Rusland en Iran op zoek naar het alibi van de kiezersgunst

De komende week kiezen de Russen een nieuwe president. In Iran zijn vrijdag parlementsverkiezingen. Beide landen staan in het Westen te boek als autoritair geleide staten.

In Rusland zal naar alle verwachting premier Poetin met overmacht gekozen worden als president. En in Iran heeft een stoelendans onder conservatieve gelijkgezinden in het parlement plaats. De vraag is: waarom eigenlijk? Waarom verkiezingen als de uitkomst vaststaat en als machthebbers het wellicht zonder de schijn van democratische legitimatie ook een heel eind redden.

President Medvedev wekte in september vorig jaar verbazing door ruiterlijk te erkennen dat hij Poetin steunde om opnieuw president te worden. Dat Poetin niet eens meer probeert te verbloemen dat hij met Medvedev een potje constitutioneel stuivertje wisselen opvoert, geeft aan dat hij erg zeker is van zijn zaak.

Correspondent Michel Krielaars gaat in zijn portret van Vladimir Vladimirovitsj Poetin, op pagina 3 van deze bijlage, op zoek naar de redenen voor kiezers om massaal voor de sterke man te kiezen. Natuurlijk, naar verwachting zal het Kremlin de uitslag proberen te beïnvloeden door te frauderen bij de verkiezingen. En zeker is het waar dat Russen blootstaan aan een massief propagandaoffensief. Maar toch blijken zijn aanhangers niet onwetend of blind voor de fouten die Poetin aankleven. En toch kiezen ze voor hem.

De tegenstanders, die demonstreren, die zitting nemen in comités die de verkiezingen moeten controleren, zijn verdeeld en zwaar in de minderheid. Door oppositie toe te laten, zolang die niet té sterk wordt, versterkt het Kremlin het beeld van Poetin als democraat.

De opperste leider ayatollah Ali Khamenei hoeft in Iran niet zelf door de democratische hoepel te springen. Maar parlementaire verkiezingen, met beperkte keuzemogelijkheid, zijn er wel. Correspondent Thomas Erdbrink schildert op pagina 4 en 5 de contouren van een sociaal contract tussen de ontgoochelde middenklasse en de geestelijke leiders van de islamitische revolutie van 1979 die inmiddels ideologisch failliet is. Iran was het land waar de bevolking drie jaar geleden als eerste in de regio massaal in verzet kwam tegen het autoritaire bestuur. Hoe komt het dat nu in Teheran inmiddels niemand meer de moeite neemt de straat op te gaan?

De rechtstaten die de Europese Unie vormen hebben ondertussen ook te kampen met hun eigen legitimiteitscrisis. Deze week komt die weer eens aan de oppervlakte bij de top in Brussel waarbij het besluit tot toetreding van Servië tot de Unie moet worden bekrachtigd. Eerst lag Nederland dwars, omdat generaal Mladic maar niet werd uitgeleverd. Nu is het Duitsland vanwege de kwestie-Kosovo.

In Nederland schemert achter de onwil om vlot mee te werken aan de uitbreiding van de Unie, het door de PVV aangeboorde ongenoegen over de toegenomen arbeidsmigratie uit de nieuwe landen in het oosten van Europa. Wim Brummelman brengt die migratie, op pagina 6 en 7, in kaart.

    • Frank Vermeulen