Warm klimaat? Paard krimpt

De natuur zit vol zogeheten wetten, die je een soort waarheden als koeien zou kunnen noemen. Zo heb je de wet van Foster, die stelt dat diersoorten op eilanden veel kleiner kunnen worden dan dezelfde dieren op het vasteland. Dat komt doordat er op eilanden minder eten is. En doordat er minder roofdieren wonen. Laatst ontdekten biologen nog een mooi voorbeeld: een minikameleon op een minuscuul eilandje bij Madagascar.

Ook is er de wet van Bergmann. Die zegt dat vergelijkbare dieren in koude streken veel groter zijn dan in warme landen. Denk maar aan de kleine Aziatische zwarte beer en de grote ijsbeer.

Volgens Bergmann heeft dat te maken met de temperatuur. Ingewikkeld: hoe groter een dier, hoe meer inhoud hij heeft. En hoe kleiner zijn buitenkant dus is ten opzichte van die inhoud. Omgekeerd heeft een klein dier vergeleken bij zijn inhoud juist veel buitenkant – waar dus veel warmte door kan weglekken. Anders gezegd: kleine dieren koelen sneller af dan grote dieren. En dus is het handig om in koude streken juist wat groter te zijn.

Maar klopt die wet van Bergmann echt? Amerikaanse onderzoekers hebben nu fossielen bekeken van een opeenvolging van oude paardensoorten. In een diepe put vonden ze de resten van paarden zoals die zich over tientallen miljoenen jaren hadden ontwikkeld. Er waren kolossale knollen bij, maar ook minuscule paarden, amper zwaarder dan een dikke kater. Dat zagen de onderzoekers trouwens vooral aan de tanden van die paarden (en het staat deze week in Science).

De onderzoekers bekeken in wat voor klimaat die grote en kleine paarden leefden. Dat kon doordat in de paardentanden oude plantensporen zaten. Die vertelden iets over het heersende klimaat. En ja hoor: hoe warmer het klimaat, hoe kleiner de paarden. Het klopte meteen, en dat zie je niet vaak. Meestal gaat bij onderzoek eerst alles mis gaat, wat mis kán gaan – en dat is de wet van Murphy.

Menno Steketee

    • Menno Steketee