Vertrouwde vreemden vinden elkaar in mobiele stad

De smart phone legt de stad open. Rondwandelend kun je met apps zien waar je kunt eten, hoeveel het kantoor waar je langsloopt aan stroom verbruikt, en waar je fiets ook al weer stond.

People attend a flash-mob pillow fight during the International Pillow Fight Day on April 2, 2011 in Zurich. Over 130 cities around the world are due to participate in the fourth annual edition. AFP PHOTO / FABRICE COFFRINI AFP

Tracy Metz

Met je iPhone in de hand hoef je nooit meer te verdwalen. Handige apps vertellen je waar de dichtstbijzijnde pinautomaat, pizzeria of zelfs openbaar wc is te vinden. Technologie heeft de stad opengelegd en beheersbaar gemaakt. Maar nieuwe media brengen nog veel meer teweeg, zeggen mediaonderzoekers Martijn de Waal en Michiel de Lange van The Mobile City: ze brengen mensen bij elkaar in allerlei nieuwe sociale verbanden.

Op de conferentie ‘Social Cities of Tomorrow’, die The Mobile City onlangs organiseerde met het Virtueel Platform en het Amsterdams architectuurcentrum ARCAM, ging het onder andere om het bevorderen van die sociale verbanden via ‘open data’. Een van de manieren is het aan burgers beschikbaar stellen van gegevens die de overheid verzamelt.

Ook aanwezig in het bomvolle MC Theater in de Westergasfabriek, waar de conferentie werd gehouden, was Hack de Overheid. Dit collectief kwam met het idee om jonge programmeurs uit te nodigen om met open data een serie apps voor de smartphone te ontwikkelen, eerst voor Amsterdam, daarna voor Noord-Holland en vervolgens voor Nederland. Een aantal van deze apps werden onlangs bekroond.

Minister Verhagen reikte vorige maand de eerste prijs uit aan de app Vistory, die met materiaal van onder andere het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum historische beelden en films laat zien over de plek waar de gebruiker zich op dat moment bevindt. De publieksprijs was voor HogeNood, die het dichtstbijzijnde openbare toilet laat zien. Een andere populair app is Where’s My Bike, waarbij je je fiets via je telefoon kunt registeren en ook terugvinden als je dronken uit de kroeg komt of als die gestolen is.

Alper Çugun van Hack de Overheid toont een app waarmee je het energieverbruik van gebouwen kunt zien. „Het zichtbaar maken is meteen een aansporing om het beter te doen.” Hij wijst erop dat overheden beter het belang begrijpen van het beschikbaar stellen van data. „Ze missen alleen vaak de kennis om er zelf iets mee te doen.”

De gemeente Amsterdam heeft data van zichzelf en van anderen gecombineerd in Amsterdam Wasteland, een interactieve kaart waarop de leegstaande bouwkavels in Amsterdam en Zaanstad te zien zijn. „Door de economische crisis liggen er meer dan 150 bouwprojecten stil, zowel nieuwbouw als stadsvernieuwing”, zegt Jurgen Hoogendoorn van het Amsterdamse Ontwikkelingsbedrijf. „Via LinkedIn vormen wij binnen de gemeente een groep en werken samen met het bureau Temp architecten. Zij waren, via Google Maps en Streetview, al kaarten van lege terreinen aan het maken. Daardoor konden we aan collega’s en wethouders duidelijk maken dat er een heel maatschappelijk netwerk klaar staat om dit op te pakken.”

Afgelopen zomer ging de aanklikbare Braakliggende Terreinen Kaart op internet. Via de LinkedIn deelnemers, die erover zijn gaan twitteren (#blt020), zijn er 90 ideeën binnengekomen: voor moestuinen, speelplekken, een reizende camping en een evenemententerrein aan de Zuidas – een plan van de gemeente zelf. Inmiddels zijn er al tuinen aangelegd in Nieuw-West, in Zuidoost komt er een speeltuin met bamboebos. Hoogendoorn: „Den Haag en Leidsche Rijn zijn nu met iets soortdelijks bezig en we hebben er met Rotterdam over gesproken. Het is een interactief proces waarin de samenleving en de overheid coproducenten zijn.” Het werkt ook andersom: burgers verzamelen zelf ook data die ze met de overheid ‘delen’, soms om de overheid mee om de oren te slaan. Neem de inwoners van de omgeving van Schiphol die, via Geluidsnet, data verzamelen over geluidsoverlast waarmee ze kunnen bewijzen hoe erg die werkelijk is.

Martijn de Waal van The Mobiel City noemt, in zijn inleiding op de conferentie, een voorbeeld uit Los Angeles. In deze autostad hebben fietsers Biketastic opgezet: hun iPhone registreert onderweg informatie over hun routes, obstakels die ze tegenkomen en gaten in het wegdek. Niet alleen hebben ze baat bij het delen van die informatie, ze kunnen er ook druk mee uitoefenen op de gemeente om de fietsvoorzieningen te verbeteren. Ook in de VS is er na het commerciële autodeelsysteem Zipcar nu ook Buzzcar, waarbij buurtgenoten elkaar een lift kunnen vragen en aanbieden.

De stad bestaat tegenwoordig niet alleen uit straten en gebouwen, zegt Martijn de Waal, maar ook uit beeldschermen en gesprekken op straat met onzichtbare anderen. „De stad is behalve een fysieke plek, ook een virtuele omgeving geworden.” Op Koninginnedag wordt bijvoorbeeld vanuit een commandocentrum digitale bewegwijzering aangestuurd om de menigtes te beheersen. En vuilnisbakken geven zelf via sensors door wanneer ze vol zijn. „De software-ontwikkelaar is inmiddels net zo belangrijk als vormgever van het stadsleven als de architect of de stedenbouwer.” De oprichters van The Mobile City onderscheiden drie stadia in het gebruik van sociale media in de stad. De grote doorbraak was de komst van gps, die het mogelijk maakt om je locatie te bepalen. Daarmee wist je altijd waar je was op de kaart. De Lange. „De volgende fase was een uitvinding als de app Foursquare: als je binnenkomt in bijvoorbeeld een café kun je met die app inchecken en kunnen ook je vrienden zien waar je bent. Nu zijn we in de derde fase beland: met sociale media kunnen we niet alleen de dichtbijzijnde pinautomaat vinden, of je vrienden, maar kunnen we samen complexere problemen aanpakken, zoals vervuiling of het beheer van de openbare ruimte.” De Lange en De Waal spreken daarom over ownership: de nieuwe media geven de stadsbewoner meer zeggenschap over zijn eigen omgeving, en dus meer betrokkenheid. „De technologie is geen doel op zichzelf”, benadrukt Michiel de Lange. „Met de nieuwe media kunnen heel verschillende mensen zich rond een onderwerp of een gezamenlijk belang verenigen, zonder dat ze de hele tijd samen koffie hoeven te drinken of te barbecuen.”

Vertrouwde vreemden voor elkaar zijn is al mooi, meent De Lange. „Dat past beter bij de fluïde stedelijke samenleving, waarin veel mensen niet meer vanzelf ergens bijhoren – bij een bedrijf, of een partij, of een geloof. We worden niet ineens sociaal door de technologie. Het is een middel om ons te organiseren rond de dingen die we met elkaar delen.”