Rechtszaak om Deepwater Horizon uitgesteld

De Deepwater Horizon op 21 april 2010 op een foto vrijgegeven door de Amerikaanse kustwacht.

De rechtszaak over de ramp met het olieplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico is minstens een week uitgesteld. Hierdoor krijgen betrokkenen meer tijd om tot een schikking te komen, meldt persbureau AP vanavond.

Het proces zou morgen van start gaan in de Amerikaanse staat Louisiana. De omvang van het proces, waarin claims van bedrijven, overheden en burgers zijn samengevoegd, is vergelijkbaar met het proces tegen diverse tabaksfabrikanten dat plaatsvond in de jaren negentig. Met de zaak zijn mogelijk miljarden dollars gemoeid.

Proces duurt mogelijk jaren

De rechtszaak bestaat uit drie delen en kan volgens AP zeker een jaar gaan duren. In de eerste fase van het proces moet de rechter de oorzaak van de ramp, die in 2010 aan elf mensen het leven kostte en waarbij achthonderd miljoen liter de oceaan instroomde, vaststellen en bepalen hoeveel blaam elk van de betrokken bedrijven treft.

De gang van zaken die heeft geleid tot de ontploffing op het olieplatform is uitgebreid onderzocht door de Amerikaanse kustwacht, toezichthouders en een commissie die door president Barack Obama werd aangesteld. Zij concludeerden dat olieconcern BP, de eigenaar van het platform Transocean en onderaannemer Halliburton alle drie schuld hebben aan een reeks riskante beslissingen die werden genomen om tijd en geld te besparen.

De individuele schadeclaims van nabestaanden en bedrijven worden ook behandeld in het proces. Volgens Chris Jones, wiens broer Gordon omkwam bij de ramp, heeft BP radiozenders in Louisiana overspoeld met advertenties waarin wordt gesproken over de miljarden dollars die het olieconcern heeft uitgegeven aan het opruimen van de olie. Het bedrijf heeft echter niet ‘het fatsoen’ zich te verontschuldigen tegen zijn familie, aldus Jones.

“In plaats daarvan willen ze dat iedereen denkt dat alles prima gaat. Ze willen dat dit over geld gaat, en niets anders. En het zal over geld gaan, maar ik denk niet dat het positief zal uitpakken voor hen.”

Volgens een woordvoerder van BP heeft het bedrijf vanaf het eerste moment medeleven met de nabestaanden betuigd.

Zo’n 340 advocaten van eisers hebben aan de zaak gewerkt. BP heeft miljoenen dollars uitgegeven aan advocaten en experts. Er zijn meer dan driehonderd getuigenverklaringen afgenomen en miljoenen pagina’s aan documenten bij de rechtbank ingediend.

    • Annemarie Coevert