Revolutie of toch gewoon bedrijfseconomie?

Auteur: Herman VerhagenTitel: De Duurzaamheidsrevolutie Hoe mensen organisaties en organisaties de wereld veranderen.Uitgeverij: Jan van ArkelISBN: 978 90 6224 512 3, 200 blz., € 14,95

Het duurt niet lang meer of mensen en organisaties kiezen uit overtuiging voor een duurzame samenleving. Dat is de stellige mening van Herman Verhagen. In zijn boek De duurzaamheidsrevolutie laat de duurzaamheidsadviseur en voormalig campagneleider van Milieudefensie er geen twijfel over bestaan. Na de Industriële Revolutie van de 19de en 20ste eeuw volgt in de 21ste eeuw de Duurzaamheidsrevolutie.

Verhagen is van mening dat de wereld in een systeemcrisis verkeert. Behalve een economische crisis is er volgens de auteur ook sprake van een milieu- en klimaatcrisis. Beide crises zijn volgens Verhagen het gevolg van de Industriële Revolutie, die de mens er toe bracht om ecosystemen te verwoesten en zoveel CO2 de lucht in te blazen dat de aarde opwarmt.

De vierde crisis, die van energie, heeft minder gevolgen voor de aarde maar des te meer voor de mensen. Het aanbod van energie neemt de komende eeuw af omdat fossiele brandstoffen schaarser worden. Ondertussen neemt de vraag naar energie juist toe als gevolg van de economische ontwikkeling in Azië en Latijns-Amerika, waar steeds meer mensen zich een Westers levenspatroon kunnen veroorloven en dus meer gaan consumeren.

Consumeren, voor Verhagen is het gruwel. De middenklasse van welvarende landen leidt volgens de duurzaamheidsspecialist aan een ‘eindeloze koopzucht’ die hen blind maakt voor de ecologische gevolgen van hun gedrag. Wie een duurzame samenleving tot stand wil brengen moet zich volgens Verhagen daarom op deze mondiaal nog steeds groeiende groep mensen richten.

Overheden en politici, zo is de overtuiging van Verhagen, zullen de middenklasse niet wakker schudden. Overheden zijn te bureaucratisch en te traag en politici volgen eerder de publieke opinie dan dat zij deze leiden. Verhagen heeft zijn hoop daarom gevestigd op multinationals, het Amerikaanse supermarktconcern Wal-Mart bijvoorbeeld.

Wal-Mart versloeg jarenlang de concurrentie door producten tegen de laagst mogelijke prijs in het schap te leggen, ongeacht de milieueffecten hiervan. Maar Wal-Mart werkt volgens Verhagen momenteel aan een wereldwijde verduurzaming. Zo slaagde Wal-Mart er in om in de Verenigde Staten het transport 38 procent efficiënter te maken. En in China bracht het concern het energieverbruik in zijn winkels met 30 procent terug.

Wal-Mart is samen met enkele andere multinationals als Ahold, Philips en Coca-Cola volgens Verhagen het ‘kantelpunt’ voorbij. . Waarde is voor deze concerns ‘winst plus de positieve impact op de samenleving, min het verlies en de negatieve impact op de samenleving’.

Verhagen is een idealistisch mens, dat spat van zijn boek af. Hierdoor lijkt hij zich niet voor te kunnen stellen dat mensen uit andere dan idealistische motieven handelen. Zo is het de vraag of multinationals als Wal-Mart, ondanks de groene boodschap van hun publiciteitscampagnes, werkelijk een duurzaamheidsrevolutie voor ogen hebben. Want deze concerns doen, in het belang van de winstmarges en de aandeelhouders, eigenlijk niet veel anders dan het optimaliseren van hun processen. Als energie duurder wordt, ligt het immers voor de hand om te investeren in energiebesparende maatregelen.

Wal-Mart handelt niet vanuit een idealistisch motief, zoals Verhagen suggereert, maar kiest voor ‘verduurzaming’ op basis van beproefde bedrijfseconomische argumenten. Om Verhagens waarneming dat multinationals gedwongen door de realiteit andere wegen dan voorheen bewandelen om hun toekomst veilig te stellen, kan niemand heen. Maar Verhagens claim dat de wereld daarom aan de vooravond staat van een ‘duurzaamheidsrevolutie’ mist een overtuigende onderbouwing.

Aernout Bouwman-Sie

    • Aernout Bouwman-Sie