'Haal die andere borst er ook maar af'

Arjen Witkamp ziet tientallen borstkankerpatiënten per week. De oncologisch chirurg adviseert, opereert en biedt gemoedsrust. „Dokter, mag ik onder controle blijven?”

Europa, Nederland, Utrecht, 26-01-2012,UMC, mammapoli, Borstamputatie nav. borstkanker, tijdelijke borstprothese wordt met water gevuld en klaargemaakt voor de patiente in de OK in het academisch ziekenhuis in Utrecht. foto Evelyne Jacq Evelyne Jacq

Ze ontdekte de knobbel in haar borst zelf: een ribbel van twee centimeter lang. Dat was vier dagen geleden. Sindsdien kreeg ze een mammografie (een foto), een echo, een MRI-scan en een biopsie (verwijdering van een stukje weefsel). En nu zit ze in de tl-verlichte werkkamer van chirurg Arjen Witkamp in het academisch ziekenhuis in Utrecht. Op de mammapoli.

Haar man en zij zijn kalm. Dit weekeind zijn ze even met „zoonlief” weggeweest. Om de informatie te verwerken. De tumor is kwaadaardig, maar nog klein. Zij is 59 jaar, zachtaardig, verpleegkundige.

Witkamp geeft advies: een operatie die de tumor weghaalt maar de borst intact laat, samen met de plastisch chirurg. Vervolgens bestraling. Ze knikken. Haar man wil weten wat de kans is dat ze dit overleeft. Groot, zegt Witkamp. „75 procent van de borstkankerpatiënten leeft tien jaar na de behandeling nog steeds.”

Van alle vrouwen krijgt 11 procent borstkanker: 13.000 vrouwen per jaar in Nederland. De zorg voor die patiënten ontwikkelt zich razendsnel. Witkamp is pas vijf jaar oncologisch chirurg en er is in die tijd al veel veranderd. Neem de plastische chirurgie. Toen hij begon, kregen de meeste vrouwen dat niet. „Ik vond dat onnodig, want medisch gezien is dat zo. Maar veel vrouwen vinden het belangrijk dat ze er nog goed uitzien. Dat belang zie ik nu beter. De man vindt het vaak irrelevant. Zegt: ik ben al blij als je blijft leven. Maar veel vrouwen willen dat zelf.”

Witkamp (43) is een grote, rustige man met rossig haar. Elke week ziet hij tientallen borstkankerpatiënten voor controle en opereert hij er nog eens tien. Een dag per week doet hij onderzoek. Hij had meer kunnen verdienen door in een gewoon ziekenhuis te werken, maar hij koos voor een academisch ziekenhuis. Om ook onderzoek te doen.

Een vrouw van 76 jaar komt voor controle. Ze is zwaar opgemaakt, draagt een hippe bril en een strak jasje met pofschouders. Twee keer heeft ze borstkanker gehad. En sinds de dood van haar man, vertelt ze, lijdt ze aan hartritmestoornissen. Acht jaar al. Heel eng, het duurt soms wel acht uur. „Neem ik niet te veel van uw tijd dokter?”, vraagt ze een paar keer. Welnee, zegt Witkamp, en hij voelt of er nieuwe knobbels in en rond haar borst zijn. Dat is niet zo. Ze is weer opgelucht, zegt de vrouw. „Dokter, mag ik alstublieft onder controle blijven?” Dat mag.

Nog een verandering: toen Witkamp begon, voerde hij alleen een preventieve amputatie uit (ook de andere borst eraf) als de vrouw genetisch kans had op nieuwe tumoren. Nu kijkt hij ook naar andere zaken. „Als ze zegt: ‘dokter, ik kan niet leven met die angst’, en die angst is enigszins reëel, dan voer ik die operatie uit.”

De verzekeraar doet er weleens moeilijk over, zegt hij, want medisch is zo’n amputatie niet nodig. „Maar we trappen heus weleens op de rem. Heel veel vrouwen zeggen: haal die ander er ook maar af! En daar gaan we meestal niet in mee.”

Witkamp probeert, net als alle oncologisch chirurgen, voortdurend de bijwerkingen en behandelingen te beperken. Toen hij begon, vijf jaar geleden, opereerde hij bij de meeste vrouwen automatisch de oksel, náást de borst. Om te kijken of er uitzaaiingen waren in de okselklieren en die dan schoon te maken. Dat doet hij niet meer, omdat het vaak onnodig bleek. Alleen als de tumor groot is en van een heel agressief type, doet hij het wel. „Zo’n extra operatie is vervelend en geeft weer bijwerkingen in de oksel. Dus het is winst dat we die niet altijd meer doen.”

Elke vrouw vanaf vijftig jaar kan jaarlijks een borstfoto laten maken. Dat heeft het aantal ontdekte tumoren vergroot, ook goedaardige die niks voorstellen. Maar vroege ontdekking heeft de kans op overleving van al die vrouwen ook fors vergroot.

Hoe eerder de tumor ontdekt wordt, hoe beter. Vandaar dat de vrouwen van onder de vijftig jaar die in Witkamps spreekkamer zitten, meestal een grotere tumor hebben dan oudere vrouwen. Want onder de vijftig jaar komen ze er toevallig achter. Vaak vrij laat. En dan is de behandeling veel zwaarder.

Dat is te zien bij een andere vrouw (45) die vanochtend bij Witkamp zit. Haar laatste chemo was vijf maanden geleden, vertelt ze, haar haar is al wat aangegroeid. „Ik ben mijn leven aan het opbouwen, maar het duurt lang.”

Ze doet administratief werk op een kantoor, maar kan zich moeilijk concentreren. Vorig jaar had Witkamp een tumor uit haar borst gehaald, daarna is ze ook bestraald. „Ik was nog bezig met het fysieke herstel. Maar toen kwam ook de geestelijke klap: wat is me overkomen? De mensen op het werk gaan er eigenlijk aan voorbij. Ze zeggen: het was toch klaar?”

Sinds de bestraling heeft ze last van haar slokdarm. Haar gehoor is achteruitgegaan. Ze heeft voortdurend oogontsteking. Ze is, zegt de vrouw, het vertrouwen in haar lichaam kwijt.

Dat is de ellende van kanker, zegt Witkamp. „Je komt hier met een tumor die je niet merkt. Je voelt je prima. En dan maken wij je hartstikke ziek. Met een operatie, bestraling, chemo, een hormoonkuur – die veel bijwerkingen geven. Maar ze zijn nodig om de tumor te vernietigen.”

Frederiek Weeda

    • Frederiek Weeda