eigen fysieke krachten, hetgeen hem als trompettist later van pas kwam, bijvoorbeeld door zijn embouchure nooit te forceren. „De lippen zijn spieren, die heb ik nooit uitgeput.”

Zijn vader was amateurtrompettist bij de lokale Harmonie des Mines. Zoon Maurice toonde belangstelling en talent: nog vóór zijn eerste trompetlessen oefende hij al in solfège. Als jonge trompettist speelde hij veel met zijn vader, waarna zijn talent door een docent van het conservatorium van Nîmes werd opgemerkt. De 18-jarige André werd naar Parijs gestuurd, waar hij onder de hoede kwam van de strenge Raymond Sabarich, een van de grondleggers van de Franse trompetschool.

Als solotrompettist was Maurice André lid van diverse orkesten, via concoursen klom hij verder omhoog. Meest opvallend was zijn deelname aan het ARD-concours in München in 1963, waar hij eigenlijk was voorgedragen als jurylid. De trompettist besloot zich in plaats daarvan in te schrijven als deelnemer. Een juiste inschatting: hij won, en bereikte een definitieve internationale doorbraak.

André maakte ruim 250 platen, onder meer voor het bekende label Erato. Dankzij hem bereikte de klassieke trompet een groot publiek. Met zijn piccolotrompet speelde hij veel barokrepertoire, al had Andrés moderne ventielinstrument met de ‘authentieke’ uitvoeringspraktijk weinig van doen. Het Tweede Brandenburgse Concert van Johann Sebastian Bach was een van zijn lijfstukken. Een Vivaldi-opname met Herbert von Karajan werd 1,5 miljoen maal verkocht, André noemde die samenwerking zijn dierbaarste muzikale herinnering.

Hij vertolkte ook bewerkingen van onder meer hobo- en vocaal repertoire, werkte samen met organist Marie-Claire Alain en bleef actief als uitvoerder van amusementsmuziek. Componisten als André Jolivet en Marcel Landowski schreven nieuwe trompetcomposities voor hem; onder anderen jazztrompettist Wynton Marsalis zegt beïnvloed te zijn door de stijl van Maurice André. Tijdens zijn laatste concert in 2008 speelde André naast barok en Franz Schubert bij wijze van toegift „un peu de jazz”.

Naast zijn drukke carrière als solist werd André daarnaast ook docent aan het conservatorium van Parijs; in die stad stichtte hij ook een trompetconcours. Aan het doorgeven van de traditie hechtte hij grote waarde. Met zijn dochter (hobo) en zoon (trompet) vormde hij een trio. Bij zijn afscheidsconcert zei hij: „Ik heb in totaal 120 leerlingen opgeleid, zij vormen mijn grootste plezier.”