De oorlog duurt nog, maar niemand gelooft er meer in

Als een militair zijn superieuren in het openbaar plichtsverzuim verwijt en zelfs leugens, dan staat daar meestal een stevige straf op. Op zijn minst krijgt de militair te horen dat hij zijn mond moet houden als hij zijn baan niet wil verliezen.

Maar de Amerikaanse kolonel Daniel Davis is nog steeds in functie. En hij zwijgt niet. Al een maand verkondigt Davis (48) dat de Amerikaanse legerleiding het Congres en de bevolking misleidt, door niet te erkennen hoe rampzalig de oorlog in Afghanistan verloopt. Door steeds maar vol te houden dat de Talibaan in het nauw zijn gedreven en dat Afghaanse troepen steeds beter op eigen benen kunnen staan.

Allemaal onzin, zegt Davis. En de mannen en vrouwen op het slagveld denken er volgens hem net zo over, van hoog tot laag. Hij schreef er een geheim rapport over voor het Congres, gebaseerd op 250 interviews met Amerikaanse en Afghaanse militairen. Hij schreef ook een versie voor het publiek. In een militair tijdschrift schreef hij een stuk met de kop: Waarheid, leugens en Afghanistan: hoe de militaire leiders ons hebben bedrogen. „Hoeveel moeten er nog sneuvelen voor een missie die niet werkt?” vraagt hij daarin.

Het leidde tot interviews in kranten en op tv, maar voorlopig niet tot sancties. „Je kan overal een draai aan geven”, zegt Davis, „maar het is een feit dat er ieder jaar meer manschappen worden opgeblazen.” En dat valt niet te ontkennen. Zaterdag nog werden twee Amerikaanse officieren doodgeschoten in het ministerie van Binnenlandse Zaken in Kabul. De verdachte is een agent van de Afghaanse inlichtingendienst.

Het leger spreekt de kritiek van Davis wel tegen, maar maakt er verder niet zo’n punt van. Alsof de generaals hun schouders ophalen en denken: laat maar, nog even en die oorlog is tóch voorbij. Alsof Afghanistan, en de hele militaire operatie daar, al zijn opgegeven.

Dat is, na ruim tien jaar strijd, een drama. De oorlog duurt nog voort, maar niemand gelooft er meer in.

Al die mooie plannen waarvoor militairen en anderen hun leven hebben gegeven, konden uiteindelijk het verschil niet maken. Opbouw van een geloofwaardig politiek bestuur? De regering-Karzai heeft ook in eigen land amper gezag verworven. Met landen uit de regio aan een oplossing werken? Volledig verzand. Het winnen van hearts and minds? Ook niet gelukt. De Afghanen zouden wel gek zijn als ze hun lot verbonden aan troepen die al op weg naar de uitgang zijn.

Eerst zouden alle NAVO-landen hun troepen in 2014 terughalen, toen zeiden de Fransen dat ze al in 2013 weggaan, toen noemden de Amerikanen ook 2013, waarop de NAVO weer zei: iedereen vertrekt samen in 2014. En nu de verbranding van een aantal korans door Amerikanen tot een nieuwe geweldsgolf heeft geleid, is de verwarring compleet.

De hele exitstrategie staat opeens weer ter discussie. Want om samen op te trekken met de Afghaanse militairen, zodat zij het straks alleen af kunnen, moet er enig vertrouwen zijn. In elkaar, en in de hele onderneming. Dat vertrouwen verdwijnt nu snel.

Kolonel Davis heeft gelijk dat militaire leiders de situatie te rooskleurig voorstellen. Maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de politiek. Obama heeft nu de moeilijke taak te voorkomen dat de terugtrekking zo wanordelijk verloopt dat er meteen een nieuwe burgeroorlog uitbreekt.

Deze trieste afloop bevat een dure les. Geloof niet te snel dat oorlog een oplossing is. En als het toch oorlog wordt: beperk je ambities. Omverwerping van de Talibaan en verdrijving van Al-Qaeda na 9/11 was nodig, opbouw van een nieuw Afghanistan een onmogelijke opgave.

Mensen denken altijd dat de volgende oorlog beter zal gaan dan de vorige, zei een Amerikaanse commentator vorige week. Die vergissing wordt ook nu gemaakt. Er wordt gepleit voor een aanval op Iran en een interventie in Syrië, terwijl we nog niet weten hoe we de oorlog in Afghanistan kunnen beëindigen.

Juurd Eijsvoogel