Op bezoek bij Ai Weiwei, hij heeft stadsarrest in Peking

Eenentachtig dagen zat kunstenaar Ai Weiwei gevangen. In juni lieten de Chinese autoriteiten hem ‘vrij’. Hij slijt zijn dagen nu in een ommuurd huis, terwijl de politie hem voortdurend in de gaten houdt. „Ik heb Chinezen onderschat. Ik kreeg veel meer steun dan ik had verwacht.”

Agenten van de staatsveiligheid fotograferen vanuit twee zwarte Audi’s iedereen die aanbelt bij het ommuurde huis van Ai Weiwei in de Pekingse kunstenaarswijk Caochangdi. Een surveillancecamera houdt het oog strak gericht op de azuurblauwe voordeur van zijn Fake-Studio. Het imponeert China’s beroemdste kunstenaar, architect, vormgever en bovenal luis in de pels van de Communistische Partij van China niet meer. Dat stadium is hij allang voorbij.

„Ach, ze willen weten wie ik ontvang. Een voorwaarde van mijn vrijlating was dat ik niet met journalisten zou praten. En ze willen vooral weten of ik mijn huis verlaat, want ik heb een soort huisarrest”, zegt Ai Weiwei (1957, Peking) op laconieke toon.

Hij ziet er goed uit. Nog steeds slanker dan voor de 81 dagen durende gevangenschap die eindigde op 21 juni 2011. Hij zegt zich ook prima te voelen, ondanks alle restricties en politionele pottekijkers. Voor de hand liggende vraag is waarom hij de verbodsbepalingen die hij voor zijn vrijlating moest ondertekenen aan zijn neongroene gympen lapt.

„Ik heb jou niet ontboden, jij hebt om dit gesprek gevraagd in verband met mijn solotentoonstelling in Nederland. Nergens staat dat ik geen exposities mag organiseren. Dat is mij niet nadrukkelijk verboden. Bij exposities hoort dat de kunstenaar uitlegt wat zijn bedoelingen zijn. Bij mij gaat het nooit alleen om mijn objecten, maar om de politieke context. Dit gesprek is dus een onderdeel van de expositie in De Pont in Tilburg.”

Hij kijkt nieuwsgierig of deze redenering aanslaat en barst in lachen uit. „Wat een onzin hè? Maar de hele situatie is absurd. Mijn gevangenschap, de beschuldigingen die steeds veranderden: ik zou de belastingen hebben ontdoken; ik zou porno hebben verspreid. Echt, allemaal totaal belachelijk. Zo gaat dat in China.” Graag was hij zelf op 2 maart in Tilburg geweest, maar hij heeft nog tot 21 juni huis-, preciezer: stadsarrest.

Gevouwen vliegtuigjes

Voordat we gaan zitten in zijn ruime kantoor met aan een wand zes geblokte schooltassen en op een andere muur de duizenden door hem verzamelde namen van scholieren die omkwamen tijdens de aardbeving van 2008, loopt hij naar een vitrine en haalt daar tot vliegtuigjes gevouwen biljetten van 100 yuan uit. Het papiergeld vloog over de muur zijn tuin in op de dag dat bekend werd dat hij opnieuw zou worden aangehouden als hij niet subiet een belastingschuld zou betalen. De langharige katten en de moddervette hond Danny schrokken van de biljetten met het hoofd van Mao Zedong.

„Geen rente, geen vervaldag”, staat op een van biljetten geschreven. „Hallo Ai Weiwei, dit was het geld voor mijn nieuwe schoenen. Jij hebt het harder nodig”, schreef iemand op een 100 yuan-biljet. „Pak het aan, dit is mijn maandelijkse pensioen”, kraste een derde supporter.

Ai Weiwei legt het geld voorzichtig terug en lacht opnieuw, want alleen al van het kijken naar deze biljetten wordt hij blij. Gelukkig maar, want hij kan ook zeer chagrijnig zijn tegen zijn gasten, op het on-Chinees botte af. Het scheelt dat zijn lichamelijke kwalen achter de rug zijn, hoewel hij soms nog wordt geplaagd door hoofdpijnen. Een herinnering aan de geheime politie in Chengdu die hem zwaar mishandelde wegens zijn onderzoek naar het werkelijk aantal schoolkinderen dat tijdens de aardbeving in scholen van slechte bouwkwaliteit was omgekomen.

„Al die reacties tijdens mijn gevangenschap en daarna, dat was echt een wonder – die had ik nooit verwacht. Ik heb altijd gedacht dat Chinezen als los zand aan elkaar hangen, ik dacht altijd dat Chinezen niet solidair en nogal egocentrisch zijn. Ik heb hen onderschat, heel veel mensen wilden mij helpen tegen al die valse beschuldigingen. 30.000 mensen gaven mij 9 miljoen yuan (1,1 miljoen euro, red.), dat was ongelofelijk”, zegt hij met glanzende ogen.

„Ik kreeg veel meer steun dan ik had verwacht en ik denk dat degenen die mij gevangen hadden gezet ook erg verrast waren. Zij, en ik weet niet precies wie zij zijn, hadden ook nooit verwacht dat er in het buitenland zoveel rumoer zou ontstaan.”

