Uit de comfort zone

Harold Hamersma proeft onbekend Italiaans wit.

Wereldberoemde wijndruiven als chardonnay en cabernet sauvignon moeten op hun tellen gaan passen. Tenminste, als de lezers van Amerikaanse wijncritici doen wat hen verordonneerd wordt. ‘Step out your comfort zone’, luidt het decreet voor 2012. ‘Kijk wat verder dan je neus lang is en vermijd de allemansvrienden.’ En omdat Amerika inmiddels het grootste wijnconsumerende land ter wereld is, moet de impact van een dergelijke mededeling niet onderschat worden.

Zo ligt bij veel wijnproducenten het tv-programma 90 minutes, dat in de jaren negentig door CBS werd uitgezonden, nog vers in het geheugen. In deze coast to coast uitzending werd de Amerikaanse kijker gewezen op de gezondheidsvoordelen die het mediterrane dieet en het daarbij behorende drinken van rode wijn met zich meebrengt. Er werd vooral aandacht besteed aan de drie keer hogere kans die Canadese en Amerikaanse mannen hadden om aan een hartaanval te sterven dan hun seksegenoten uit Zuid-Frankrijk.

Miljoenen kijkers besloten de volgende dag al die cijfers drastisch omlaag te drinken, waardoor het Amerikaanse wijnconsumptiepatroon (toen vooral zoet wit) drastisch veranderde. Binnen een week steeg de verkoop van rode wijn in Amerika met 40 procent.

Van recenter datum is de verschuiving die de film Sideways (2004) teweegbracht. Deze low budget roadmovie over twee pinot noir drinkende vrienden op wijnreis door Californië werd een ongekend succes met een onverwacht side effect. Hele volksstammen wilden nu ook pinot noir drinken. Met als gevolg dat de verkoop van merlot – destijds de meest gewilde druif in de Verenigde Staten – fors wegzakte en die van pinot noir een kwart steeg.

Maar welke landen, streken of druiven hebben de meeste kans om te profiteren van de recente stalorders? Voor de hand ligt dat Italië er goed garen bij spint. Dat is sowieso al de nummer één wijnleverancier aan de andere kant van de oceaan. Maar het feit dat er in De Laars steeds meer autochtone druiven worden ‘herontdekt’, zal er zeker toe bijdragen dat er bijvoorbeeld nog vaker ‘nee’ tegen chardonnay wordt gezegd.

In Frankrijk en in Californië zorgen vijftien druivenrassen voor 95 procent van de wijnproductie. In Italië zijn wel zeshonderd druiven waar commercieel aantrekkelijke hoeveelheden wijn van worden gemaakt. Dat biedt voldoende ruimte voor de avontuurlijk ingestelde wijndrinker voor wie de Toscaanse sangiovese en Piemontese nebbiolo al te veel voor de hand liggen.

Wie uit zijn comfort zone durft te stappen, kan in iedere Italiaanse regio tegen een grote onbekende aanlopen. En vaak met groot plezier tot gevolg. Neem bijvoorbeeld de Fontezoppa 2010 uit het midden-Italiaanse Marche (9,50 euro). Daarin heeft zich een drietal volstrekt onalledaagse druiventypes verzameld. Zo is daar de maceratino (ik geloof niet dat ik die ooit in het glas heb gehad), de incrocio (aha...?) en de pecorino (die duikt de laatste tijd wat vaker op). Maar de bianco van dit trio verdient het in ieder geval om bekend te worden. Fris-bitterig, met een zachte notigheid, wat ‘leaviness’ zoals de Engelsen dat zo fraai duiden, en zacht, verkwikkend sap.

In het zuidelijker gelegen Campania stuit ik op de Irpinia 2009 van Ciro Picariello (9,95 euro), gemaakt van de fiano di avellino. Daarvan roem ik het wit om zijn zuren. Mandarijnzuren. Limoenzuren. Kan tijm ook zuren hebben? Ananas dan? Dan toch wel kamille? Prachtig.

Om tot slot halt te houden bij onbekend rood. Maar daarvoor moet ik terug omhoog naar Alto Adige-Südtirol. Daar proef ik van de lagrein, de eigen druif van het hoge Italiaanse noorden, de Pfannenstielhof ‘Vom Boden’ 2010 (14,85 euro). Het lichte parfum van viooltjes en de smaak van beschaduwd, sappig, compact zwart fruit. ‘Heel drinkbaar en toch weerbarstig’, las ik er laatst over. Fris geschonken wordt dit mijn voorjaarsrode om daarmee, buiten de comfort zone, lekker mee in het zonnetje te zitten.

Fontezoppa 2010 sagra.nlIrpinia 2009. Commendatore.nlPfannenstielhof ‘Vom Boden’ 2010 Verkerk-wijnimport.nl

    • Harold Hamersma