De bekeerde joden van Mallorca kunnen weer joods worden

Eeuwenlang zijn Spaanse joden vervolgd en bekeerd tot het christendom. Op Mallorca ijvert een Israëlische groep voor terugkeer naar het jodendom. Maar er is verzet.

A man cries during a ceremony in Palma de Mallorca's synagogue, 26 January 2006 on the eve of Holocaust memorial day. The UN General Assembly last November adopted a landmark resolution that stipulated the annual Holocaust commemoration day would be January 27, the date the former Nazi death camp Auschwitz-Birkenau in then occupied southern Poland was liberated in 1945. AFP PHOTO/ Jaime REINA AFP

Als de inwoners van Mallorca hun huis aan een grote schoonmaak onderwerpen, spreken ze over ‘fer el dissabte’: ‘de zaterdag doen’, in het Catalaans. Een alledaags spreekwoord, maar er gaat een wreed verleden achter schuil: de eeuwenlange discriminatie en vervolging van de joden in Spanje. De pijnlijke geschiedenis wordt op Mallorca sinds enkele maanden opgerakeld door een joods-orthodoxe actiegroep uit Israël.

Om juist op de sabbat, de joodse rustdag, het huis grondig schoon te maken, was voor joden die onder dwang tot het katholicisme waren bekeerd een manier om te bewijzen dat ze hun oude geloof hadden afgezworen. Al sinds de Middeleeuwen werden joden op Mallorca, zoals overal in Spanje, gediscrimineerd en vervolgd. Om niet op de brandstapels van de inquisitie te belanden, moesten zij zich katholieker voordoen dan de katholieken.

De nazaten van de joden op Mallorca –in de volksmond ‘chuetas’ genoemd – staan plots in de belangstelling door een uitspraak van een hoge religieuze rechtbank, afgelopen zomer in Israël.

De ultraorthodoxe rabbi Nissim Karelitz oordeelde dat chuetas ‘weer’ joods kunnen worden. Dit omdat zij op Mallorca door de eeuwen heen een gesloten groep vormden en alleen binnen de eigen gemeenschap trouwden. Chuetas kunnen zich nu in Israël officieel tot jood te laten verklaren – als ze tenminste overtuigend aantonen religieus te zijn en van moeders zijde joodse wortels te hebben.

De uitspraak kwam er op verzoek van een conservatieve actiegroep uit Jeruzalem, Shavei Israel. De groep wordt geleid door Michael Freund, een Amerikaan en voormalig woordvoerder van de Israëlische premier Netanyahu. Freund speurt overal ter wereld naar ,,verborgen joden en vergeten stammen om hen te herenigen met het volk van Israël”. Hij vond ze ook op afgelegen plekken als de Peruaanse hoogvlakte, de Braziliaanse Amazone en Noordoost-India.

Na een lobby van Freund bood het eilandbestuur van Mallorca excuses aan voor de jodenvervolging tijdens de inquisitie. Onlangs zei hij tegen de Jerusalem Post: ,,Als we ook maar één chueta weten terug te halen, hebben we de inquisitie verslagen.”

Vooralsnog heeft maar een handjevol van de circa 30.000 chuetas interesse getoond. Zij zijn bij het ontdekken van hun joodse wortels aangewezen op de enige synagoge van het eiland, in de hoofdstad Palma de Mallorca. Het is een onopvallend gebouwtje, op de begane grond van een appartementencomplex. Alleen een davidsster in het hekwerk verraadt dat hen een synagoge is.

Tot een paar jaar terug werd de orthodoxe sjoel enkel bezocht door buitenlanders op het eiland, vertelt David Kaisin, die op vrijdagavond de gebedsdienst leidt. Kaisin is zelf zoon van een Chileense vader en een Turks-joodse moeder. ,,Sinds enkele jaren komen er ook steeds vaker chuetas. Het zijn er nu circa twintig, van wie vier of vijf serieus bezig zijn jood te worden”, zegt hij.

