Dagboek van een loser: Een hondenleven (deel 4)

De formule is simpel: ‘Ik wilde iets schrijven over opgroeien – en dan alleen over de leuke dingen, niet over de serieuze kant. Ik had een doodgewone jeugd maar dan nog maak je allerlei grappige dingen mee’, zei Jeff Kinney ooit toen hem gevraagd werd naar het succes van zijn serie Diary of a Wimpy Kid, in Nederland bekend als Het leven van een loser. Klein ideetje, gewone jeugd, maar het effect is er niet minder om: in Amerika zijn er al zes delen uit, in Nederland verscheen zojuist deel 4: Een hondenleven (Fontein, € 13,95) – en twee weken na verschijning staat het boek op nummer vier op de bestsellerslijst. Het succes begon op een manier die uitgevers graag als recept zouden willen hanteren: eerst als website, daarna, op veler verzoek zoals dat heet, pas in boekvorm.

Dat verklaart niet onmiddellijk het verbazend grote succes van Het leven van een loser – maar wel een beetje. Opgegroeid zijn we allemaal, en vrijwel iedereen heeft er gemengde gevoelens bij, zeker in de prepuberteit ben je een vat vol tegenstrijdigheden en blaken van zelfvertrouwen doen de meeste prepubers niet. Een prepuber die cool wil doen, is per definitie een loser. Maar zodra je de wederwaardigheden van die loser (Greg Heffley, in de Nederlandse versie: Bram Botermans) gaat raadplegen,valt het uiteindelijk wel mee met die pijnlijkheid.

Want al is de formule bij boek 3 een tikje sleets aan het worden, er valt nog steeds veel te lachen. In deel vier gaat het om de zomervakantie die volgens Brams moeder de leukste ooit moet worden. Dus komen er uitjes naar het ‘Glibberglij-zwemparadijs’: een overvolle hel vol harige mannen in zwembroek. Verder zijn er geforceerde vader-zoon-momenten, geïllustreerd met een striptekening van de vader die voor zijn zoons staat met de opmerking ‘Mam zegt dat ik jullie moet omhelzen’. Of de oma die roddelbladen leest en zeker weet dat er een verband is tussen geheugenverlies en mobieltjes. Waar heb je dat gelezen, vraagt moeder. ‘Ehhh. NRC’, zegt oma.

Dit grapje geeft al aan dat er nog een reden moet zijn dat de boeken zo succesvol zijn, net als met Donald Duck of Asterix & Obelix: de ouders lezen mee en amuseren zich met de grappen die soms over de hoofden van de kinderen zullen gaan. In december verklapte Birgit Donker dit geheimpje al aan de lezers van de NRC-Kinderpagina: ‘Sommige ouders zijn zo’n fan van Bram Botermans, dat ze de boeken lezen nog voordat hun kinderen ze uit hebben.’

Het leven van een loser heeft geen moraal, kent geen goede of slechte afloop, en is zonder pedagogische waarde. Toch valt er een belangrijke les aan te ontlenen: relativeringsvermogen. ‘Het goede nieuws is dat pap me vandaag niet heeft verkocht of weggegeven aan een weeshuis. Het slechte nieuws is dat hij dat na vandaag waarschijnlijk alsnog gaat doen’. Scepsis – daarmee voeden de meeste ouders hun kinderen niet op. En zo krijgen de lezers van de loser toch nog een belangrijke pedagogische les mee: de wereld is hard, lach er maar om.

    • Toef Jaeger