Ik ben altijd al neutraal geweest

Onlangs werd de geboren Turk Serdar Gözübüyük (26) als jongste Nederlandse scheidsrechter op de lijst van internationale arbiters geplaatst.

Kun je geboren worden als scheidsrechter? Bij Serdar Gözübüyük (26) lijkt het er sterk op. Hij begon toen hij twaalf was: ’s ochtends een wedstrijd fluiten bij de E’tjes en de F’jes, ’s middags keepen bij DCO in Haarlem. Dat voetballen kon hij ook, misschien was hij wel prof geworden, als hij op tijd gescout was door een grote club. Maar dat gebeurde niet en vanaf zijn vijftiende week alles voor het fluiten. Gözübüyük werd opgenomen in het Talententraject van de KNVB en klom razendsnel op. Op zijn 22ste debuteerde hij in het betaald voetbal, op 10 maart 2008, bij de wedstrijd tussen AGOVV en FC Dordrecht, als jongste scheidsrechter ooit. Bij elke nieuwe carrièrestap was het er weer: ‘de jongste ooit’. Toen hij afgelopen zomer naar de eredivisie promoveerde, en vorige maand, toen hij als jongste Nederlandse scheidsrechter ooit door de FIFA op de lijst van internationale arbiters werd gezet.

Gaat uw leven erg veranderen, nu u internationaal scheidsrechter bent geworden?

„Ik zal veel vaker naar het buitenland gaan voor wedstrijden. De afgelopen twee seizoenen ben ik ook al bij internationale wedstrijden geweest, als vierde, vijfde of zesde official. Het is dus niet dat ik het nooit heb meegemaakt. Ik ben bij Lazio Roma geweest en bij Celtic in Glasgow. Leuke wedstrijden. Maar vanaf nu kan ik ook als ‘hoofdscheids’ ingezet worden, om te beginnen bij de Europa League. Het zou best eens snel kunnen gaan, omdat ik in het programma CORE [Centre of Refereeing Excellence] van de UEFA zit, bedoeld voor jonge, talentvolle scheidsrechters. Dan krijg je meer aandacht, zodat je eerder toe bent aan belangrijke wedstrijden. Maar begin februari ga ik eerst de introductiecursus volgen en daarna zal ik waarschijnlijk beginnen met een jeugdtoernooi, ergens in de wereld.”

Mag u dromen van een rol op de WK over twee jaar?

„Nee, dat is absoluut onmogelijk. Het duurt nog jaren voor ik überhaupt kans maak bij zo’n groot toernooi te kunnen zijn. Maar ik wil niet zo ver vooruit denken. En daarbij, een EK of WK is voor heel weinig scheidsrechters weggelegd.”

Vanaf de eerste keer dat u als twaalfjarig jochie een wedstrijd floot, was u verkocht. Waarom?

„Omdat ik de wedstrijd in handen had en na afloop complimenten kreeg. Dat gaf mij plezier en motiveerde mij ermee door te gaan.”

Dus u vond het leuk omdat u er goed in was?

„Ja. Ik vond het fijn als een wedstrijd dankzij mij goed verliep, dat er geen opstootjes waren, en dat ik van ouders en club positieve reacties kreeg. En ook van de spelers, mijn leeftijdgenoten. Ik ben een keer ingevallen voor een scheidsrechter die niet kwam opdagen bij een wedstrijd waarvoor ik als speler was opgesteld. Met goedvinden van beide teams ging ik toen fluiten. Ik heb die wedstrijd een teamgenoot geel gegeven. Niemand had daar problemen mee. Na afloop werden er wel grapjes over gemaakt, maar meer ook niet.”

Waarom bent u zo goed?

„Daar kan ik geen antwoord op geven, dat moeten anderen beoordelen. Maar wat misschien een rol speelt, is dat ik nooit een speciaal clubgevoel heb gehad. Er hebben nooit shirtjes op mijn kamer gehangen met namen van spelers erop. Ik hou gewoon van het spel op zich, voor of tegen een club zijn voegt voor mij niks toe aan het plezier. Integendeel, ik stoor me aan de negativiteit die ermee gepaard gaat.

„Ik ben de jongste thuis, mijn vader en mijn oudste broer zijn fanatieke Fenerbahçe-fans, mijn andere broer is Galatasaray-aanhanger. Dus als we vroeger samen voor de tv zaten, vroegen ze aan mij of die strafschop terecht was of niet, want ik was neutraal.”

Een soort aangeboren onpartijdigheid.

„Of nuchterheid. Ik heb ook nooit een idool gehad. En ik heb nooit gedacht, ook niet toen ik pas begon bij het betaald voetbal: ‘Oh, nou sta ik met die en die op het veld’. Want die beroemde spelers gaan straks ook gewoon naar het toilet. Het boeit me totaal niet.”

In het scheidsrechtersvak heb je ook geen voorbeelden, zei u ooit. Collina, zes jaar achtereen uitgeroepen tot de beste scheidsrechter van de wereld, vond u goed maar meer ook niet.

„Dat is zo. Ik heb respect voor de manier waarop hij alles heeft gegeven om zijn doel te bereiken, maar een voorbeeld is hij niet. Ik heb mijn eigen stijl.”

Karakteriseer uw stijl eens. Waarin schuilt uw kracht?

„Kijk, ik ben de jongste van de nieuwe generatie. De jongens die ik nu fluit in de eredivisie zijn van mijn leeftijd. Ik heb ze nog meegemaakt bij de B’tjes en de A’tjes. Dus ik sta niet boven ze omdat ik toevallig de wedstrijd moet leiden, ik behandel ze als gelijke. Dat zijn mensen niet gewend, merk ik.”

Nu bent u even oud maar over tien, twintig jaar is dat anders.

„Dan heb ik nog steeds diezelfde houding. Ik hou ervan om de regels op een zo menselijk mogelijk manier toe te passen. Geel is geel en rood is rood, maar er is ook een grijs gebied en dat probeer ik met mijn persoonlijkheid op te lossen, zonder kaarten uit te delen. Ik hoef me niet zo nodig te laten gelden als degene die alles bepaalt. Ik verplaats me in de spelers, en in de supporters. Die komen niet naar het stadion om de scheidsrechter in actie te zien.”

U heeft alles opzij gezet voor het scheidsrechteren. Tot onbegrip van uw omgeving, heeft u weleens gezegd.

„Ja, mensen deden er vaak lacherig over. Als ik op school aan de leraar toestemming moest vragen eerder weg te mogen voor een toernooi, werd dat fluiten van mij belachelijk gemaakt door klasgenoten. Gewoon jaloezie. Dat is een ziekte, jaloezie. En een behoorlijk ernstige ook. Ik kom die jongens nog weleens tegen, en nu benaderen ze me heel anders. Nu vinden ze me interessant.”

In uw hang naar perfectie schakelde u een speciale trainer in, alleen om uw lichaamshouding op het veld te verbeteren. Waar komt die brandende ambitie vandaan?

„Mensen die denken dat ze niets kunnen bereiken in de maatschappij, wil ik laten zien dat je wel ver kunt komen, als je er maar alles voor geeft.”

Nu doelt u op uw Turkse achtergrond.

„Ja, het heeft mij altijd geprikkeld als mensen riepen dat ik het als Turk toch niet zou redden. Veel andere allochtone jongeren raken erdoor gedemotiveerd. Daarom geef ik presentaties op scholen en bij voetbalclubs, om te laten zien dat je het beste uit jezelf moet halen. En dat als je eenmaal goed genoeg bent, het niet meer uitmaakt of je Turk bent of Marokkaan of wat dan ook.”

    • Brigit Kooijman