Moore met humor

Weer met veel plezier en bewondering gekeken naar de nieuwste documentaire van Frans Bromet: Alles van waarde.

Begin ik tegenwoordig bij speelfilms nogal eens op mijn horloge te kijken (hoe meer je de film als lang ervaart, hoe slechter hij is), bij Bromet bleef ik geboeid, ook al draait zijn (bioscoop)film alleen maar om hem en zijn dochter Laura.

Laura staat positief in het leven, zij is fractievoorzitter van GroenLinks in Waterland en medewerkster van de GroenLinksfractie in de Tweede Kamer. Zij wil de wereld verbeteren, zonder luchtfietserij – daarvoor is ze te down to earth – maar door via de politiek macht te verwerven. Haar vader wil ook wel de wereld verbeteren, maar hij heeft niet meer de overtuiging dat zoiets nog mogelijk is.

Dat resulteert in verbale botsingen tussen twee mensen die – dat voel je aan alles – nooit twijfelen aan hun liefde voor elkaar, terwijl ze in hun tweepersoonsautootje over Hollandse polderwegen wiebelen.

Laura: „Ik kies de politiek om iets te doen. Anderen keren zich van de politiek af.” Frans: „Politiek heb je ook niet veel aan.” Is hier sprake van een generatiekloof? Laura: „Nee hoor, het is een kwestie van karakter: ben je pessimist of optimist. Jij bent geen optimist.” Frans: „Ik ben een realist.”

Hij schampert over de verkiezingsleus ‘Klaar voor de toekomst’ van GroenLinks: „Nietszeggend.” Hij voelt zich niet meer thuis in deze tijd, creatieve mensen als hijzelf ziet hij als losers die wel talent, maar geen macht hebben. „En talent is niet meer doorslaggevend.”

De netmanagers van de publieke omroep zijn voor hem uitgegroeid tot een metafoor voor deze tijd: vrijwel onzichtbare, middelmatige bureaucraten die alleen maar naar rendement (kijkcijfers) kijken en het contact met de programmamakers zoveel mogelijk mijden. De kracht van zijn film is dat hij met concrete voorbeelden laat zien dat die netmanager overal in de samenleving op een ondoorzichtige manier aan de touwtjes trekt: het onderwijs, de zorg, de commerciële dienstverlening.

Hij volgt de wijkverpleegster die precies vijftien minuten heeft om een oude man uit zijn bed te krijgen en te wassen. En hij interviewt een tandarts die wanhopig een nieuwe telefoonaansluiting probeert te krijgen.

Hilarische hoogtepunten zijn de momenten waarop Bromet Jeroen Knigge, de voorzitter van het college van bestuur van het ROC in Leiden, opzoekt. Hier ontpopt Bromet zich als een Michael Moore – maar dan met humor. Knigge laat hem trots de nieuwbouw van het ROC zien en Bromet vraagt hem hoeveel dat allemaal kost. 5, 10 miljoen? Nee, iets meer, maar Knigge weet het niet precies. 20, 25 miljoen? Ja, zoiets, maar hij zal het navragen. Bromet hoort niets meer en benadert Knigge opnieuw op een sjiek feestje van onderwijsbobo’s. Knigge troont hem mee naar een medewerker die het verlossende cijfer uitspreekt: 76 miljoen! We horen Bromet bijna flauwvallen achter de camera – en wij, in de bioscoop, vallen met hem mee.

Maar Knigge heeft niets in de gaten. Die vindt het kennelijk normaal dat hij geen flauw idee heeft hoeveel zijn nieuwbouw kost. Ik heb zijn blog opgezocht waarop hij schrijft na het zien van de preview van de film: „Benieuwd naar mijn bijdrage. Dat viel gelukkig mee. […] Het ROC komt goed in beeld en ik was niet ontevreden met mijn eigen bijdrage.”

Knigge moeten we benoemen tot netmanager van heel Nederland.