Toch best erg

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: rouwrituelen.

Ik kan mijn baard laten staan. Dat deden de Romeinen in geval van rouw. Of een jaar lang zwarte kleding dragen, zoals de katholieke weduwes in Zuid-Europa (die trouwens ook vaak een baard dragen). Of anders een brief aan een vlieger de hemel insturen.

Maar is dat niet allemaal een tikkeltje overdreven? Ik bedoel: vaders gaan dood. Zo is het altijd geweest en zo zal het nog wel een tijdje blijven gaan. En het rouwen om een ouder schijnt minder ingrijpend te zijn dan het rouwen om een scheiding. Maar je moet het volgens de rouwliteratuur evenzogoed wel zien te verwerken. Alleen: hoe dan? En vooral: wanneer? Mensen in loondienst cremeren hun ouders op zaterdag en gaan dan op maandag weer naar kantoor.

Ik hoopte een antwoord te vinden in Het onvermijdelijke verlies van Meghan O’Rourke waarin zij schrijft over het afscheid van haar moeder en zich verbaast over het feit dat „in onze cultuur van opzichtig vertoon het verdriet om de dood zich voornamelijk in stilte afspeelt”. Maar die O’Rourke is vermoedelijk een betere dochter dan ik. Wat die niet allemaal voelt. „Wakker worden in een wereld zonder haar is als wakker worden in een wereld zonder lucht. Ondenkbaar”, schrijft ze. En vlak voordat haar moeder sterft heeft ze hoofdletters nodig: „Het onherroepelijke besef overviel me dat De Persoon Die Op Deze Aarde Het Meest Van Me Hield binnenkort dood zou zijn.”

Al is het wel waar dat de persoon die het meest van me hield er nu niet meer is, dat de twee personen die het meest van me hielden er nu niet meer zijn. Zou ik in de ontkenningsfase zitten? Als ik het zo opschrijf, is het toch best erg. Erg genoeg voor een ritueel.

Op internet las ik dat ik binnenkort mijn toevlucht wellicht kan nemen tot een nieuwe rouwrite: een bezoekje aan de psychiater. De vereniging van Amerikaanse psychiaters overweegt om rouw op te nemen in de DSM, het handboek voor psychiatrische stoornissen. Ik zie het al voor me: Gaat u zitten mevrouw. Dus u heeft al twee weken last van verdriet, slapeloosheid, concentratieproblemen en verminderde eetlust? En uw vader is overleden? Aha, dan bent u ziek, rouwziek. Ik zal u een pilletje voorschrijven.

Het lijkt me niet het beste ritueel. Niet-voelen is niet de oplossing. Dan zou ik naar mijn ongeverfde plinten kunnen kijken zonder aan mijn vader te denken. Nu hoor ik tenminste zijn woorden, en mijn ant-woorden: „Ja pap, ik weet het, ik had eerst de vloer moeten schuren en daarna pas de plinten moeten vastmaken, want nu de plinten eenmaal vastzitten is de kans klein dat ik ooit nog de vloer ga doen. Maar ho eens even: wie zou die plinten komen schilderen? En wie moet dat nu dan doen? Nou?”

Een pilletje zou wellicht ook de reflex onderdrukken om mijn vader te bellen. Die neiging heb ik af en toe: „Zeg, wat zullen we eens doen met je as? Wil je in een vuurpijl de lucht in worden geschoten? Of zal ik ’s nachts over het hek van de tennisbaan klimmen en je daar over het gravel uitstrooien, of bij de bar, wat jij wil. Je hoeft niet op dat duffe strooiveldje, mama snapt het heus wel. Denk er maar even over na.”

Natuurlijk moet ik zo’n gesprek altijd haastig afkappen. Want ik heb een deadline. En daarna heb ik nog wat leven te doen. Maar volgende week ben ik vrij. Als ik dan eens, bij wijze van ritueel en eerbetoon, de plinten ga verven. Voordat ik ze ga schilderen, zal ik ze afbeitsen met mijn tranen. Beloofd.

    • Monique Snoeijen