Spontane actie leidde tot paniek

De ‘Damschreeuwer’ gaf bij zijn hoger beroep tekst en uitleg. Sympathie van de rechters won hij zeker niet.

Onderuitgezakt, gel in het haar en de handen in de zakken van een strak maatpak. ‘Damschreeuwer’ Gennaro P. zit er vrijdag bij het gerechtshof in Amsterdam heel anders bij dan op 4 mei 2010. Toen stond hij op de Dam, gekleed als een orthodoxe jood met hoed, baard en pijpenkrullen. Met „intens en angstaanjagend” geschreeuw verstoorde hij de twee minuten stilte van de Nationale Dodenherdenking.

P. kwam niet opdagen toen zijn zaak bij de rechtbank werd behandeld, maar verscheen die dag wel op televisie. Dat is mee gewogen in het vonnis van een jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. In het hoger beroep is dat opnieuw de eis. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) bracht zijn geschreeuw tijdens de herdenking de menigte op de Dam in paniek. De meute kwam ongecontroleerd in beweging na P.’s gegil. Mensen werden verdrongen en vielen. Van de tientallen die gewond raakten, zijn er enkelen in de rechtszaal aanwezig.

Het OM en de rechters willen een verklaring van P. Waarom is hij in een stille menigte gaan schreeuwen? Had hij dan geen enkel besef dat de Dodenherdenking aan de gang was? De Damschreeuwer grijnst en blijft onderuitgezakt zitten. „Het was een spontane actie”, antwoordt hij het met een Amsterdams accent. „Ik was opweg naar mijn stamkroeg, maar ik kon er niet door. Trouwens, het is altijd druk en toch stil op de Dam”, mompelt hij.

Rechter Simone Clement neemt geen genoegen met zijn antwoord. „Als je komt aanlopen en je ziet die menigte, denk je dan niet: oh, het is Dodenherdenking?” Nee, reageert P. droog, „dat dacht ik niet.” Rechter Pieter Hoek raakt geïrriteerd: „Ik versta u niet. U moet in de microfoon praten.” P. grijpt de microfoon en slaat erop. „Test, test! Een, twee!”, roept hij er in, „Zo beter?!”

P. houdt vol dat er geen enkel verband is tussen zijn geschreeuw en de paniek. „Het is niet mijn schuld dat daarna een vrouw begon te gillen en iemand ‘bom!’ riep.”

Volgens advocaat-generaal Raymond Tdlohreg kan het P. blijkbaar allemaal niets schelen. P. zou daarom een schadevergoeding moeten betalen en de straf die hij eerder van de rechtbank kreeg. Hetgeen ook een vijf jaar durend verbod op aanwezig het bij de Dodenherdenking inhoudt. Uitspraak op 9 maart.