Zuinig aan

Er is weer een Volkswagen voor het volk. Met deUp! probeert het merk verloren gegaan terrein te heroveren.

fotografie Lars van den Brink, onderwerp: Volkswagen UP! gefotografeerd bij Avenu Volkswagen in Naarden. Op de foto verkoopadviseur Harmen Tanghe (L) en vestigingsmanager Frans Wolkers (R)

Op kleine Volkswagens rust tot nu toe weinig zegen. Dan tel ik de Kever even niet mee (die was ook lange tijd zowel de grootste als de kleinste VW) maar de allereerste Polo was bepaald geen verkoopsucces, al zou dat later nog wel goed komen. Met het latere kleintje, de Lupo, heeft Volkswagen nooit echt geld kunnen verdienen en de compacte Fox heeft de afgelopen jaren evenmin kunnen overtuigen. De kritiek was vooral dat dit in Brazilië gebouwde model nooit als een Wirtschaftswunder aanvoelde.

Volkswagen probeert het nu opnieuw met de Up!. Die punt na het uitroepteken staat er niet voor niets, want het uitroepteken hoort bij de naam van de auto. Op het kofferdeksel staat het uitroepteken ook, maar ik vertik het om het in de rest van deze tekst verder te gebruiken. De Volkswagen Up debuteert in een klasse waarin vooral merken als Fiat (met de oude en de nieuwe Panda en Cinquecento) en Peugeot (107, alsmede de daaraan identieke Citroën C1 en Toyota Aygo) het voor het zeggen hebben. Autootjes met een A-label waarvoor geen BPM en wegenbelasting hoeft te worden betaald.

Met name Peugeot heeft met de 107 goede zaken gedaan op de Nederlandse markt en ook Fiat heeft zich een flink stuk van de koek toegeëigend. Volkswagen komt vrij laat met een kleintje, laat het in elk geval in Europa bouwen (door Skoda in Slowakije) en presenteert de nieuweling onder het motto: voor hetzelfde geld een échte Volkswagen.

Maar is dat wel zo? Het hele land hangt vol met reclameborden waarop de vanafprijs van de Up groots wordt onderstreept, zijnde 8.490 euro. Dat geldt dan voor de simpelste versie, de Take Up. Die is zó karig uitgerust (niet eens een lichtzoemertje, evenmin een make-up spiegeltje en een kaal dashboard) dat niemand het in zijn hoofd zal halen zo’n versie te bestellen. Mijn testauto was een High Up die, voorzien van de nodige extra’s, op bijna 13 mille uitkomt. Dan krijg je een 3,54 meter korte auto, waarin met enig inschikken vier personen passen. De up is er voorlopig alleen als driedeurs en dat is niet echt handig; de portieren zijn – geloof het of niet – de grootste deuren die Volkswagen levert. Groter zelfs dan in het topmodel Phaeton. Dat klinkt leuk, maar in de praktijk is het knap onhandig, vooral in wat smallere parkeerplaatsen. Wachten op de vijfdeurs versie is dan ook aan te raden, die komt deze zomer.

Blikkerig

De portieren in de Up sloten overigens niet best, met ook nog een wat blikkerig geluid. Dat maakt niet echt indruk. Zoals het ook een beetje raar is dat je vanaf het linker portier de ruit rechts niet elektrisch kunt bedienen. Dat lijkt mij verkeerde zuinigheid. Net als het ontbreken van twee van die kleine touwtjes aan het hoedenplankje, dat de – in deze klasse met 251 liter knap ruime – kofferbak afdekt. Daardoor blijft dat klepje vaak omhoog staan, wat het zicht naar achteren belemmert. In het interieur veel staal in carrosseriekleur en een compact dashboard, met een snelheidsmeter, het kleinste toerentellertje dat ik ooit heb gezien en een brandstofmeter. De motortemperatuur wordt niet weergegeven.

De motor is een driecilinder, die voldoende presteert om de 940 kilo wegende Up van zijn plaats te krijgen. Hij is mooi stil, gekoppeld aan een prima schakelende vijfversnellingsbak en heeft vreemd genoeg geen start-stopsysteem. Desondanks kom je op elke liter brandstof toch ruim 18 kilometer ver. Dat zijn comfortabele kilometers, want de Up is zeker geen pure stadsauto. De prima vering en relatief lange wielbasis maken hem geschikt voor langere ritten. Dan bewijzen ook de opvallend goede stoelen hun waarde. Wat dat betreft is de Up een echte Volkswagen, met een naar verwachting hoge restwaarde.

Maar als de Up een beetje wordt aangekleed, loopt de prijs snel op. U heeft het niet van mij, maar de technisch identieke Seat Mii is er vanaf 7.695 euro en daar krijgt u ook nog vier jaar garantie op. Tegen twee jaar bij de Up.

    • Guus Peters