Puur op de macht over de kasseien

De weken van de kasseienklassiekers zijn begonnen. Kou, regen en modder: zes koersen door de ogen van oud-winnaars. „Iedereen komt getekend over de streep.”

Zaterdag

Omloop Het Nieuwsblad

Sebastian Langeveld (27), winnaar in 2011

„Vorig jaar won ik in februari de Omloop Het Nieuwsblad en toen was mijn voorjaar geslaagd. Dat is niet zo als je een etappe wint in de Ronde van Qatar of de Ronde van de Algarve. Het geeft wel aan hoe belangrijk de Vlaamse klassiekers zijn.

„Er zijn maar een paar kasseienkoersen, na de Omloop zijn er voor mij nog vier voorjaarswedstrijden waarin ik kan scoren. De Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix zijn het zwaarst, de Omloop is makkelijker. Vorig jaar had ik in mijn voorbereiding alles op deze koers gezet. Lang niet alle renners zijn zo vroeg in het jaar al heel sterk, dat kan echt een voordeel zijn.”

Zondag

Kuurne-Brussel-Kuurne

Jos Lammertink (53), winnaar in 1984

„Op de avond voor Kuurne-Brussel-Kuurne kreeg ik te horen dat de hele Panasonic-ploeg voor mij zou rijden. Daar heb ik de hele nacht wakker van gelegen. Ik moest het toch gaan waarmaken. Ik won wel, ik zat in de kopgroep en won de sprint.

„De voorjaarskoersen lagen mij goed, ik kon tegen de kou. In de Omloop was het een keer slechts een paar graden boven nul, dan is bij de start de helft van de renners al bijna afgestapt. Ik had ook het postuur voor de kasseien, woog 84 kilo. Als je een klim met natgeregende kasseien oprijdt en je gaat op de pedalen staan, hou je een fiets niet onder controle. Die staat dan direct andersom of het achterwiel glipt weg. Dus moet je blijven zitten en puur op de macht over de kasseien heen.

„In Vlaanderen kom je vaak dezelfde klimmetjes tegen, de Koppenberg bijvoorbeeld. En voor de kasseien is het altijd dringen, je gaat van een vierbaansweg naar een strook van 2,5 meter breed: knokken tot en met. Vroeger stonden er nog geen hekken op de heuvels, je paste meestal net tussen het publiek door. Zelfs de politie is trouwens wielergek in België: ik ben in mijn auto wel eens geflitst met 193 kilometer per uur en dat werd in ruil voor een shirtje door de vingers gezien.”

Vrijdag 23 maart

E3 Harelbeke

Carlo Bomans (48), winnaar 1996 „Belgische renners zijn grootgebracht op de kasseien, wij rijden er al van jongs af aan overheen. Als renner trainde ik veel op kasseienstroken. Ik denk dat Vlamingen die koersen daarom zo goed beheersen, net zoals Nederlanders goed in de wind op een dijk kunnen fietsen. Maar de voorjaarsklassiekers zijn ook voor ons Belgen loodzwaar. Toen ik als eerstejaarsprof mijn eerste E3-Prijs had gereden, was ik volledig van de kaart. Ik wist niet meer waar de douches waren, niet eens in welk land ik was.

„De voorjaarskoersen zijn belangrijk voor Vlaamse wielerfans, en dat zijn er heel veel. Ik word nog steeds aangesproken op mijn overwinning, mensen vergeten dat niet. Als renner ben je je er minder van bewust, maar nu ik aan de andere kant van de hekken sta zie ik pas echt hoeveel mensen naar een koers komen, hoeveel emoties het losmaakt.”

