Turkije, neonazi's en de Holocaust

In het Konzerthaus van Berlijn brachten scholieren donderdag twaalf brandende kaarsen binnen. Tien kaarsen voor de dodelijke slachtoffers van een bende neonazi’s uit de Oost-Duitse stad Zwickau, acht Turken, een Griek en een Duitse politievrouw. Een kaars was voor „andere slachtoffers van extremistisch geweld”, en een voor de hoop op een betere toekomst.

De herdenking werd in Turkije rechtstreeks uitgezonden op de 24-uurs nieuwszenders. Al waren niet alle slachtoffers Turks, in het thuisland worden de moorden als een Turks drama beleefd. In de Turkse publieke opinie staat dat drama niet op zichzelf, maar handelden de moordenaars in een patroon van groeiende islamofobie in Europa.

„Ze voelden alsof de wereld een vrediger plek zou zijn als er geen moslims zouden zijn. Het incident in Noorwegen en de neonazimoorden in Duitsland tonen aan dat dit niet het geval is. Deze manier van denken zal Duitsland noch Europa vrede brengen”, sprak minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu toen hij in december naar Duitsland reisde om te vieren dat vijftig jaar eerder de Turkse migratie naar Duitsland begon.

Volgens de Turkse minister moet Duitsland de moorden zien als een politiek en cultureel probleem. Hij verwees naar de branden in Mölln en Solingen begin jaren negentig, die werden aangestoken door neonazi’s en waarbij acht Turken omkwamen. „Alles werd daarna vergeten en dezelfde dingen bleven gebeuren. De manier waarop Duitsers met buitenlanders omgaan moet veranderen. Dit is belangrijk voor de vrede in Duitsland en de toekomst van Europa.”

De Turkse regering vertrouwt de lezing van de Duitse autoriteiten niet, die claimen dat de politie pas een paar maanden geleden in de gaten kreeg dat een neonazistisch netwerk bezig was systematisch Turken te vermoorden.

De zaak kwam pas aan het licht toen twee betrokkenen in november zelfmoord pleegden. De derde, een vrouw, gaf zichzelf aan bij de politie. Er zijn in Turkije speculaties dat er banden bestonden tussen het trio en de Duitse inlichtingendienst. De Turkse minister noemde die geruchten „hoogst verontrustend”. Hoewel de moorden, tussen 2000 en 2007, allemaal met hetzelfde wapen werden gepleegd, kwam een politieteam van zestig man nooit op het idee de daders te zoeken in het milieu van neonazi’s, schrijven Turkse kranten.

Het voedt columnisten in Turkije in de overtuiging dat hier niet slechts sprake is van een doorgeslagen trio, maar van een Europese anti-moslimcultuur.

„Racisme, discriminatie en rechts-extremistisch geweld lijken nu gericht tegen immigranten, maar uiteindelijk zullen ze de Europese civilisatie vernietigen”, schrijft Ihsan Dagi in de krant Today’s Zaman. „Racisten en zij die zwijgend en passief toekijken bij racisme kunnen Europa niet zuiveren van immigranten zonder de democratische beschaving te vernietigen.”

Die Europese beschaving dringt zich soms op aan de Turken. Niet lang na de bekendmaking van de seriemoorden op de Duitse Turken, verzocht de Franse documentairemaker Claude Lanzmann de Turkse staatszender zijn film ‘Shoah’ uit te zenden, om onder moslims begrip te kweken voor het joodse lijden onder de nazi’s.

De film duurde negen uur en werd integraal uitgezonden op Holocaust-herdenkingsdag. Nooit eerder vertoond in een land waar in meerderheid moslims wonen. Aan de vooravond prees de documentairemaker de Turken voor „hun moed”. „Turkije is een land dat maar weinig mensen kennen en begrijpen.”

Bram Vermeulen