Garzón gaat in Franco-zaak vrijuit

Het Spaanse Hooggerechtshof heeft de bekende onderzoeksrechter Baltasar Garzón (56) vandaag vrijgesproken van ambtsmisbruik in een onderzoek dat hij kortstondig leidde naar misdaden tijdens de Burgeroorlog (1936-1939) en daaropvolgende Franco-dictatuur. Garzón, zo bepaalden zes van de zeven rechters van het Hof, was niet bevoegd dit onderzoek te openen, maar misbruikte zijn ambt niet.

Toch zal Garzón zijn ambt waarschijnlijk nooit meer kunnen uitoefenen. Eerder deze maand werd hij namelijk al veroordeeld in een ander proces bij het Hooggerechtshof. Het Hof zette hem voor elf jaar uit zijn ambt, omdat hij van corruptie verdachte politici van de centrum-rechtse regeringspartij PP in de gevangenis liet afluisteren terwijl zij overlegden met hun advocaten.

Garzón, die wereldwijd bekendheid geniet sinds hij de Chileense oud-dictator Pinochet probeerde te vervolgen, opende het Franco-onderzoek in 2008 op verzoek van nabestaanden van Republikeinse slachtoffers, het verliezende kamp in de Burgeroorlog. Zij vroegen hem hulp bij het openen van de anonieme, verspreid door het land liggende massagraven, met naar schatting 114.000 gefusilleerde Spanjaarden.

Garzón achtte zichzelf bevoegd tot het onderzoek, omdat het onder meer ‘gedwongen verdwijningen’ en babyroof betrof. Volgens internationale jurisprudentie – die Garzón mede zelf afdwong tijdens processen tegen mensenrechtenschendingen in Zuid-Amerika – kunnen zulke misdaden niet verjaren noch door nationale amnestiewetgeving worden gepardonneerd.

De processen tegen Garzón leidden tot felle kritiek van internationale mensenrechtenorganisaties, linkse intellectuelen en nabestaanden van Franco-slachtoffers. Zij spraken van een „heksenjacht”. Rechtse magistraten, rechtse politici en jaloerse collega’s zouden zo met Garzón hebben willen afrekenen.