Onbegrip tussen media en publiek

Pippi Langkous loopt een drogisterij binnen en zegt: ‘Nee!’ De juffrouw achter de toonbank kijkt er natuurlijk verbaasd van op. Wat nou nee? ‘Er staat een bord in de etalage’, zegt Pippi. ‘Met de vraag ‘Hebt u last van sproeten?’ En het antwoord daarop is nee!.’ Aha, nu snapt de juffrouw het. Totdat ze iets beter naar Pippi kijkt. ‘Maar kind, je zit er vol mee.’ ‘Jawel’, zegt Pippi. ‘Maar ik heb er geen last van.’

In mijn mailbox komen dagelijks adviezen binnen om mee te doen aan een guerrilla-actie. Teneinde de directe democratie een handje te helpen ga je naar het inmiddels veelbezongen meldpunt van de PVV en je antwoordt eerlijk op de daar gestelde vragen. ‘Is er sprake van overlast door Polen?’, luidt de vraag. ‘Nee’, antwoord je. ‘Maar kind’, zegt Geert Wilders, ‘je huis zit er vol mee.’ ‘Jawel’, zeg je. ‘Maar ik heb er geen last van.’

De houding bevalt me. Het zou mooi zijn als we vaker de kans zouden krijgen te melden waar we in het leven géén last van hebben. Stiefouderschap, het weer, verhoging van de AOW-leeftijd, Sacha Baron Cohen, pensioenkortingen. ‘Maar! Kind! Je pensioen! 2,3 procent minder!’ ‘Hm, ja, maar ik heb er geen last van.’ Het siert de mens om stevig en standvastig te zijn. Zeker nu steeds vaker een beroep wordt gedaan op zijn neiging tot zeuren.

Zojuist heb ik me laten uitleggen wat het verschil is tussen geluidshinder en geluidsbelasting. De geluidsbelasting is een feitelijk gegeven, die kun je in decibellen meten, vaststellen en aantonen. Geluidshinder is de ellende die mensen zeggen te ondervinden van de geluidsbelasting. De verleiding is groot de twee door elkaar te halen. Zeggen dat mensen hinder ondervinden, terwijl er louter belasting is; zeggen dat ze sproetenzalf moeten kopen tegen sproeten, terwijl je die alleen moet kopen als je er last van hebt.

De Langkousanalyse kwam in me op toen ik discussies volgde over hijgerigheid in de pers en in de politiek. Nadenkend over het gedrag van al die mensen die ‘de media’ heten, realiseerde ik me dat die media hun publiek tegenwoordig vreselijk zeurderig en ontevreden inschatten. Je zou zeggen dat kijkers en lezers niet van ieder wissewasje last hebben en dan bediend willen worden, maar de media wringen zich in bochten om ze in alles ter wille te zijn. Niet altijd tot genoegen van die kijkers en lezers zelf. Je stelt het nu eenmaal niet op prijs dat iemand sproetenzalf voor je koopt, om die rare analogie voor de laatste keer te gebruiken, als je zelf trots bent op je sproeten.

Vorige week voerde Matthijs van Nieuwkerk een gesprek met politicus Martijn van Dam over diens ambitie leider te worden van de PvdA. Van Nieuwkerk gaf les in populisme. Beantwoordde Van Dam een vraag, dan riep de presentator dat hij hem niet had moeten beantwoorden; beantwoordde hij een vraag niet, dan riep de presentator „geef nou eens antwoord!” Het ging namelijk, legde Van Nieuwkerk dit spelletje uit, om de indruk die een politicus maakt op het publiek. „Debattalent, presentatie, voorkomen, dat is het enige waarom het gaat.”

Het beledigende ervan was niet eens zozeer dat de politicus onderuit werd gehaald, het beledigende was dat de kijkers hiervoor verantwoordelijk werden gehouden. Het ergste van de News of the World-aanpak in het algemeen is niet dat de grenzen van de betamelijkheid worden overschreden, maar dat het publiek ervan wordt beschuldigd zoiets te willen. In werkelijkheid heeft de kijker er geen last van als een politicus inhoudelijk reageert, totdat de interviewer ervoor zorgt dat de kijker er last van heeft. „Mag ik u iets zeggen?”, zei Matthijs van Nieuwkerk. „Dit wordt helemaal niks.”

De kijker, de lezer, de burger is een fatsoenlijker mens dan politiek en journalistiek denken. De misvatting dat het publiek over de gekste dingen ontevreden is, er last van heeft en zich wil beklagen, leidt in Nederland nu al jarenlang tot ellende. Er wordt zinloze retoriek op het land losgelaten omdat het publiek dat zou willen.

Mensen willen de agenda van de PVV helemaal niet, zei Martijn van Dam, ze willen geen kopvoddentaks. Ze willen dat reëel bestaande problemen worden aangepakt. Maar Van Nieuwkerk zag voor een toekomstig partijleider slechts één taak: zich verstaan met de opwinding die Wilders verspreidt. „Denigrerend, beetje komiek, best wel treffend gevonden.” Aldus bevestigend dat Wilders geliefder is onder journalisten dan onder zijn eigen achterban.

Wanneer zelfs een serieuze krant als NRC Handelsblad niet begrijpt dat lezers geen informatie willen uit medische dossiers die niet openbaar zijn, dan is dat een teken dat het onbegrip tussen media en publiek diep zit. De krant kan volhouden dat de Rijksvoorlichtingsdienst te terughoudend was en dat de lezer last had van gebrek aan informatie, maar – nee! – de lezer heeft geen last van gebrek aan informatie. Die wil geen geheim gezondheidsbulletin.

Het is de suggestie die beledigend is. De suggestie dat wij al deze dingen willen. Een Polenmeldpunt, agressieve interviews met politici, intieme informatie over iemand die in coma ligt. Nee! Dat willen we niet. Waar kunnen we dat laten weten?

    • Marjolijn Februari