De zilvervloot vaart alsnog voorbij aan Spaanse schatkist

Het door tekorten geplaagde Spanje zou een eenmalige bonus van zo’n 370 miljoen euro in de staatskas goed kunnen gebruiken. Het is de geschatte waarde van 594.000 zilveren en gouden munten uit een in 1804 gezonken Spaanse oorlogsbodem, die zaterdag in twee Spaanse militaire vliegtuigen van de VS naar Spanje werden gevlogen.

Maar, zegt het ministerie van Cultuur in Madrid, de 17 ton aan edelmetaal zal niet worden verpand. Het is „historisch erfgoed”, geen geld.

De munten zijn afkomstig van het schip Nuestra Señora de las Mercedes, dat in 1804 tot zinken werd gebracht door een Brits oorlogsschip.

In 2007 werd de schat ontdekt bij de kust van Portugal door Odyssey Marine Exploration, een Amerikaans, beursgenoteerd schatzoekersbedrijf dat met moderne technieken op grote dieptes wrakken onderzoekt. De firma vloog de schat snel naar Tampa, Florida, en claimde het eigendom.

Maar Spanje begon meteen een rechtzaak tegen Odyssey, om de schat in handen te krijgen. Met succes maakte het aanspraak op het internationaal recht, dat voorschrijft dat scheepswrakken eigendom blijven van de staat in kwestie, tenzij die staat er afstand van doet. En dat had Spanje nooit gedaan. Een Amerikaanse federale rechter stelde Spanje eerder dit jaar in het gelijk.

Op de luchtmachtbasis van Torrejon stonden 30 agenten van de Guardia Civil, de Spaanse marechaussee, klaar om de schat naar een geheime locatie te brengen. Een deel ervan zal worden tentoongesteld.

Donderdag nog probeerde de Spaanse ex-kolonie Peru de schat in handen te krijgen. Het betoogde dat de munten waren gemaakt van zilver en goud dat in Peruviaanse mijnen was gewonnen. Bovendien was het geld afkomstig van een Peruviaanse adellijke familie. Het Amerikaanse Hooggerechtshof wees deze claim af. (AP)