• Ik

Zegening

Ik woon in de binnenstad van Utrecht, aan het einde van mijn straat zit een opvanghuis voor psychiatrische patiënten. Regelmatig zitten deze patiënten op een bank tegenover mijn huis. Niets aan de hand, ze doen geen vlieg kwaad. Toen ik een tijdje geleden thuiskwam en mijn sleutels zocht om de voordeur te openen, kwam een

Ik woon in de binnenstad van Utrecht, aan het einde van mijn straat zit een opvanghuis voor psychiatrische patiënten. Regelmatig zitten deze patiënten op een bank tegenover mijn huis. Niets aan de hand, ze doen geen vlieg kwaad. Toen ik een tijdje geleden thuiskwam en mijn sleutels zocht om de voordeur te openen, kwam een man naar mij toe geschuifeld en vroeg: „Mevrouw, welke kant moet ik op?”

Ik: „Dat hangt ervan af waar u heen moet.” Hij keek mij verbaasd aan: „Ja, dat weet ik niet.”

Ik lachte en wilde naar binnengaan, maar hij hield mij tegen. „Wacht! Ik heb u nog niet gezegend”, en hij prikte met zijn wijsvinger eerst op mijn voorhoofd, toen op mijn ene schouder en toen op mijn andere terwijl hij zachtjes prevelde: „In de naam van de vader, de zoon en Johan Cruijff.”

Joantien Zijlstra

    • Ik