Veel kandidaten, dus geen natuurlijke leider

Zes PvdA-leden over hun partij. En de boodschap die maar niet goed wordt over gebracht. Het gaat nu om ‘de poppetjes’, maar welk poppetje moet de partij leiden?

Nederland, Oostzaan, 24-02-2012 PvdA leden uit Noord Holland uit de lokale politiek. Wethouder in Oostzaan Eelco Taams, foto: Bram Budel Bram Budel

Ze weten het nog precies, waar ze waren toen hét nieuws kwam.

In een vergaderzaaltje waar de burgemeester binnenviel om het door te geven.

Thuis, om bij te komen van het Brabantse carnaval.

In een advocatenkantoor.

In het provinciehuis, waar een VVD-gedeputeerde een telefoon onder zijn neus hield. Lachte ze? „Ja, maar dat doet ze vaak. Ze wreef het er niet in, gelukkig.”

Dit was de week van het vertrek van Job Cohen als fractieleider van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer. Maar voor zes actieve PvdA’ers uit Noord-Holland was het vooral de week waarin zíj het voor het zeggen krijgen. PvdA-leden mogen de komende weken bepalen wie de nieuwe leider wordt.

Betekent het vertrek van Cohen dan niets? Rian van Dam, consultant en oud-wethouder: „Het politieke geheugen is beperkt. Vandaag is het hommeles, morgen is iedereen het vergeten.”

Op verzoek van deze krant zitten zij en vijf anderen bij elkaar om te praten over de toekomst van hun partij. De locatie: het multifunctioneel gemeentehuis van Oostzaan, waar PvdA-wethouder Eelco Taams trots op is. Verder aan tafel: een advocaat, een ambtenaar van de gemeente Den Helder, een wethouder uit Zaanstad, een vrouw – dochter van een Turkse gastarbeider – die op het punt staat te promoveren, en een consultant. Niemand draagt een das, drie van de vier mannen hebben een keurig jasje aan. Een van de vrouwen draagt, zichtbaar naast een grote geel-bruine sjaal, een partijspeldje.

Ze staan, zo zeggen ze zelf, model voor wat leeft onder partijleden in het land. En ze zijn helemaal niet bezig met het dilemma waar iedereen het over heeft: moet de PvdA naar links opschuiven, richting SP, of juist een brede middenpartij worden? „Onzin-discussie”, vinden ze. Songül Mutluer, promovenda en fractievoorzitter in Zaanstad: „We hebben raakvlakken met veel partijen. Onderwijs met D66, milieu met GroenLinks.” Lucien Nix, advocaat en bestuurslid van het gewest Noord-Holland: „Onze partij slaat de brug tussen de blauwe en witte boorden.”

Met het „ijzersterke verhaal” van de Partij van de Arbeid, dat „al tientallen jaren staat”, is niets mis. Het gaat om solidariteit, eerlijk verdelen, rechtvaardigheid, en hoe je van een dubbeltje een kwartje kan worden. Gewoon, zoals altijd.

De discussie binnen de partij gaat over iets heel anders, zeggen deze leden. Hoe breng je die boodschap goed over? Dat lukt maar niet. In elk geval niet onder Cohen. Lucien Nix: „De boel bij elkaar houden is een versleten boodschap. Het wordt toegeschreven aan Cohen, maar Joop den Uyl zei het ook al.”

Jeroen Olthof, wethouder in Zaanstad: „De PvdA is een partij van emoties, je spreekt vanuit het hart. Dán geloven mensen je. Die boosheid ontbrak bij Cohen. Zeg gewoon bij Pauw & Witteman aan tafel: potverdorie we accepteren het niet! Wij moeten brutaler worden en met de vuist op tafel slaan.”

Niet helemaal waar, vindt Lucien Nix: „Het broeikaseffect, dat kan je niet met je hart benaderen. De Europese integratie ook niet.”

Olthof valt hem in de reden: „Je kan álles met je hart benaderen.”

Nix: „Nee, daar heb je kennis voor nodig, je moet analyseren. Ik heb het over de modus operandi.”

De zes onderbreken elkaar, zijn het niet altijd met elkaar eens, misschien wel tekenend voor een partij die iedereen wil bedienen. Maar de discussie verloopt beschaafd. De bevlogen wethouder heeft het hoogste woord, de ambtenaar heeft moeite er tussen te komen, de advocaat gooit er geregeld een Latijnse term tussendoor.

Ze vinden allemaal dat „het poppetje” belangrijk is. Olthof: „De SP heeft onder Roemer echt geen ander verhaal dan onder Agnes Kant. En wij hebben nu geen ander verhaal dan onder Wouter Bos.”

Het gaat om „de verpakking”, klinkt het veelvuldig. En dus geen „wetenschappelijke verhalen”, waar de PvdA goed in is. Olthof: „Kiezers zijn op zoek naar oneliners, statements die duidelijk maken wat de PvdA wil. Ons verhaal is óók in oneliners te vertellen.”

Mutluer: „Tijdens een werkbezoek van Cohen zei een havenarbeider: ik wil weten waar jullie staan. Als je iets aan de hypotheekrenteaftrek gaat doen, dan word ik gepakt. En mijn kinderen worden ook gepakt.”

Olthof: „Ga niet de hele hypotheekmarkt uitleggen, maar zeg dat die man zich geen zorgen hoeft te maken. De hypotheekrenteaftrek tot vier ton blijft intact. We gaan alleen niet meer de woning van John de Mol van tien miljoen subsidiëren.”

Dan de hamvraag: wie van de kandidaat-voorzitters is het meest geschikt om kiezers te overtuigen van het PvdA-verhaal? Een klein rondje. Twee keer Diederik Samsom, vier keer twijfel. Vier keer véél twijfel. Samsom heeft „een groen profiel” terwijl je nu juist een sociaal-economisch profiel nodig hebt („banen, banen”). Martijn van Dam is vooral bezig geweest met privacy.

Mark Versteeg, Statenlid en ambtenaar: „Ik heb nog geen voorkeur. Ik wil iemand die de publieke opinie kan bespelen.” Jeroen Olthof: „Het feit dat er zoveel kandidaten zijn, laat al zien dat een natuurlijke leider er niet is.”

En de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher, over twee jaar? Een wonderkind, zeg iedereen. Maar is hij bestand tegen de Haagse werkelijkheid? Songül Mutluer: „Cohen is destijds opgehemeld. Ik wil niet in dezelfde valkuil vallen.”

Lucien Nix: „Je moet er niet a priori vanuit gaan dat een lokale held het op een landelijk platform ook goed doet.”

    • Oscar Vermeer