Paddestraat

Halverwege de wielerwedstrijd Omloop Het Nieuwsblad kwam er een alarmerende tweet voorbij. Iemand had een tijdje naar het verslag op televisie zitten kijken en vroeg zich af of wielrennen net zo’n saaie kijksport werd als schaatsen.

Die mededeling deed pijn in de hartstreek van een wielerliefhebber.

De kritiek op het schaatsen is dit seizoen toegenomen. De sport zou dringend aan verandering toe zijn. Er keek louter oud Nederlands publiek naar de rondjes op de ijsbaan. Schaatsen, de ideale manier om in slaap te vallen.

Misschien hadden de criticasters gelijk. Misschien was het fietsen ook wel veel van hetzelfde. Keek je ook de hele tijd naar onherkenbare mannen op fietsen die trapten en trapten, tot aan de finish. En zoals Sven Kramer altijd de vijf kilometer won, zo duwde Mark Cavendish bij een eindspurt zijn wiel meestal als eerste over de finish. Waarom moest je dat live zien?

De renners reden over de Paddestraat.

Twee jaar geleden stond ik daar met het Vlaamse wielericoon Freddy Maertens langs de kant tijdens Omloop Het Nieuwsblad. De Paddestraat is een 2.300 meter lange kasseienweg in niemandsland. Zou de Heilige Maria in de derde bocht nog altijd toekijken vanachter het mistige ruitje?

Tom Boonen reed voorop in de kopgroep. Hij legde zijn handen losjes op het stuur en denderde over de stenen. Boonen toonde zijn vorm en fietste uiterlijk onbewogen over de Paddestraat. Zijn concurrenten kreunden achter zijn rug.

Links en rechts van de weg waren rulle asfaltpaadjes van 30 centimeter breed. Af en toe wipten Boonen en zijn volgelingen van de kasseien af en fietsten ze verder op de zijkant. Totdat er weer een slecht stukje kwam. Hups, een rukje aan het stuur en op de kasseien reden ze weer.

Ik zat recht overeind. Met de ogen van een sperwer zocht ik namens de renners de slechte stukken. Het liefst had ik ze in hun oortjes toegeschreeuwd waar de stenen er te opstandig bij lagen.

Na de passage door de Paddestraat lag ik tevreden op de bank. Er was zoveel te zien geweest. De mooie zit van Boonen, de verkeersregelaars met hun spiegeleieren, de schots en scheef geparkeerde auto’s en de latere winnaar Sep Vanmarcke, die daar al zijn tanden liet zien en Boonen halverwege voorbijreed.

Waar je bij schaatsen ogenschijnlijk iedere ronde hetzelfde ziet op en rond die vreselijke binnenbanen, levert een wielerwedstrijd veel meer verrassing. Een schaatser is met zichzelf en zijn tegenstander in de weer. Een wielrenner – en de kijker – concentreert zich ook nog op de oneffenheden van de weg, eten en drinken, publiek en paaltjes vlak langs de weg.

Er is veel aan de hand in het wielrennen. Potentiële sponsors dreigen hun hand op de knip te houden, Tourwinnaar Alberto ‘zero, zero’ Contador hangt na jaren van soebatten alsnog aan de galg voor een snufje vermeende dope en Lance Armstrong speelt de vermoorde onschuld.

En toch, als kijksport blijft het fietsen me boeien. Mijn advies voor de twijfelende kijker: fixeer je niet alleen op de finish. Zie de koers als een speelfilm. In iedere kilometer zit een scène verborgen. De Paddestraat levert ieder jaar het bewijs.