Optimisme

In park De Hoge Veluwe staat restaurant De Koperen Kop. Daar, achter een bord vegetarische bospaddestoelensoep, klonk dit weekend luid de volgende zin:

„Ik ben echt zo iemand van: ik leef bij de dag en ik leef op mijn gevoel.”

Zoals vaker werden deze woorden uitgesproken door iemand die er niet naar uitzag maar wat aan te leven: een vrouw van begin veertig met gebleekte tanden en een goed onderhouden sportschoollichaam. Zij droeg een gestreken spijkerjasje, had gelakte nagels en een rechte rug. Zij had haar leven kortom in de hand of probeerde het daar te houden. Heel anders dan de somber kijkende man van in de vijftig die een tafel verderop zijn al even somber ogende ouders leek dood te wensen. Die leefde zo te zien pas echt op zijn gevoel.

„Maar heb je dan niet dat je je heel erg alleen voelt? Nu hij weg is?”

Dit vroeg een iets oudere vrouw die bij leef-bij-de-dag zat. Zij was het ‘warme’ type. Iemand die empathisch talent inzet om als een bloedhond naar je zo zorgvuldig zoekgemaakte zwakke plekken te speuren.

„Alleen de eerste dag miste ik hem.”

„Echt?”

„En met Johan Friso ook wel. Als je dat alleen moet verwerken. Dan kun je er ook wel last van hebben.”

Leef-bij-de-dag schakelde maar snel over op iets leukers: de kinderen. Voor hen was de scheiding namelijk best oké. Welbeschouwd veranderde er bijna niets.

„Daar zijn we heel duidelijk in naar de kinderen toe. Ik ben er dinsdag woensdag donderdag vrijdag. En hij zaterdag zondag maandag. Of andersom, natuurlijk.”

„Goed van jullie. Maar is het niet heel onwezenlijk?”

„Joh! Hij moest altijd werken! Als je zo leeft, dan groei je vanzelf uit elkaar!”

Leef-bij-de-dag zat nu te schateren.

„Ik weet van mezelf: als ik een keus maak en het voelt goed, dan maakt het mij niet uit! Echt!”

Ze vielen even stil. Zij aten hun soep.

Toen sloeg de bloedhond opnieuw toe:

„Het is wel een hele leuke vent…”

„Maar het leven is anders een stuk rustiger zo!”, riep leef-bij-de-dag. Nu was het verdomme tijd om te kappen. Met een onhandige klap sloeg zij een boek op tafel, waaraan ze tijdens het soep lepelen met haar gemanicuurde linkerhand had zitten frunniken.

Wham.

Op het omslag stond Zaïda. Door ene Anne Curea.

Later zocht ik dat boek op. Twee wereldoorlogen. Vele dramatische gebeurtenissen. Desondanks „ademt” het verhaal volgens de uitgever „een groot optimisme uit” en „blijft het vertrouwen in de mensheid overeind”.

En dat ging ook al op voor de toiletjuffrouw van De Koperen Kop.

„Gisteren hier: allemaal zúlke gezichten”, had zij plompverloren gezegd, waarbij haar hand ver onder haar kin zakte. „Maar vandaag gaat het gelukkig alweer stukken beter.”