Op jacht naar het koor-DNA

Director Mack Wilberg conducts the Mormon Tabernacle Choir as they sing at the first session of the 181st Semiannual General Conference of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints in Salt Lake City, Utah, U.S., on Saturday, Oct. 1, 2011. Mormons from around the world have gathered to listen to church leaders during the two-day conference. Photographer: George Frey/Bloomberg *** Local Caption *** Mack Wilberg Bloomberg

Aan de lange lijst van ‘eigenschappen waar ook al een gen voor is’ kan er weer één worden toegevoegd: zingen in een koor. Althans, dat meldden Britse genetici afgelopen woensdag in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One.

De Britten, van King’s College in Londen en geassocieerde ziekenhuizen, namen wangslijm af bij 262 koorzangers en 261 niet-musici. En vervolgens namen ze daarin twee genen onder de loep.

Eén van die genen was SLC6A4 – waarover later meer. Hoe dan ook: de Britten hadden beet. Ze vonden een stukje van SLC6A4 dat vaker voorkwam bij koorzangers. Men was zo opgetogen over de resultaten dat een componist er een koorzang op baseerde, Allele genaamd, waarin ieders stem gebaseerd was op zijn DNA.

En wat zijn we nu wijzer over de genetica van muzikaliteit? Niets.

Ten eerste omdat er een gerede kans is dat er geen écht verband is. Want de onderzoekers, aangevoerd door Andrew Morley, gingen op significantiejacht – het komt in deze bijlage opnieuw aan de orde in de discussie rond fraude. Test je eerst DNA-fragment A, dan B, en dan C tot en met Z (in één gen) dan drijft er allicht iets boven. Daar kun je statistisch voor corrigeren en dat deden de Britten ook, maar met mate. Een bekende, degelijke statistische correctie vermeden ze expres, want dit was “verkennend onderzoek”. En een verkenner wil wel ergens mee thuiskomen.

En ten tweede omdat SLC6A4, en de significante variaties in dat gen, waarschijnlijk niets met muzikaliteit te maken hebben. In eerder onderzoek was slechts een “zwak verband” gezien tussen SLC6A4 en de score van mensen op de ‘Karma Music Test’, dat was alles.

Morley probeert zijn koor-gen nog te redden door erop te wijzen dat het gen samenhangt met “houden van groepsactiviteiten”. En wat is dat dan? Ja, er is één Spaanse studie die het gen in verband bracht met samenwerking. Of met gevoeligheid voor beloning.

Ja, het SLC6A4-gen. Aan alle modes in medisch en psychologisch onderzoek heeft het al meegedaan. Het heeft met serotonine te maken, en dat is nogal een populaire signaalstof in het brein. Financieel risico? SLC6A4. Neurotisch gedrag? SLC6A4. Depressie, manische depressiviteit, ADHD, slaapapneu? Juist. En te vroeg klaarkomen ook.

Hester van Santen

    • Hester van Santen