Een laat inzicht

De FARC in Colombia stopt met ontvoeren en de politieke tak van de Baskische ETA zegt sorry. Nogal laat, is de sceptische reactie. Iedereen was het geweld allang beu.

Een halve eeuw na hun oprichting worstelden de FARC en de ETA dit weekeinde opzichtig met hun rol in de 21ste eeuw. De Colombiaanse Revolutionaire Strijdkrachten (FARC) beloofde in een communiqué te stoppen met ontvoeringen en de laatste ‘krijgsgevangenen’ vrij te laten. De izquierda abertzale, de politieke tak van Baskisch Thuisland en Vrijheid (ETA), las een manifest voor waarin ze „diepe treurnis” liet blijken voor „de gewelddadige acties” van de separatisten.

Het zijn stuiptrekkingen van bewegingen die het contact met de samenleving hebben verloren. FARC en ETA begonnen als linkse vrijheidsstrijders, maar worden nu alom gezien als criminelen met een revolutionair masker. Sympathie hebben ze nauwelijks nog, ook niet onder hun achterban.

Hoewel ideologische zelfverblinding de groepen niet vreemd is, moeten ook zij zien dat de gestes van dit weekend rijkelijk laat komen. Beide communiqués lijken dan ook bedoeld om politieke munt te slaan uit een militair hopeloze situatie.

De FARC sloeg in de aankondiging een toon van gerechtigheid aan en zei dat de Colombiaanse overheid de vrede in de weg staat, niet zij. Zelf zeggen ze „beschaafd” te willen praten over „de ernstige sociale en politieke problemen” in Colombia.

Die kans lijkt verkeken. De FARC heeft zich met hun geweld geleidelijk aan impopulair gemaakt, net als de ETA in Spanje. Zelfs separatistische Basken hebben er genoeg van; de ETA geeft hun nationalistisch project een slechte naam.

De FARC ontstond als marxistische guerrillagroep die streed tegen grootgrondbezit in Colombia. In de praktijk is het al decennia een criminele organisatie, die leeft van afpersingen, ontvoeringen en drugshandel. De eveneens linkse ETA streed tegen de rechtse dictatuur van Franco en voor een onafhankelijk Baskenland. Na de terugkeer naar democratie in 1978 verwerd ze als snel tot een terreurbende.

Het kost FARC en ETA moeite deze werkelijkheid onder ogen te zien. Het inzicht komt er pas nu ze door de autoriteiten in het nauw zijn gedreven. Hun leiders wisselen elkaar snel op en hun strijders moeten regelmatig schuilen in buurlanden.

De ETA is al verder dan de FARC. De Baskische separatisten meldden afgelopen oktober hun gewapende strijd definitief te staken. De Spaanse regering noemde dat „een belangrijke stap, maar niet voldoende”. Madrid eist dat de ETA zich ontbindt en de wapens inlevert. Dan pas kan er misschien gepraat worden.

Ook president Santos van Colombia noemde het communiqué van de FARC dit weekeinde „een stap in de goede richting, maar onvoldoende”. De guerrillero’s bleven immers vaag over wat ze zullen doen met de niet-politieke ontvoerden die ze vasthouden – een paar honderd burgers. Ook geven ze de strijd niet op.

De scepsis in Bogotá en Madrid is niet vreemd. In het verleden gebruikten FARC en ETA wapenstilstanden en onderhandelingsrondes meermaals om zich te hergroeperen en aan te sterken. Uiteindelijk namen ze de wapens altijd weer op.

Beide regeringen kunnen het zich tegenover hun kiezers niet veroorloven blindelings in te gaan op een aanbod tot dialoog. Het is ook niet nodig, nu de FARC en ETA toch al sterk verzwakt zijn. Vorige week nog zei de Colombiaanse regering niet te willen praten over een staakt-het-vuren met een andere guerrillabeweging, de ELN. „We zijn niet geïnteresseerd in pauzes, we willen een definitief einde.”

De FARC en de ETA hopen daarom al enige tijd op internationale bemiddeling. De FARC zet in op de Braziliaanse president Dilma Rousseff, al houdt zij de boot af. De politieke sympathisanten van ETA stellen voor te leren van de ervaringen uit Noord-Ierland en Zuid-Afrika. Ze proberen ‘waarnemers’ uit die landen te betrekken bij mogelijke gesprekken met de Spaanse staat.

De ervaring uit andere conflicten leert dat externe bemiddeling nuttig kan zijn. Maar voor het eventueel zover komt, zullen meer en geloofwaardiger stappen van ETA en FARC moeten volgen.

Merijn de Waal enYkje Vriesinga