Leegte Wanja fraai invoelbaar

Theater

Oom Wanja van Tsjechov door Hummelinck Stuurman. Gezien: 25/2. Inl. tsjechov3.nl ****

Een aardse Oom Wanja maakte Gerardjan Rijnders. Simpel, zonder opsmuk en met alle ruimte voor de acteurs. Rijnders plaatst Tsjechovs klassieker over vervlogen dromen in een sobere setting. Het toneel wordt gedomineerd door vier hoge houten voorraadkasten. Hier maken Oom Wanja (Pierre Bokma) en zijn nichtje Sonja (Randy Fokke) de inventaris op van hun boerenbedrijf. Ruim op voorraad is de wodka, die royaal vloeit in liederlijke zuippartijen van Wanja met dorpsdokter Astrov (Hein van der Heijden).

Het leven op het landgoed is ernstig verstoord, nu Sonja’s vader, professor Serebrjakov (Reinier Bulder) en zijn jonge vrouw Jelena (Eline ten Camp) er ook zijn komen wonen. Wanja komt niet meer aan werken toe, uit liefde voor Jelena. En Astrov, eveneens vol begeerte, bezoekt Wanja plots opvallend vaak. De professor moppert en klaagt, Jelena verveelt zich stierlijk, en ook Sonja, kansloos verliefd op Astrov, is ongelukkig.

Bulder is verrukkelijk onuitstaanbaar in zijn academische arrogantie. Van der Heijden is hilarisch als de overwegend bezopen Astrov. Een slap dronkemansgevechtje tussen hem en Wanja vormt een komisch hoogtepunt. Randy Fokke als Sonja is verrassend sterk. Hier zien we een jong meisje dat haar dromen al op heeft moeten geven en zich verbeten op het werk stort. Maar al wil ze het graag: haar gevoel is niet dood. In Fokkes fraai gelaagde spel wisselen puberale hoop en wanhoop, kalverliefde, woede en verdriet elkaar af.

Bokma maakt van Wanja met gejaagd, verongelijkt spel aanvankelijk een beetje een karikatuur. Concentreren andere ensceneringen van Oom Wanja zich doorgaans op de weemoed, Bokma’s Wanja is enkel woedend. Als een mitrailleur vuurt hij zijn teksten af, vaak zonder adempauze tussendoor. Maar als aan het slot de woede is geweken, en Bokma zich met betraand gezicht tot de zaal richt, is de leegte die Wanja verplettert des te beter invoelbaar.