Europeanen op zoek naar werk

Zijn arbeidsmigranten ongenode lastpakken die voor overlast zorgen? Of zijn ze het gezicht van een dynamisch continent? Hoe je er ook over denkt, de uitbreiding van de Unie heeft geleid tot nieuwe migratiestromen.

Europa moest veiliger en stabieler worden, de democratie moest dieper verankerd raken en mondiaal moest de EU aan politiek gewicht winnen. Het Europese concurrentievermogen moest groeien, evenals de werkgelegenheid en de levenstandaard van de EU-burgers.

Het waren de argumenten die de lidstaten van de ‘oude’ EU gebruikten om te besluiten tot uitbreiding van de gemeenschap met landen uit Midden- en Oost-Europa. In 2004 traden Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije, de Baltische Staten en Slovenië toe tot de Europese Unie, evenals Cyprus en Malta. In 2007 volgden Roemenië en Bulgarije.

Niet alle verwachtingen zijn uitgekomen. Populisme en euroscepsis groeien, in zowel oude als nieuwe lidstaten. Europa kampt met een ernstige economische en financiële crisis. Het ‘consumentenvertrouwen’ van de burgers, zoals gemeten in de Eurobarometer, de opiniepeiling van de EU, laat geen vrolijk beeld zien. Zeven op de tien Europeanen zijn somber over de economische situatie, in 2004 waren nog zes op de tien burgers positief.

Hoe je ook denkt over het succes van de uitbreiding, met zo’n 75 miljoen inwoners erbij heeft de EU in ieder geval aan demografisch gewicht gewonnen. Concreet heeft de gefaseerde uitbreiding van de EU een nieuwe migratiestroom in Europa tot stand gebracht – na de eerdere toestroom van miljoenen Turken en Marokkanen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, en naast de meer recente oversteek van economische vluchtelingen vanuit Afrika.

In 2003 waren 1,6 miljoen burgers in de 15 ‘oude’ lidstaten van de EU afkomstig uit de tien Midden- en Oost-Europese lidstaten die in 2004 en 2007 zijn toegetreden. In 2010 is dat aantal naar schatting gegroeid tot 5,3 miljoen – eenzesde van alle ‘buitenlanders’ in de Europese Unie.

Ruwweg zijn er twee migratiestromen te onderscheiden: een van oost naar west, en een van oost naar zuid. Polen hebben zich (net als Litouwen en Slowaken) hoofdzakelijk gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Ierland en Nederland. Roemenen trokken vooral naar Italië, Griekenland en ook naar Duitsland. Bulgaren gingen ook over de grens naar buurland Griekenland.

Wie zijn die arbeidsmigranten? Lastpakken die ‘onze’ banen inpikken en in dronkenschap overlast bezorgen, en die daarom gemeld moeten worden? Of zijn het bewonderingswaardige avonturiers die huis en haard verlaten om maar aan werk te komen?

Vallen ze in de categorie van doortastende emigranten die in vroegere tijden het oude continent verlieten om elders in de wereld (Canada, Australië, Nieuw Zeeland) hun geluk te beproeven? Geven zij gezicht aan de Amerikaanse droom van voortdurende mobiliteit, maar nu op Europese bodem?

Het is niet gemakkelijk daarover een communis opinio te bereiken. Voor Polen geldt in ieder geval: mede dankzij de inkomsten van zijn arbeidsmigranten is zijn economie de afgelopen niet in het slop geraakt, zoals die van de meeste oude lidstaten. Polen bloeit.

Minder controversieel, maar net zo moeilijk is het om in kaart te brengen hoeveel arbeidsmigranten er precies uit de zogeheten MOE-landen zijn. Er zijn genoeg cijfers, maar ze zijn doorgaans tamelijk oud (de laatste, door de lidstaten aangeleverde gegevens van het Europees statistisch bureau Eurostat hebben betrekking op 2010) en ze zijn vaak niet compleet. Er worden verschillende definities gehanteerd. De cijfers weerspiegelen doorgaans alleen de officiële migratiestromen, dat wil zeggen van degenen die zich laten inschrijven. Maar een heleboel migranten (seizoenarbeiders) laten zich niet of moeilijk vangen in de registers van de autoriteiten. Arbeidsmigranten zijn doorgaans flexibel. Daarom waarschuwen het CBS, Eurostat en (universitaire) onderzoekers „voorzichtig” om te gaan met de tabellen en grafieken – bij deze.

Toch zijn er wel trends te ontdekken. Zoals het gegeven dat van de Poolse immigranten die in de jaren 2000 - 2009 naar Nederland kwamen, 60 procent weer is vertrokken, maar dat het verschijnsel arbeidsmigratie een permanent karakter heeft gekregen. „Alle onderzoeken wijzen op een verdere toename van het aantal arbeidsmigranten op korte termijn”, luidde vorig jaar de conclusie van een rapport van een Kamercommissie.

In het rapport staat ook dat er in Nederland zeker meer dan 200.000 arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa zijn. Nederland is niet in staat geweest de toestroom in goede banen te leiden. Daarom besloot het kabinet afgelopen november gebruik te maken van de EU-clausule om Roemenen en Bulgaren nog tot 2014 buiten de deur te houden, uitzonderingen daargelaten. Slechte huisvesting, overlast in sommige wijken en oplopende werkloosheid in eigen land, zijn de argumenten die minister Kamp (Sociale Zaken) hanteerde.