Hij heeft verschillende verklaringen voor de onverwachte bijval in China zelf. „Het internet en dan vooral Twitter en Weibo [Chinese microblogs, red.] verenigen gelijkdenkenden als nooit tevoren. Op internet groeperen individuen zich rondom bepaalde kwesties. Dat is de kracht ervan. Dat is een potentieel revolutionaire ontwikkeling. Het is de eerste keer in duizend jaar dat Chinezen een klein beetje vrijheid van meningsuiting ontwikkelen. Niet voor niets worden de leiders daar superzenuwachtig van. Maar als ze de stekker eruit halen, breekt er gegarandeerd opstand uit.”

Ai Weiwei vertelt dat hij meteen na zijn vrijlating alweer achter de computer zat, ondanks het verbod op internetten. „Ik kan niet meer zonder internet, ik wil weten wat er gezegd wordt, wat er gaande is en hoe mensen denken.” Met een blik op zijn voortdurend piepende iPhone: „Het Chinees is heel geschikt voor Twitter, want je kan in 140 karakters heel veel zeggen. Je kunt in een tweet een democratisch pamflet schrijven, of zelfs een hele nieuwe grondwet, en ook een vrouw verleiden.”

Hij heeft al zijn belastingdossiers en de duizenden naaktfoto’s van hem, zijn vrouw en vriendinnen en van medestanders die zichzelf bij wijze van protest naakt hadden gefotografeerd ook op Google+ gezet. De censuur ontwijkt hij door iedere dag van IP-adres te veranderen.

Naarmate het aantal volgers op het zwaar gecensureerde internet groeit en ook de donaties blijven binnenkomen, voelt Ai Weiwei zich meer gesterkt. „Dat wekt ook verplichtingen. Ik kan het nu niet maken om te stoppen met internetten, praten met journalisten en mijn twee zaken tot de hoogste instanties uitvechten.”

Honderd gezichten

Wie in de Chinese partijtop het zo op hem heeft gemunt, weet hij niet, maar dat er iemand is die hem wil uitschakelen, staat vast. „De partij heeft honderd gezichten en honderd namen en als je die leert kennen staan er opnieuw honderd gezichten en honderd namen klaar. Als de ene beschuldiging niet werkt, komen ze met een andere. Daar valt niet tegenop te schaken. Ze hebben zoveel methodes.”

Sommige methodes raken Ai niet direct maar zijn gericht tegen zijn medewerkers. Zijn boekhouder verblijft ergens in Peking onder politietoezicht en zijn advocaat is bedreigd en gemolesteerd. Ai geniet internationale faam, maar zijn medewerkers en de honderden anonieme schrijvers, internetters en publicisten die dit jaar zijn opgepakt en soms veroordeeld werden tot lange gevangenisstraffen, kunnen niet rekenen op de steun van de Verenigde Staten, de Europese Unie, Duitsland in het bijzonder. Hij is ervan overtuigd dat hij dankzij interventies van kanselier Merkel en de Britse regering is vrijgelaten, hulp die zich niet uitstrekte naar zijn medewerkers en hun families.

Dan, met een strak gezicht: „Ook de families bedreigen – dat is een beproefde methode in een politiestaat. China wordt na 63 jaar nog steeds geregeerd door een militaire organisatie, die zich gedraagt als een geheime ondergrondse. Het grote verschil met vroeger is dat er geen visie meer is, geen ideologische richting, geen ander plan voor de toekomst dan als partij aan de macht te willen blijven. Alles wordt daarom besloten in het diepste geheim. Hoe lang is dat nog te rijmen met de Chinese economische opmars? Kunnen we een economische supermacht zijn zonder hervormingen?”

Mao op zijn gekst

Weet hij het antwoord? Hij grijnst: „China is een groot land, er is heel veel veranderd. Als we de Culturele Revolutie, toen Mao op zijn gekst was, nog hadden gehad, was ik al honderd keer dood geweest. Er is veel meer vrijheid dan in de tijd van mijn vader [de dichter Ai Qing, red.] die werd verbannen naar het westen. China zal vrijer worden, opener. Je ziet ook steeds vaker mensen voor hun rechten opkomen. De ontwikkelingen in Wukan, een geïsoleerd dorp waar de inwoners in opstand kwamen tegen de landonteigeningen, stonden niet op zichzelf.

„En wat ik weet is dat de CPC ook binnenskamers het vertrouwen in het systeem aan het verliezen is. De eerste breuklijnen beginnen goed zichtbaar te worden. Niemand in de CPC wil hervormen, maar ze moeten wel. Er komt een moment dat zij het bord met hervormingen helemaal zullen moeten leegeten.”

Ai Weiwei zegt met grote fascinatie de machtsstrijd over de samenstelling van het nieuwe Politbureau te volgen. Verschillende vleugels – de neo-maoïstische populisten, de liberalere hervormers, het leger en de ambtenaren – zijn met elkaar in een onzichtbare strijd verwikkeld.

