Opgescheept met een gekkin

De postume roman De buurman van J.J. Voskuil is onthutsend en toont de kern van zijn hele oeuvre.

Boekrecensent

In De Buurman, de postuum verschenen roman van de in 2008 overleden J.J. Voskuil, krijgen de liefhebbers van de grote romancyclus Het Bureau waar ze al jaren op zitten te wachten: scènes uit het huwelijk van Maarten Koning en zijn obstinate echtgenote Nicolien.

Wat we nooit te weten kwamen, was of Voskuil de voortdurende machtsstrijd tussen Nicolien en Maarten als karikatuur weergaf of dat het een realistische voorstelling van zaken betrof. Maar in De buurman wordt duidelijk dat Maarten Koning thuis zit opgescheept met een gekkin, die ook van zichzelf vindt dat ze opgehaald dient te worden door de GGD.

Nicoliens bizarre gedrag zoals we dat uit de eerdere romans kennen, wordt nu tot op het bot ontleed. In de ik-vorm vertelt Maarten Koning hoe zijn vrouw, in armoede opgegroeid bij een antisemitische moeder en een door de maatschappij uitgekotste werkloze vader, zich ontwikkelde tot een pathologische naoorlogse verzetsheldin. Zij wil de redster zijn van alle door de maatschappij verstoten underdogs, van zielige dieren tot homoseksuelen. Iedereen die haar tegenspreekt of afremt, is een collaborateur, inclusief haar echtgenoot. Als Maarten ook maar iets onaardigs zegt over de nieuwe buurman Petrus (65) en diens vriend Peer (42), of zelfs maar suggereert dat hij Nicoliens verering van het homostel een tikje overdreven vindt, wordt hij uitgescholden voor abjecte homohater.

Evenals Het Bureau bestaat De buurman voornamelijk uit dialogen die stapje voor stapje naar een onvermijdelijke climax voeren. De korte scènes zijn beeldend als in een meeslepend stripverhaal waarin van de personages alleen de contouren zijn weergegeven. Het is onmogelijk dit boek weg te leggen, wat vanouds de kracht is van Voskuils autobiografische romans, terwijl je ver van te voren ziet aankomen dat de al te intieme verhouding met de buren op een afschuwelijke deceptie moet uitdraaien. De buurman is een onthutsend boek – niet zozeer vanwege het weerzinwekkende geslijm van Nicolien die niet in de gaten heeft hoe denigrerend ze haar buren behandelt, maar vanwege de verongelijkte haat die bezit van haar heeft genomen.

Maar de kern van de roman is niet deze climax met de buren, maar een tekst van Jacob Israël de Haan op het Amsterdamse Homomonument: ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.’ Maarten heeft die strofe ooit fout geciteerd en ook, volgens Nicolien, verkeerd geïnterpreteerd. ‘Ik begreep wat ze bedoelde’, denkt Maarten berustend. ‘Zij was degene die voor de homo’s opkwam. Ik niet.’ Maar misschien geeft zijn vrouw hier voor één keer uiting aan iets anders dan haar neiging zich een heldenrol toe te eigenen. De tranenrijke Nicolien, die het hele boek haar eenzaamheid heeft uitgeschreeuwd, komt eindelijk uit voor haar eigen nooit vervulde verlangen naar vriendschap. Die mateloze hunkering deelt ze met haar echtgenoot en – naar ik aanneem – de schrijver Voskuil. Diens hele oeuvre draait tenslotte om die ene, alleszeggende regel van Jacob Israël de Haan.

J.J. Voskuil: De buurman. Van Oorschot, 304 blz. €22,50

    • Elsbeth Etty