Mensenrechten zonder rechter zijn gunsten

Drie VVD’ers willen de facto de mensenrechten afschaffen. Hun plan is hypocriet en gevaarlijk, betoogt Ties Prakken.

Drie VVD’ers hebben op de Opiniepagina’s van 23 februari een nieuwe bijdrage geleverd aan het antimensenrechtendiscours dat sinds enige tijd wordt gevoerd door de PVV en de VVD. Door te stellen dat (mensenrechten)verdragen voortaan niet vanzelfsprekend directe werking meer zouden mogen hebben, proberen Tweede Kamerleden Stef Blok, Klaas Dijkhoff en Joost Taverne te bereiken dat de burger niet langer met enige kans op succes bij de rechter een beroep kan doen op schending van zijn mensenrechten. Deze rechten krijgen dan de status van gunst.

Hun partijgenoot Uri Rosenthal, nu minister van Buitenlandse Zaken, had eerder al een notitie geschreven van de strekking dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens een toontje lager moet zingen en zich moet beperken tot „de kern van het mensenrechtenacquis” en meer respect moet tonen voor de eigen beleidsruimte van de staten bij de interpretatie van het Europese mensenrechtenverdrag. Hiertegen is in de Eerste Kamer een unieke motie aangenomen, waarin dit plan met de grond gelijk wordt gemaakt.

Nu wordt de aanval op het verdrag en het Europese Hof van een andere kant ingezet en wordt ook de Nederlandse rechter mensenrechtelijk buitenspel gezet.

Anders dan de schrijvers suggereren, is de directe werking van mensenrechtenverdragen geen Nederlandse rariteit. Bij mijn weten zijn Duitsland en het Verenigd Koninkrijk de enige Europese landen waar het anders is. Zelfs in een land als Turkije hebben de verdragen directe werking en moet de rechter ze dus toepassen.

Wat wel een Nederlandse rariteit is, is dat de Nederlandse rechter de grondrechten zoals geformuleerd in onze eigen Grondwet niet mag toepassen in geval van strijd met de (uitvoering van) de wet. Wat ook uitzonderlijk in Nederland is, is dat wij geen grondwettelijk hof hebben dat toeziet op naleving van de nationale mensenrechten.

De enige bescherming die de burger in ons land heeft tegen schending van zijn grondrechten is dus gelegen in de rechtspraak van de nationale en internationale rechter, die de beide mensenrechtenverdragen toepassen. Voor het overige – en als het aan de VVD’ers ligt binnenkort als enige – is de burger aangewezen op de welwillendheid van de wetgever, dat wil zeggen: van de politieke meerderheid.

De klassieke mensenrechten zijn rechten tegen de staat en onder omstandigheden ook tegen de parlementaire meerderheid. Zij beschermen individuen en minderheden tegen een meerderheid die, in strijd met de ethiek van de democratie, de minderheid denkt te kunnen onderwerpen aan haar regels, ook als die regels in strijd zijn met fundamentele rechten als het gelijkheidsbeginsel, de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van godsdienst. Omdat die minderheden geen beroep kunnen doen op de meerderheid, moeten zij een beroep kunnen doen op de rechter. Die moet die fundamentele rechten toepassen en interpreteren, desnoods tegen de wet in. Dit onderscheidt beschaafde staten van bananenrepublieken.

De drie VVD’ers besluiten hun stukje met de misleidende opmerking dat juist wie de mensenrechten koestert, bereid moet zijn ze bij te sturen. Dit is ultieme hypocrisie van mensen die de frontale aanval hebben ingezet tegen de mensenrechten als zodanig.

Ties Prakken is advocaat in Amsterdam en emeritus hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Maastricht.

    • Ties Prakken