Demonteer je bed en poets!

Achter de grote schoonmaak schuilt een zwaarmoedig wereldbeeld. Eén: alles is vies. Twee: niets blijft onopgemerkt.

Grote schoonmaak ís ook niet leuk. Mijn oma (87) uit Yerseke herinnert zich vooral: ongezellig huis, ongezellige moeder. En als de kachel te vroeg naar boven was gedaan, moest je met handschoenen aan slapen.

Inmiddels slaapt oma onder een dekbed en heeft ze een grasmaai-robot en een e-mailadres (iets met ‘oma1925’). Grote schoonmaak hoeft niet meer in haar roetvrij verwarmde huis. Maar de voorjaarsschoonmaak is geen keuze, zeker niet op het Zeeuwse platteland. Oma weet nog dat twee dorpsgenoten elkaar bij toeval op reis door Amerika troffen. Eerste vraag: waar ben jij met de grote schoonmaak?

En gewoontes slijten langzaam. Ze houdt nog steeds van een geboend huis in het voorjaar. Al vindt ze de nokbalken twee keer per jaar schrobben nu ook wat overdreven. (Ze heeft ook geen nokbalken meer.) Tips van oma voor een brandschoon huis:

1Haal alles van z’n plek. Maak het jezelf niet makkelijk. Haal alle spullen van zolder: de kinderwagen die je niet meer gebruikt, de dozen oude studieboeken, de reservestoelen, de winterjassen. Haal de gordijnen van hun roedes. Trek de kledingkasten leeg. Demonteer de ledikanten. Gooi de matrassen naar buiten. Rol de gangloper op. Klop de kleden uit. Haal de lijstjes van de muur. Sleep het bankstel naar buiten. Draai de lampen uit elkaar. Leeg de suikerpot. Alleen een leeg huis wordt een schoon huis.

2Schuw water niet. Droog stof dwarrelt, nat stof plakt. Maak daarom zoveel mogelijk schoon met water.

Meer dingen zijn tegen water bestand dan je denkt. Het dak bijvoorbeeld. De balken. De deuren, de trap, de kasten. Ook kleden en stoelen kun je best met water en sop schrobben. En de plafonds. Niet dat dat zichtbaar resultaat heeft. Oma zei wel eens tegen een van haar acht broers en zussen: „We zouden een speld moeten zetten om te zien waar we gebleven zijn.” Maar ze boende door, omdat het moest.

Als je klaar bent met het grove werk, en je de hoekjes en kiertjes met een kwastje hebt bewerkt, begin je aan het glas in de kozijnen, deuren en kasten. Afspoelen met pollepels kalkarm regenwater om strepen te voorkomen. De kelkjes van de hanglamp gaan in het sop. Het glaswerk poets je glanzend op met eau de cologne. Dat doet oma nog steeds, bekent ze. „Van glassex wordt het maar blauw.”

3Herstel de boenwas in ere. Boenwas smeer je niet alleen op tafels, stoelen, deurposten, kasten, trapleuningen en bedmeubilair, zodat het lekker vet en glanzend blijft. Met boenwas boen je ook het zeil op de grond. Dan oogt het weer als nieuw. Wel even oppassen dat het kleedje niet onder je voeten vandaan glibbert. De trap sla je uit veiligheidsoverwegingen over. De keuken ook, want die is toch geschilderd.

4Doe niet te veel. De Franse slag is niet echt waar je aan denkt als je buiten de koperen bel en brievenbus staat te poetsen. Maar toch: overdrijf de grote schoonmaak niet. De buitenmuur schuur je tot halverwege. Veel hoger komt het stof en de modder van de straat toch niet. De stoep behoort wel tot jouw taak, maar de rijweg veeg je maar tot de helft aan. De andere kant is voor de overbuurman.

5Maak alles gereed voor de volgende ronde. Na vier, vijf weken zou je huis schoon moeten zijn. Dan is het tijd om de bezem zelf te schrobben en het spinrag uit de ragebol te plukken. Zodat alles in propere gereedheid wordt gebracht voor de herfstronde, die bijna net zoveel arbeid kost (op die nokbalken na, dan). Vlak voor Kerst alles nog even ‘uitpoetsen’ en dan op naar de volgende voorjaarsronde. Want voor je het weet, is alles weer vies.

    • Carola Houtekamer