Amerikanen exploiteren klimaatscepsis

In de VS woedt een felle strijd over de opwarming van de aarde, die soms met illegale middelen wordt gevoerd. Amerikaanse politici wagen zich amper aan het thema.

De steeds fellere politieke strijd over klimaatverandering in de Verenigde Staten heeft een nieuw slachtoffer gemaakt, klimaatwetenschapper Peter Gleick.

Hoewel, slachtoffer is misschien niet het juiste woord. Want dat Gleick vorige week eerst zijn functie als voorzitter van de commissie voor wetenschappelijke ethiek van de Amerikaanse Geofysische Vereniging moest neerleggen en daarna ook nog moest opstappen als directeur van het mede door hem opgerichte Pacific Institute for Studies in Development, Environment, and Security in Californië, heeft hij vooral aan zichzelf te danken.

Gleick heeft toegegeven dat hij vertrouwelijke e-mails en documenten van het Heartland Institute, een neoconservatieve denktank, heeft gepubliceerd. Hij had de stukken – met informatie over donateurs en over de strategie van het instituut om twijfel te zaaien over klimaatwetenschap – illegaal ontvangen, door zich bij de administratie voor te doen als bestuurslid. Gleick heeft excuus aangeboden en zei dat hij „was verblind door de frustratie van de voortgaande pogingen op de klimaatwetenschap aan te vallen”.

Aanleiding voor Gleick om op slinkse wijze binnen te dringen bij het Heartland Institute was een ander document van de denktank, dat hij naar eigen zeggen ontving via een anonieme e-mail. Uit dit document bleek ondermeer dat het Heartland Institute lesmateriaal wilde laten maken voor basisscholen en middelbare scholen, die de bestaande klimaatwetenschap in diskrediet moest brengen. Met behulp van extra informatie van het Heartland Institute zelf, hoopte Gleick de juistheid van dit document te verifiëren.

Intussen heeft het Heartland Institute gezegd dat het anonieme document een vervalsing is, die niet van het instituut afkomstig is. Maar het instituut heeft tegenover de krant Politico wel toegegeven nieuw lesmateriaal over klimaat te financieren, en de beoogde auteur van het materiaal heeft tegen het Amerikaanse persbureau AP gezegd dat „het document juist was over zijn project om scholen van materiaal te voorzien waarin klimaatscepsis wordt gepromoot”.

Voor Edward Markey, Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden, was dat aanleiding om het Heartland Institute in een brief te vragen, wat er zoal onjuist is in het gewraakte document.

Markey, die samen met zijn partijgenoot Henry Waxman een klimaatwet indiende in het Huis van Afgevaardigden, is een van de weinige Amerikaanse politici die zich nog druk lijken te maken over klimaatbeleid.

President Obama heeft weliswaar een overgang naar een ‘groene economie’ hoog op zijn agenda staan, maar tot concreet beleid heeft dat in de afgelopen drie jaar nauwelijks geleid. Uit onderzoek blijkt dat het woord klimaat in toespraken van de president amper nog voorkomt.

De Republikeinse presidentskandidaten proberen elkaar te overtreffen in klimaatscepsis. Mitt Romney schreef eerder dat hij geloofde dat de mens mede verantwoordelijk is voor klimaatverandering, maar onder druk van de conservatieve vleugel van zijn partij zei hij dit najaar: „Mijn visie is dat we niet weten waardoor de klimaatverandering op deze planeet wordt veroorzaakt.”

Van Newt Gingrich circuleert op YouTube een filmpje waarin hij samen met Nancy Pelosi, net als hij oud-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, pleit voor maatregelen tegen klimaatverandering. Inmiddels trekt hij de wetenschap op dit gebied in twijfel. Rick Santorum is nog duidelijker. In juni zei hij op Fox News: „Er bestaat niet zoiets als de opwarming van de aarde.”

    • Paul Luttikhuis