De poging van een hoge partijfunctionaris om op het Amerikaanse consulaat in Chengdu asiel te zoeken in de Verenigde Staten, spreekt volgens hem boekdelen. De man in kwestie, viceburgemeester en politiecommissaris Wang Jilung, was een handlanger van Bo Xilai, de partijsecretaris van Chongqing (32 miljoen inwoners). De flamboyante Bo is kanshebber voor een functie in het negen leden tellende kleine Politbureau, dat dit jaar wegens pensionering van zeven van de negen leden van samenstelling zal wisselen. Wang zou belastend materiaal over Bo hebben verzameld om zijn politieke opmars te blokkeren, wil een van de lezingen.

„Nog nooit heeft iemand zo openlijk proberen te vluchten. De laatste keer was toen een handlanger van Mao naar de Sovjet-Unie wilde vluchten en zijn vliegtuig werd neergehaald. Het betekent dat er een grote scheuring of meerdere kleinere scheuringen in de top zijn gekomen.”

Niemand kent de details, maar in Peking geven deze verwikkelingen en de komende partijcongressen (in maart het Nationale Volkscongres en in oktober het 18de Partijcongres) zuurstof aan conversaties en geruchten. Als rechtgeaarde Pekinger uit een familie die in de beginperiode van de communistische revolutie nauwe vriendschapsbanden met Mao zelf onderhield, doet Ai Weiwei daar volop aan mee.

Ai Weiwei maakt duidelijk liever over politiek te praten dan over zijn gevangenschap. Het enige wat hij daarover kwijt wil, is dat het een traumatische gebeurtenis was, doodeng en vooral ook gekmakend saai zonder vrouw en internet in de buurt. „Het was alsof bij gebrek aan mensen om mij heen, geen internet, geen media, mijn geheugen werd stilgezet, alsof je een harde schijf wist.” Zijn bewakers waren jong, zijn ondervragers kenden hem aanvankelijk niet eens van naam en moesten hem eerst googelen. Hij werd voortdurend geconfronteerd met wisselende, gefabriceerde beschuldigingen. Een keer werd gevraagd of hij een Jasmijnrevolutie wilde beginnen in China.

„Daar ging het dus om. Als ik echt een misdaad had begaan, als zij maar een begin van bewijs hadden gehad dat ik of mijn studio de belastingen had opgelicht of dat ik zou werken voor een buitenlandse organisatie, dan was ik nooit vrijgekomen”, zegt hij met zachte stem.

Denkt hij dat deze periode een artistieke vertaling zal krijgen? Peinzend: „Hmmm, dat weet ik nog niet. Maar wat ik wel weet is dat ik zo langzamerhand de mens, de artiest, ben geworden die ik altijd al had willen zijn: iemand die op zijn manier nauw betrokken is bij de samenleving, een kunstenaar die zijn werk gebruikt om veranderingen teweeg te brengen voor mijn vrienden, mijn buren, mijn landgenoten die al zolang zoveel bitterheid moeten eten. Ik ben nooit, zoals veel van mijn collega’s, geïnteresseerd geweest in het maken van zogenaamde kunst, van ingelijst muurbehang. Je kan er verschrikkelijk rijk mee worden, dat is waar, maar wat heb je daaraan als je niet in vrijheid kan denken en zeggen wat je wilt. Ik ben nooit een kunst-om-de-kunst-kunstenaar geweest, esthetische waarden op zich zijn onbelangrijk. Het gaat om moed, hoop en verandering.”

Land uitgezet

Is Ai Weiwei dan niet bevreesd voor een nieuwe klop op de deur van de politie? „Nee, niet echt, ik voel mij juist sterker door alle steun die ik heb gekregen en door de wetenschap dat het allemaal niet voor niets is. China is aan het veranderen, we weten alleen niet hoe snel dat zal gaan, maar we blijven geen land waar alleen maar goedkope dingen worden gemaakt en waar de bevolking kort wordt gehouden terwijl de rest van de wereld afwachtend toekijkt.”

Is hij ook niet bang voor de mogelijkheid dat hij het land wordt uitgezet en zo wordt geneutraliseerd? „Ik ben en blijf Chinees, ook in het buitenland. Dat heb ik geleerd tijdens mijn New Yorkse tijd. Maar ik geef toe, het is iets waar ik mij wel zorgen over maak, want ik wil niet weg uit mijn eigen huis en mijn eigen land”, zegt hij ongeduldig.

Zijn iPhone, zijn iPad en zijn computer beginnen tegelijk als dwingelanden te piepen. Al snel is hij, zittend op een oude boerenkruk achter zijn computer, ontsnapt naar een andere, vrije wereld zonder surveillancecamera’s en zwarte, geblindeerde Audi-6’s.

Ai Weiwei. 3 maart tot en met 24 juni in De Pont, Tilburg. De tentoonstelling omvat alle grote sculpturen uit de periode 2003-2011, waaronder de Sunflower Seeds. Daarnaast worden ook films en video’s van Ai getoond. In Museum Jeu de Paume in Parijs is tot en met 29 april de tentoonstelling Interlacing te zien met foto’s en video’s van Ai Weiwei.