Zo gaat het niet langer, zei ik tegen mezelf

Met Michaëlla Krajicek leek een groot talent verloren te gaan. De voormalig nummer dertig van de wereld werd verliefd op haar trainer, sloot zich af voor haar familie en zag haar tenniscarrière in het slop raken. In Praag, haar tweede thuis, gooit ze het roer om met een nieuwe liefde en een nieuwe trainer. „Het werd me allemaal te veel.”

17-01-2012 TENNIS: AUSTRALIAN OPEN 2012:MELBOURNE (NETHERLANDS ONLY) Michaella Krajicek was met haar overwinning op de Duitse Kristina Barrois in de eerste ronde van de Australian Open Foto: SCS/ Thomas Schreyer

De ontwapenende lach is terug. Michaëlla Krajicek steekt zowel binnen als buiten de baan weer goed in haar vel. De komende tijd wil ze alleen nog maar aan tennis denken. Kwalificatie voor de Olympische Spelen en een plek in de topvijftig zijn haar doelen voor 2012. Op het WTA-toernooi van Memphis zette de 23-jarige tennisster de afgelopen week met een plaats in de kwartfinales een flinke stap in de goede richting. Ze hoopt in het Amerikaanse hardcourtcircuit de weg verder omhoog te vinden. „Het plezier in het tennis is helemaal terug. Hoe ouder ik word, hoe meer ik geniet. Zo wil ik wel tot mijn dertigste doorgaan.”

Krajicek is terug van weggeweest. Na een paar moeizame jaren, waarin ze een relatie kreeg met de vijftien jaar oudere fitnesscoach Allistair McCaw en zich afsloot voor haar familie, raakte haar tennisloopbaan in het slop. Ze vertrok naar het Amerikaanse Florida. Een groot talent leek verloren te gaan. Maar Krajicek gooide het roer om, verbrak haar verhouding en keerde terug in de moederschoot. Ze woont nu samen met een Tsjechische vriend in Praag. Ze noemt de stad haar „tweede thuis.”

Als dochter van haar Tsjechische ouders Petr en Pavlina Krajicek groeide ze samen met haar broertje Petr jr. afwisselend in Nederland en Tsjechië op. Ze heeft een dubbele nationaliteit, maar voelt zich in de eerste plaats Nederlandse. Ze laat haar Tsjechische identiteitskaart zien. „Michaëlla Krajíckova”, staat erop te lezen. „Maar voor Nederland blijft het gewoon Krajicek hoor”, zegt ze lachend in het restaurant van het 119 jaar oude nationale trainingscomplex van de Tsjechische bond, gelegen op een eilandje in de Moldau. Ze heeft net een training achter de rug met een Tsjechische coach op een baan waar een opblaashal de kou buiten houdt. De Tsjechische bond heeft haar meermalen verzocht over te stappen, maar die optie is onbespreekbaar. Krajicek hoopt als Nederlandse aan de hand van Eric van Harpen terug te keren naar de top.

De Nederlandse nummer één deed vorig jaar op aanraden van halfbroer Richard Krajicek een beroep op Van Harpen. De in Duitsland gevestigde tenniscoach, die aan het begin van de jaren zestig uit Nederland emigreerde, werkte in het verleden onder anderen met Aranxta Sanchez-Vicario, Conchita Martinez, Anna Koernikova, Patty Schnyder en Ana Ivanovic. Hij geldt als een topcoach. „Eric heeft me in korte tijd van de 180ste naar de tachtigste plek op de wereldranglijst gebracht. Hij eist heel veel, maar ik had zo iemand echt nodig. De focus ligt weer helemaal op het tennis.”

Krajicek bestelt een kop soep en een salade caprese. Ze blikt in een gesprek van anderhalf uur terug op een bewogen periode uit haar leven, schetst de huidige stand van haar carrière en kijkt naar de toekomst. „Ik was in 2008 even de nummer dertig van de wereld. Ik wil weer zover komen als toen. Maar ik ben nu als mens veel verder. Je denkt meer na over allerlei dingen. En dat is als tennisster niet altijd een voordeel. Aan het begin van mijn loopbaan ging het automatisch. Toen ik met Allistair werkte had ik geen rust in mijn hoofd. Ik ging op de baan over dingen nadenken die niets met tennis te maken hadden. Dat werkte niet.”

