Gretige televisiemakers op de Eerste Hulp

Gretige televisiemakers op de Eerste Hulp

U wordt aangereden, en snel naar de afdeling spoedeisende hulp van het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam gebracht. Terwijl u in een bed ligt te wachten tot er een dokter arriveert, staat er, zonder dat u het weet, een camera op u gericht. Een vrouw in een witte jas komt op u af. Zij blijkt geen dokter te zijn, maar voor productiebedrijf Eyeworks te werken. Ze vraagt u toestemming om u verder te filmen.

Het bovenstaande is geen scène uit een satirisch programma. Vorige week bleek dat er voor de realityshow 24 uur tussen leven en dood is gefilmd op de afdeling spoedeisende hulp van het VUmc zonder toestemming van de patiënten. Na alle ophef besloot RTL het programma te schrappen.

Heeft het VUmc in de voorbereidende gesprekken met televisieproducent Eyeworks zich überhaupt gerealiseerd dat het ophangen van camera’s op de afdeling spoedeisende hulp, en het later uitzenden van beelden van patiënten, in principe helemaal niet is toegestaan? Het lijkt erop dat het ziekenhuis essentiële regels die voortvloeien uit het medisch beroepsgeheim en de privacywetgeving volstrekt over het hoofd heeft gezien. Die regels houden in dat alleen personen (hulpverleners) die direct bij de zorg betrokken zijn, toegang hebben tot camerabeelden van patiënten en de informatie die bij hun behandeling naar voren komt.

De situatie is ernstig. Het behoort tot de basiskennis van artsen, hulpverleners en ziekenhuisbestuurders, dat zonder een vertrouwensrelatie tussen dokter en patiënt en respect voor het beroepsgeheim geen goede zorgverlening mogelijk is. Het VUmc heeft zich vermoedelijk eerst en vooral zelf in de voet geschoten door deze ondoordachte actie. Helaas is niet uitgesloten dat het vertrouwen dat patiënten in het algemeen in ziekenhuizen en hulpverleners mogen stellen, ook een deuk heeft opgelopen. Laten we hopen dat andere ziekenhuizen door dit incident gewaarschuwd zijn en hun poorten niet snel voor gretige televisiemakers openen.

Frederik Zuiderveen Borgesius en Corette Ploem

resp. promovendus IViR aan de Universiteit van Amsterdam en universitair docent en onderzoeker AMC aan de Universiteit van Amsterdam

Reanimeren

NRC: voor wie de nuance zoekt? De nuance is bij Victor Lamme in zijn column ‘Lieve Friso’ ver te zoeken (Zin, 24 februari). „Wie in Nederland na 24 uur niet reageert, wordt opgegeven”, stelt hij. Deze stelling is niet waar en doet onrecht aan alle professionals, die zich inzetten voor patiënten die gereanimeerd zijn.

Wat is de praktijk? Als na een reanimatie een patiënt comateus blijft, wordt hij opgenomen in een intensive care afdeling. De beademing wordt voortgezet om nieuw zuurstofgebrek te voorkomen. Ter verbetering van de neurologische prognose wordt de lichaamstemperatuur gedurende 24 uur kunstmatig verlaagd. Zolang er twijfel is over de mogelijkheid dat de patiënt wakker wordt, wordt de behandeling voortgezet. De uitkomst van het neurologisch onderzoek kan zijn dat niet verwacht mag worden dat het bewustzijn van een patiënt zal terugkeren. Vaak gaan er meerdere dagen overheen voordat die conclusie getrokken wordt. Als er op grond van een slechte neurologische prognose tot behandelbeperkingen wordt besloten, zoals staken van beademing of het niet toedienen van medicatie, zal dat alleen met instemming van de familie zijn. Zo’n besluit wordt pas genomen na samenspraak van professionals en familie, gesteund door ziektebeloop en de uitkomsten van relevante onderzoeken.

Giel van Berkel

Internist-intensivist, Beatrixziekenhuis te Gorinchem

    • Giel van Berkel