Dip alles wat nieuw is in de pindakaas

Wat zijn de kleine verhalen waar de moderne mens in gelooft? Wekelijks vertelt Arjen van Veelen zo’n moderne mythe. Vandaag: waarom er mensen zijn die hun creditcard in een pot pindakaas stoppen.

Technologiesite Lifehacker.com publiceert dagelijks tips voor een slimmer leven in een digitaal tijdperk. Het is een optimistische site: de makers geloven dat je met behulp van foefjes en apps het leven kunt outsmarten.

Onlangs stond er dit advies te lezen: wie impulsaankopen wil vermijden, stoppe zijn creditcard in een volle pot pindakaas.

Je kaartje doorknippen, dat zou te drastisch zijn. Maar altijd op zak hebben is weer veel te verleidelijk. Pindakaas als vertragingsmechanisme – een briljant idee.

En curieus. De creditcard is een slim stuk plastic, de triomf van microchiptechnologie en moderne communicatiemiddelen. Waarom zou je zo’n wondertje wegstoppen?

Omdat technologische innovatie niet per definitie je leven verbetert. Creditcards zijn prachtig, maar brachten ook velen in de schuldslavernij.

Creditcard in pindakaas. Een stilleven. Het kan zo het Guggenheim in, naast Andy Warhol, als protest tegen consumptiedrift en techniek. Of als een een pleidooi voor terugkeer naar de tijd van spaargeld in een sok, de tijd van eenvoud en van analoge boterhammen. Het kenschetst onze haat-liefdeverhouding met het nieuwe.

Misschien zouden we nog wel meer moderne dingen in de pindakaas willen dippen. Internetverslaafd? Doe je iPad in een emmer pindakaas.

Parallel aan die aversie van het moderne, is er een renaissance gaande van alles wat oud is.

Het is een een rare herwaardering. Gammele racefietsjes worden opeens trendy. Vergeten groenten krijgen herkansingen. Mode is uit, vintage floreert. Grootmoeders koffiefilterhouder duikt plotseling op in de coffee-to-go. Het is de terugkeer van het nuffige en suffe.

Op Marktplaats wordt gehandeld in antieke Polaroid-films. Hoe langer de houdbaarheidsdatum is overschreden, hoe hoger de prijs. Want oude films zijn krasserig en korrelig en dat is kennelijk mooi. Net als de apps die foto’s kunstmatig oud doen lijken, waarbij je soms zelfs even moet wachten tot de digitale foto zich zogenaamd ‘ontwikkelt’.

Heel onhandig. Net als vroeger.

Over het moderne leven hangt zo een zweem van sepia, alsof we en masse en constant herinneringen ophalen van tien seconden oud. Instantmelancholie is het. Ooit moesten we in het nu leven, maar nu leven we liever in het toen.

In Amsterdam heb je allerlei winkeltjes die Lomo Compact Automaat-camera’s verkopen: replica’s van oude Sovjet-camera’s, die in de jaren tachtig in het Westen ook al hip waren (en ook toen al verouderd). The future is analogue, is thans het motto van Lomo.

We zijn achteruitgangsoptimisten. 1.0 is het nieuwe 2.0. De hemel is toen.

Nog altijd willen we allemaal naar oude steden als New York of Berlijn, en gaan we niet niet naar Belem, Chongqing of Guadalajara. Metropolen worden zo langzamerhand retropolen. Gloednieuwe cafés krijgen saai bloemetjesbehang. En goed nieuws voor sanseveria’s: in trendy etablissementen zie je weer kamerplanten.

Retro raakt maar niet op zijn retour. Je ziet het in de politiek, waar partijen herbronnen of terugverlangen naar een land van ooit. Het is geen modegril meer, maar een koppige tegenbeweging. Maar waar tegen precies?

Je zou nog kunnen denken: het is een puur demografisch effect. Dit is gewoon een gevolg van vergrijzing. Al die oude mensen – dat heeft natuurlijk niet alleen impact op zorgkosten of pensioenspotjes, maar ook op de tijdgeest.

Maar het zijn juist de jongeren die oud doen.

De jonge wijsgeer Thierry Baudet noemde zijn eerst boek niet zomaar Conservatieve vooruitgang. Popfilosoof Alain de Botton pleit niet bij toeval voor herinvoering van religie. Dit is geen filosofie, maar nostalgie; net zo zinloos als zombies reanimeren. Verzin s.v.p. iets nieuws, zou je zeggen – maar we willen niets nieuws, want we zijn allemaal geworden als mensen die hun vorige liefje steeds missen.

Jonge frisse schrijvers willen Moleskine-boekjes: replica’s van de boekjes die Hemingway ooit gebruikte. Het nieuwe literatuurtijdschrift Das Magazin pronkt met een bijdrage van Remco Campert, vernieuwer uit de jaren vijftig. „Literair tijdschrift voor achterlopers”, zo noemt het blad zichzelf. Elk dag mag er bij DWDD een nieuw bandje oude deuntjes nét iets anders nadoen (met nét iets andere stropdasjes aan). De rebellen van PowNed huren Henk Spaan in, die net zo goed gepast had bij Omroep Max. De jeugd wil naar Midnight in Paris, het filmsprookje van de stokoude Woody Allen, over jonge mensen die naar vroeger verlangen (en dan ontdekken dat men vroeger ook al naar vroeger verlangde). Intussen omarmen de ouderen wél de nieuwe tijd. Zoals in de KPN-commercial, met bejaarden die swipen en wii-en.

Voor het eerst in de moderne geschiedenis denken niet de ouderen, maar de jongeren dat vroeger alles beter was. Dit is ongeveer de stand van zaken: oma belt via Skype met haar kleinzoon die vinyl koopt.

Zelfs de revolutionairen van nu zijn nostalgisch. De protestbeweging Occupy leek vernieuwend. Maar vergis je niet: het Occupy-tentenkamp was een historisch openluchtmuseum, een exacte replica van ’69. De internetgeneratie demonstreerde met tentjes, klaagmuren, kartonnen protestborden, papieren affiches, bibliotheekjes vol beduimelde boeken van Slavoj Zizek, neo-communist. Bij de vuurkorven klonk unplugged gitaarmuziek van Bob Dylan. Grootmoeders tijd is the future.

In de begindagen van Occupy Amsterdam had je een gaarkeuken op het Beursplein waar hompen brood werden uitgedeeld. Er stonden potten pindakaas bij. Je moest zelf smeren.

Times they are a-changin’, ja: de revolutionairen van nu protesteren niet tegen het oude, maar tegen het niet-te-stuiten nieuwe. Tegen de toekomst. Want ze zijn bang en ze zijn moe, moe van de onderstebovenkering van alles, murw van een tijd die te snel gaat; een tijd die zelfs de slimsten niet meer snappen en waar geen snufjes of apps tegen opgewassen zijn.

Dus heerst overal de remmende kracht van heimwee en retro. Als vertragingsmechanisme, als een Mastercard in de pindakaas.

    • Arjen van Veelen