Beleggers juichen misschien wel te vroeg

Waarom doen de aandelenbeurzen het de laatste tijd zo goed? De aandelenkoersen kunnen zijn gestegen omdat de wereldeconomie een krachtiger indruk maakt. Die kracht kan voor een deel worden toegeschreven aan het expansieve monetaire en begrotingsbeleid in de hele wereld. Maar het zou ook kunnen dat de economie helemaal niets te maken heeft met de koersstijgingen. De financiële markten kunnen sterk zijn omdat er dankzij het stimuleringsbeleid meer geld in handen van beleggers terecht is gekomen. De waarheid is dat niemand weet wat er werkelijk aan de hand is.

Er is geen twijfel aan de richting die de markten hebben gekozen. De Amerikaanse en de Europese aandelenkoersen, en de prijzen van ijzererts, koper en olie zijn allemaal 15 tot 25 procent hoger dan vorig jaar oktober. Waar de impulsen vandaan komen is ook duidelijk. In de eurozone kunnen de banken voor langere tijd een beroep doen op goedkope kredieten, die volgende week nog worden uitgebreid. Ook in Engeland en Japan is sprake van ‘kwantitatieve versoepeling’ (lees: het laten draaien van de geldpers), en in mindere mate geldt dit eveneens voor China.

Toch is het verband tussen beide verschijnselen niet zo helder. Zoals Dylan Grice van Société Générale opmerkt, valt op geen enkele manier te voorspellen waar al het geld dat door de monetaire en fiscale autoriteiten is geschapen zal worden besteed. De economische activiteit kan ermee worden bevorderd, zoals in de Keynesiaanse leerboeken staat. Dat is wat de beleidsmakers hopen dat er gebeurt. En er zijn beslist blijken van vooruitgang, of op z'n minst van minder economische zwakte dan wat eind vorig jaar nog werd verwacht.

Maar het extra geld kan ook werkeloos op bankrekeningen blijven staan, zoals in Japan de laatste twee decennia het geval was. Of, tweede optie, het kan leiden tot een stijging van de detailhandelsprijzen, zoals in Engeland de afgelopen jaren. Of, derde optie, het kan de koersen van veel effecten omhoog stuwen, zoals in de aanloop naar de ineenstorting van Lehman Brothers in 2008 is gebeurd. Misschien is dat nu weer aan de hand.

Beleggers leven in een soort spiegelpaleis op de kermis, vol vertekenende monetaire spiegels. Hun gewaarwordingen en emoties worden verdraaid door de negatieve reële rente, de op zijn kop gezette markten voor staatsobligaties, de begrotingstekorten die uiteenlopen van groot naar gigantisch, en een financieel systeem dat nog steeds zo breekbaar wordt geacht dat het uitgebreide officiële steun behoeft. Totdat de spiegels recht zijn getrokken – een proces dat jaren zal duren – is het gevaarlijk te vroeg te juichen over de aantrekkende markten.

Edward Hadas

Vertaling Menno Grootveld

    • Edward Hadas