Miquel Segura was een van de eersten. „Wij vormen een minderheid binnen een minderheid”, vertelt de 67-jarige schrijver-journalist. Volgens hem is de grote meerderheid van de chuetas zich niet bewust van hun achtergrond. ,,En binnen de minderheid die dat wel is, willen de meesten er geen religieuze invulling aan geven. Zij zien het vooral als een interessante geschiedenis.”

Segura heeft daar geen problemen mee, maar kiest zelf wel voor „een terugkeer naar het jodendom”. En hij verwacht dat meer chuetas zijn voorbeeld zullen volgen, want de chuetas zijn hun joodse identiteit niet verloren. „Die is alleen al bewaard gebleven doordat we er altijd aan herinnerd werden – en vaak op niet zo’n vriendelijke manier.”

Zo werd Segura als schooljongen, tijdens zijn militaire dienst en ook later nog regelmatig uitgemaakt voor ‘chueta’. Het woord, waarvan de precieze herkomst onduidelijk is, heeft ook vandaag de dag nog voor sommigen een negatieve lading.

Zeker na de komst van de democratie, in 1978, is het antisemitisme in de Spaanse samenleving sterk afgenomen, zegt Segura. „Sinds de jaren negentig blijft het bij geïsoleerde incidenten. Maar de historische angst van chuetas om voor hun identiteit uit te komen, is nog niet verdwenen.”

Het vonnis van de rabbinale rechtbank is een eerste stap in een lang proces, legt Nissan Ben Avraham uit. De chueta werd in 1957 op het eiland geboren als Nicolau Aguiló binnen een streng katholieke familie, maar bekeerde zich tot het jodendom en verhuisde naar Israël.

Daar werd hij in 1991 tot rabbijn gewijd en stichtte hij een gezin met twaalf kinderen. Nu reist hij voor Shavei elke zes weken naar Mallorca. Met lessen en voorlichting helpt hij chuetas bij het herontdekken van hun joodse afkomst.

„Elke zaak is een wereld op zich”, vertelt Ben Avraham telefonisch vanuit Israël. „De uitspraak vorig jaar was heel algemeen. Elke chueta die dat wil, zal nu afzonderlijk zijn zaak moeten voorleggen om erkend te worden.”

Dit is nog lastig, omdat de afgelopen zestig, zeventig jaar gemengde huwelijken zeer gangbaar zijn geworden onder chuetas, legt hij uit. Tot halverwege de twintigste eeuw trouwden chuetas bijna alleen met elkaar. Maar toen Spanje zich vanaf de jaren zestig meer openstelde voor de buitenwereld, vooral via massatoerisme, kwam hier snel eind aan.

Het activisme van Shavei stuit veel seculiere en katholieke chuetas tegen de borst. Alberto Bonnin, een seculiere chueta, leidt Memòria del Carrer, een groep amateurhistorici die zich interesseert voor de chueta-geschiedenis. De groep doet dit nadrukkelijk uit niet-religieuze motieven. „Dat iemand van buiten nu zegt dat we ons moeten bekeren om ons joods te mogen noemen, irriteert. Het interesseert ons niet wat een rabbijn in Israël zegt. We hebben een joodse komaf, en klaar.”

Het werk van Shavei ligt ook binnen de joodse gemeenschap zelf gevoelig, legt voorganger David Kaisin van de synagoge in Palma uit. „Proselitisme [zieltjeswinnen, red.] is verboden binnen ons geloof. Persoonlijk denk ik dat er een smalle grens loopt tussen proselitisme en wat Shavei doet. Het is daarom goed dat religieuze autoriteiten op het hele proces toezicht houden.”

Volgens rabbi Nissan Ben Avraham is er geen risico dat hij te ver gaat. „Het is verboden om als jood een niet-jood te benaderen en te zeggen: ‘Je moet zoals ik worden’. Maar chuetas zijn van joodse afkomst, alleen ontkennen velen het nog. Wij gaan niet de deuren langs met deze boodschap. Wij plaatsen onze koopwaar in een etalage en wie interesse heeft, is welkom.”

    • Merijn de Waal