Krajicek heeft het afgelopen jaar haar gedachten op een rij gezet en is tot de conclusie gekomen dat ze fouten heeft gemaakt. „Als ik terugkijk dan heb ik wel spijt. Maar ik maak mezelf geen verwijten. Iedereen maakt fouten in het leven. Ik was negentien jaar en dan neem je niet altijd de juiste beslissingen. Allistair was veel ouder. Hij had misschien beter moeten weten. Het was niet goed voor de relatie met mijn familie en niet goed voor mijn tennis. Dat laatste was misschien nog wel het spijtigst. Drie jaar buiten de tophonderd. Dat is niet goed geweest.”

Wanneer kwam het besef dat je op sportief gebied een andere weg in moest slaan?

„Dat was in augustus 2010, toen ik in de eerste ronde van de US Open verloor van de Oostenrijkse Tamira Paszek. ‘Zo gaat het niet langer’, zei ik direct daarna tegen mezelf. Daarna besloot ik gelijk terug te gaan naar mijn ouders in Praag. Mijn vader en moeder ontvingen me gelukkig met open armen. Het contact met mijn ouders is nog steeds heel goed. Mijn bed staat altijd gereed. Ik kan bij hun blijven slapen als ik wil.”

De band met je vader was van jongs af aan sterk. Hij was je coach en vertrouwenspersoon. Hoe moeilijk was het opeens als tiener op eigen benen te moeten staan?

„Dat was een heel lastig proces. Achteraf bezien heeft mijn vader misschien wel te laat en te abrupt besloten dat ik met een andere coach moest gaan werken. Als het via een wat meer natuurlijke weg wat rustiger was verlopen, was het mogelijk anders gegaan. Nu moest ik opeens een beslissing nemen. Zocht ik een tenniscoach of een fitnesstrainer? Ik kwam uit bij Allistair, een fysieke trainer. Maar hij werd ook mijn vertrouwenspersoon. Hij had enorm veel invloed op me. Had me in de greep. Aan de andere kant was mijn familie heel erg met me bezig. Het werd me allemaal te veel. Toen ben ik naar Amerika gegaan. Ik zag dat als een soort uitlaatklep en dacht daar rust te vinden. Dat was dus niet zo.”

Er zijn in het vrouwentennis talloze voorbeelden van jonge meisjes die door een van hun ouders zijn begeleid op weg naar de top. De rollen van vader en coach lopen vaak door elkaar heen. Op weg naar volwassenheid gaat het dan vaak wringen. Hoe zie jij dat?

„Het hoeft zeker niet in alle gevallen tot een breuk te leiden. Er zijn ook genoeg voorbeelden te geven van speelsters bij wie het wel goed functioneert als ze ook op latere leeftijd met hun vader blijven werken. Iedereen moet daarin zijn eigen weg bepalen. Ik ben altijd heel close met mijn vader geweest en dat ben ik nog. Ik heb altijd goed met hem gewerkt. Probleem is dat ik een oude [zeventiger] vader heb. Hij kon het fysiek niet meer aan. Hij heeft bijvoorbeeld net een operatie aan zijn achillespees gehad en moet nu weken achtereen thuisblijven. Van jongs af aan heb ik moeten wennen aan het idee dat hij snel kan overlijden. Ik heb het mijn moeder vroeger wel verweten dat ze met zo’n oude man is getrouwd. Dat was natuurlijk heel lelijk van mij. Ik vind het heel mooi om te zien dat mijn vader van mijn tennis geniet. Als hij kan, komt hij graag kijken.”

In het mannentennis zie je zelden of nooit een vader die zijn zoon als prof begeleidt. Hoe komt dat volgens jou?

„Ik denk dat ouders sowieso anders met een dochter omgaan dan met een zoon. Ouders willen op de een of andere manier meer controle houden over meisjes. Als je als achttienjarig meisje met een vriendje thuiskomt is de reactie vaak heel terughoudend. Zo van ‘nou ja, moet dat nou?’ Maar toen mijn broertje Petr met een meisje kwam aanzetten was iedereen heel enthousiast. ‘Goh, leuk, gezellig’, luidden de reacties. Ik dacht: ‘ Wat is dit nu voor eerlijkheid?’ In het tennis speelt misschien ook mee dat jongens zelfstandiger zijn en liever zelf beslissingen nemen.”