Zondag 25 maart

Gent-Wevelgem

Henk Lubberding (58), winnaar in 1980 „Gent-Wevelgem is een prachtige wedstrijd. Je rijdt langs de kust en er staat meestal wind, waardoor er direct vanaf de start gekoerst moet worden. Het is niet wachten tot de heuvelzone, zoals bij andere voorjaarsklassiekers: als er wind staat valt het peloton meestal direct in waaiers uiteen. Als je dan niet vooraan zit, in de eerste groep, kan het al voorbij zijn. Je moet ook constant op je hoede zijn, weten wie in welke groep zit en of er achter je wel eens hard gereden kan worden. Het is een tactische koers, dat ligt mij wel. In het jaar dat ik won was mijn kopman Jan Raas een beetje bang voor de Belgische renner Roger De Vlaeminck, die had al goede uitslagen gereden. Ik moest van Raas demarreren in het glooiende gedeelte voor de Kemmelberg, om De Vlaeminck kapot te krijgen. Ik kwam als eerste boven op de Kemmelberg en ben vervolgens 68 kilometer alleen naar de finish gereden.”

Zondag 1 april

Ronde van Vlaanderen

Johan Lammerts (51), winnaar in 1984 „Kasseien, daar moet je gevoel voor hebben. Aan de zijkanten is het wegdek altijd slechter, auto’s en tractors rijden daar de stenen uiteen. Het fietst moeilijker en je hebt een grotere kans op lekke banden. In het peloton moet je soms wel langs de zijkant inhalen. In het midden van de weg heb je weer de meeste last van de wind, dat kost ook veel kracht. Eigenlijk moet je constant bedenken wat het beste is.

„In 1984 reed ik bij Panasonic en dat was voor de Ronde van Vlaanderen de te kloppen ploeg. Wij hadden al zo’n dertig wedstrijden gewonnen in het voorjaar. Ik startte als knecht voor Phil Anderson en Eddy Planckaert, Sean Kelly was hun grote concurrent. Toen Kelly op de Muur van Geraardsbergen demarreerde, sprong ik mee om hem terug te halen – maar ik kwam in de kopgroep terecht. In de finale sprak ik met mijn ploeggenoot Ludo De Keulenaar af om beurtelings te demarreren. Kelly kon mij niet meer terughalen, ik won met 25 seconden verschil.

„Het parcours is dit jaar veranderd. Drie rondjes over de Oude Kwaremont en de Paterberg, dat is lastig. Toch maken uiteindelijk de renners en het weer de koers zwaar. Als de zon schijnt en er wordt niet doorgereden, dan kunnen zo 150, 160 man de finale inrijden.”

Zondag 8 april

Parijs-Roubaix

Servais Knaven (40), winnaar 2001

„Als het tijdens Parijs-Roubaix regent, rij je door de modder. En als het droog is, door het stof. Het kan een verschrikkelijk zware koers zijn, vooral als je niet vooraan rijdt. Dan is het een soort lijdensweg om over die kasseien te stuiteren. Maar toch is Parijs-Roubaix mijn favoriete koers. Al vanaf de eerste keer dat ik hem reed, ook al had ik na afloop een week lang pijn.

„Het is de traditie die het zo mooi maakt. De oude wegen waar al jaren niets meer aan gedaan is, bijvoorbeeld. Weggetjes voor tractoren zijn het. In Vlaanderen zijn de kasseien wel eens opnieuw gelegd, daar liggen ze mooi in een rijtje. In ParijsRoubaix liggen ze schots en scheef.

„Bij andere klassiekers verandert het parcours wel eens, maar deze koers verandert nooit. De slechte wegen zorgen voor drama. Er zijn altijd valpartijen en lekke banden. En je rijdt over historische wegen. Ik weet nog hoe Hennie Kuiper in 1983 op de laatste kasseienstrook lek reed, maar toch won. Iedereen komt getekend over de streep. Douchen deed ik de eerste jaren ook wel eens in de bus, maar al snel ben ik onder de gemeenschappelijke douches bij de wielerbaan in Roubaix gaan staan. Dat hoort er ook gewoon bij.”

Dolf de Groot

    • Dolf de Groot