Ooit liepen kamelen zó de bevroren Tigris over

Op 11 januari 2008 viel er sneeuw in Bagdad. Natte sneeuw, weliswaar, het merendeel smolt zodra het de grond raakte, maar het was bijzonder genoeg. Niemand in Bagdad had ooit sneeuw zien vallen op de oevers van de Tigris. Niemand had ooit van ouders of grootouders gehoord dat het wel eens eerder in Bagdad had gesneeuwd. In Bagdad sneeuwt het niet.

Vandaag berichten Spaanse onderzoekers in maandblad Weather dat er lang, heel lang geleden, wel degelijk sneeuw viel in Mesopotamië. Droge sneeuw, wel vier vingers dik, die dagenlang liggen bleef. Ja, er zijn tijden geweest dat de Tigris zo stijf bevroor dat kamelen, ezels en geiten overal de kortste weg tussen de oevers konden nemen. Soms stolde de azijn in de azijnkruik en de urine in het riool en juli 920 was zó koud dat de inwoners van Bagdad weer binnen gingen slapen. Normaal sliepen ze ’s zomers op het dak.

De Spanjaarden, aangevoerd door Fernando Domínguez-Castro van de universiteit van Extremadura, onderzochten de oudste geschriften over de geschiedenis van Bagdad. Veel is het niet; bij lokale onlusten en de inval van de Mongolen in 1258 zijn enormen partijen opzettelijk verwoest, soms kleurde de Tigris niet alleen rood van het bloed maar ook zwart van de inkt – maar dankzij noest kopieerwerk bestaat toch een goed overzicht van de periode 900-1500. En met voldoende overlap tussen de documenten om een exacte datering van belangrijke feiten mogelijk te maken. De Arabieren gebruikten een kalender gebaseerd op de schijngestalten van de maan. Die verschilden soms van stad tot stad.

De beschrijving van de eerste eeuwen van de islam en van de Arabische veroveringen is vooral politiek en militair van aard maar meldt ook extreme weersomstandigheden. Dezelfde overstromingen, droogteperiodes en sprinkhaanplagen blijken in verschillende documenten genoemd te worden. Voor klimaatreconstructies is het voorkomen van sneeuw en ijs het belangrijkst. De onderzoekers vonden 14 periodes van ongewone kou; die van juli 920 springt er het meest uit. Aannemelijk is dat de abnormale koudeperiodes samenhingen met zware vulkaanuitbarstingen elders op aarde.