Jouw broer Richard Krajicek brak als tennisser met jullie vader en won later Wimbledon in 1996 onder leiding van Rohan Goetzke. Jij was toen zeven jaar. Wat weet jij nog van die dag?

„Dat weet ik nog precies. We woonden destijds in Den Hoorn [vlakbij Delft]. Op de dag van de Wimbledonfinale was mijn vader heel emotioneel. Het deed mij weinig. Ik zat met een Barbie in de hand voor de televisie en had niet echt door wat er gaande was. Ik herkende Richard als die broer die heel af en toe langs kwam. Pas later toen ik zelf op de grandslamtoernooien speelde, besefte ik pas werkelijk wat hij heeft bereikt.”

Jij stond in 2007 als achttienjarige in de kwartfinales van Wimbledon. Er lag een grote carrière voor je in het verschiet. Verwacht je dat niveau ooit weer te kunnen halen?

„Ja, dat is wel waar ik samen met Eric van Harpen naartoe werk. Het was een goede beslissing met hem te gaan werken. Ik heb heel veel respect voor hem. Maar het is zeker niet altijd even makkelijk. Hij wil in een korte periode veel aan mijn techniek veranderen. De wijze van serveren, de achterzwaai van mijn forehand en de manier van spelen. De dingen die een paar jaar geleden in mijn spel zaten, moeten terug. We bekijken ook wel video’s uit die tijd. Toen deed ik alles op gevoel. Dat is nu anders. Jammer genoeg gaat het nu alleen stapje voor stapje. Tijdens de trainingen gaat het vaak al heel goed, maar als je in wedstrijden onder druk komt wordt het soms moeilijk. Dat is veelal mentaal. Ik denk er dan ook over met een sportpsycholoog te gaan werken. Dat is in progress. Ik heb daar met Petra Kvitova [de Tsjechische nummer drie van de wereld] over gesproken. Zij heeft er veel baat bij. Volgens mij is dat nog een onderontwikkeld gebied in het vrouwentennis.”

Van Harpen is een coach die totale toewijding eist. Is dat altijd op te brengen?

„Ik ben eigenlijk altijd een harde werker geweest. Daar ligt het niet aan. Eric wil het nog wel eens overdrijven. Hij heeft me onlangs ook een brief geschreven waarin hij me naast allerlei tips op het hart probeerde te drukken dat ik geen tijd meer te verliezen heb. Dat is een beetje een spel. We kunnen buiten de baan goed met elkaar overweg en hoeven niet steeds samen te zijn.”

Van Harpen ziet 2012 als een leerjaar. Maar jij wilt graag naar de Olympische Spelen. Is dat een realistisch doel?

„De Spelen zijn een droom voor me. Daarvoor moet ik de top vijftig halen. Ik denk dat het kan. Voor mijn gevoel kan ik nog veel beter. Dit jaar heb ik een paar wedstrijden onnodig verloren. Ik moet eigenlijk altijd zien te winnen van meisjes die lager staan. Zo’n meisje moet voelen dat ze minder is dan ik ben. Het is niet makkelijk om terug te keren naar een plek waar je al eerder stond. Als junior kan niemand je stoppen. Maar ik ben nu 23 jaar en sta anders in het leven. Ik geniet van ieder moment. Toen ik op mijn zestiende het WTA-toernooi van Tasjkent won kreeg ik een chocolaatje en een cola van mijn vader. Dat was het. Ik moest weer denken aan mijn volgende wedstrijd. Misschien was dat wel goed. Dat heeft me als tennisster wel gevormd. Wat dat betreft heb ik meer een Tsjechische dan een Nederlandse mentaliteit. Het mooie is dat mijn ouders er nu ook van genieten als ik win en ze stressen niet meer als ik verlies. Maar ik wil nog wel laten zien wat ik kan, voor mijn ouders, maar ook voor mezelf.”

    • Koen Greven