‘Yes, we Cohen’ was te simpel, de PvdA moet weer mobiliseren

Integriteit. Het compliment is Job Cohen zo vaak toegeworpen dat het bijna een diskwalificatie werd. Ook van de nationale politiek. Wil je dáár slagen dan moet je echt rattiger zijn. Om het debat met Wilders en de draaiende camera’s in de gangen van het parlement te overleven. Het misverstand rond Cohens opstanding als boegbeeld van

Integriteit. Het compliment is Job Cohen zo vaak toegeworpen dat het bijna een diskwalificatie werd. Ook van de nationale politiek. Wil je dáár slagen dan moet je echt rattiger zijn. Om het debat met Wilders en de draaiende camera’s in de gangen van het parlement te overleven.

Het misverstand rond Cohens opstanding als boegbeeld van de PvdA was dat zijn partij opnieuw hoopte dat een leider van eenzame klasse het hele veld uit elkaar kon spelen en de partij zegevierend het Catshuis binnen zou voeren. Terwijl meer dan één partijcommissie al had gewaarschuwd dat de sociaal-democratische beweging was verworden tot een baantjesmachine, zonder werkelijk vaste waarden.

Wat Wouter Bos in 2003 lukte, 19 zetels heroveren van de 22 die in het Fortuynjaar  2002 verloren gingen, dat zou Job ‘Yes We Cohen’ ook doen. Als burgemeester van Amsterdam had hij de boel na de moorden op Fortuyn en Van Gogh ook bij elkaar gehouden. Maar wat moest hij in Den Haag bij elkaar houden? Zeker toen het in de campagne 2010 niet ging over moslims maar over miljardenbezuinigingen verdampte de magie.

Het drama-Cohen laat zien dat fatsoen in de politiek mooi is maar niet genoeg. Je moet een helder idee hebben van het publiek belang, de mensen moeten bijna voelen wat je visie is op de rol van de politiek en het vertegenwoordigend stelsel, je moet glashelder maken wat niet kán en wat móet in de samenleving. Het lukt alleen als je een begenadigd verteller bent - en humor is niet verboden.

Cohen bewaarde zijn fatsoen tot het eind: hij beschuldigde niemand, stelde schijnbaar onbewogen vast dat hij niet effectief was geweest en de komende spannende maanden ook niet zou worden. Ook in eigen kring strooit hij geen verwijten rond. Dat zijn tekenen van vrij zeldzame zelfkennis, eerlijkheid en moed. Maar die waren niet alomvattend.

Eigenlijk ging het van het begin af mis met zijn partijleiderschap. De verrassende machtsovername in maart 2010 gaf Job Cohen zo’n krediet binnen de PvdA (en ver daarbuiten) dat hij had kunnen en moeten zeggen: op de lijst voor de aanstaande verkiezingen wil ik de volgende sterke kandidaten van mijn keus, en ik breng het volgende campagneteam mee, mensen die mijn zwakke kanten compenseren en mijn sterke in het zonnetje zetten. Wie was Cohens Jack de Vries?

Het was niet zijn stijl en het werd zijn ondergang. Wouter Bos zou meer tijd aan zijn gezin besteden maar schreef nog wel even het verkiezingsprogramma, balloteerde de lijst en blokkeerde mensen die Cohen hadden kunnen schragen. Vast uit loyaliteit aan de partijzaak, maar het was een kapitale fout van beiden. Cohen liet na te zeggen hoe hij het hebben wilde, wie hij was en waar het naartoe moest.

Ook daarin is Job Cohen oprecht. Hij ziet zichzelf niet als ideeënman, meer als iemand die originele mensen om zich heen weet te verzamelen. Het is de vraag of dat laatste klopt. Ook nadat hij de potentiële schade van een door de PvdA aangezegde kabinetsbreuk tijdens een economische crisis (motief: Afghanistan) had weten te beperken en de partij op één zetel na de grootste werd, greep Cohen zijn kans niet.

Cohen liet ook toen na in of desnoods rondom de fractie vertrouwelingen neer te zetten die hem konden scherpen op sleutelthema’s, die zijn vriendelijke wil met harde hand konden toepassen. In het wijdlopige fractiebestuur zat niet één Europa-deskundige. Binnen de Wiardi Beckmanstichting, de PvdA-denktank, leidde hij een groep die de partij nieuwe fundamenten moet bezorgen. In zijn toespraken bleek slechts een enkele keer dat Cohen door hun werk bevlogen was geraakt.

In het vandaag verschenen boek van oud-WBS-directeur en -Kamerlid Paul Kalma ‘Makke Schapen, over volgzame burgers en vluchtige politiek’ wordt minitieus beschreven hoe de PvdA zich fataal heeft laten meeslepen in de algehele depolitisering van de politiek.

Opkomst en ondergang van Job Cohen in Den Haag vormen een les voor Emile Roemer, die nu met zijn SP in de peilingen hoogtij viert. De mediacultuur vraagt – onwijs, maar gevoed door de heersende kijkcijfer-afrekencultuur – om sterren. Steeds weer andere. Als het VUmc erin trapt, waarom partijen niet ook? Die moeten toch zoveel mogelijk volk vertegenwoordigen?

De vaak genoemde ideale opvolger als PvdA-leider, Amsterdam’s wethouder Lodewijk Asscher, doet er waarschijnlijk goed aan geen haast te maken. Hij weet dat hij nog meer ervaring en hardheid kan winnen. De nu uit de Tweede Kamer-fractie naar voren gestapte kandidaten zullen vóór de volgende verkiezingen vaste voet aan de grond willen zetten om zo Asschers onvermijdelijkheid voor  te zijn. Zij hebben haast. De partij ook. Die moet paraat zijn als het CDA Wilders niet langer  pruimt.

Het kan een win-win-situatie opleveren voor de PvdA. Maar het zijn tactische en persoonlijke details die in het niet vallen bij de krater van het sociaal-democratische erfgoed. De band met de praktijk is zoek. Alle nu bekende kandidaten weten dat, maar zullen zij het durven zeggen? Zullen zij durven hoger én lager opgeleiden weer te mobiliseren voor gematigde, internationaal georiënteerde medemenselijkheid?

De grootviziers van Nederland 1 vragen  om  grappige oneliners tegen Geert Wilders. Geen kandidaat kan in drie weken bekend worden zonder televisie. Niemand slaagt voor het talkshow-examen met vergezichten over de sociaal-democratie en de noodzaak de dictatuur van het financieel-economisch denken te doorbreken. En geen PvdA-leider zal ertoe doen als hij of zij die koe niet bij de horens vat.