Lomax stopt de wereld in een jukebox

Alle volksliedjes die de muziekspeurder Alan Lomax overal ter wereld verzamelde zijn binnenkort voor iedereen beschikbaar op het web.

Alan Lomax, left, Miles Pratcher, center, Bob Pratcher, right, in Como, Mississippi on September 21, 1959. Lomax, a musical archivist and writer, recorded the bluegrass song LOMAX ALAN/THE ALAN LOMAX ARCH>

Het volledige archief van de legendarische liedjesverzamelaar Alan Lomax komt online. De Global Jukebox moet het voor iedereen mogelijk maken om volksmuziek en dans van over de hele wereld te ontdekken.

Hij had de jukebox lange tijd als een bedreiging gezien. In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw vond de Amerikaanse musicoloog Alan Lomax (1915–2002) het apparaat een gevaar voor ‘pure’ volksliedjes, zoals blues, ballads en hillbilly. Maar aan het einde van zijn carrière, na bijna zes decennia van maniakaal liedjes verzamelen, noemde hij zijn laatste project de Global Jukebox. Daarop zou de wereld te horen zijn. De belangrijkste liedjesverzamelaar van Amerika kon zijn werk echter niet afmaken. Vanaf deze maand wordt het postuum voltooid.

De Association for Cultural Equity (ACE), die de nalatenschap van Lomax beheert, is begonnen met het online zetten van vrijwel al diens materiaal. Dat betekent dat meer dan 17.000 liedjes vanuit de hele wereld voor iedereen gratis beschikbaar komen, en ook opnamen van 156 talen waarvan sommige bedreigd, vele uren film, 5.000 foto’s, honderden radioprogramma’s, interviews en lezingen. 100 kilometer dansfilm moet nog gedigitaliseerd worden.

Het begon in de jaren dertig toen Alan Lomax zijn vader John in Texas hielp met het vastleggen van cowboyliedjes. Al snel struinde hij zelf gevangenissen en afgelegen gemeenschappen af op zoek naar vergeten en genegeerde volksdeuntjes. Lomax zou bekend worden als ‘ontdekker’ van folk- en bluesmuzikanten als Muddy Waters, Leadbelly en Woody Guthrie, maar zijn invloed ging veel verder. The man who recorded the world, heet de biografie die John Szwed vorig jaar over hem schreef.

Lomax legde liedjes, dans en gebruiken vast in de VS, het Caraïbisch gebied, Oost-Europa, Groot-Brittannië, Spanje, Italië. Hij betrok opnamen van anderen uit Afrika en Zuid-Amerika in zijn onderzoek, maar liever ging hij zelf op pad. Aanvankelijk in opdracht van de Library of Congress met een apparaat voor 78-toerenplaten, door lokale muzikanten nog wel eens voor een spookmachine aangezien. Na de Tweede Wereldoorlog werd de apparatuur beter en legde Lomax ook bewegend beeld vast.

Toen was Lomax al een publiek figuur in Amerika. Hij had ontdekt dat hij via de massamedia - die hij tegelijk als een gevaar voor de volkscultuur zag - een breder publiek kon bereiken. Naast musicoloog en folklorist werd Lomax ook dj, muzikant, producer van vele festivals en concerten voor televisie en radio. Op elk mogelijk platform liet hij horen en zien dat de culturen van blanke en zwarte gemeenschappen zoals in het rurale zuiden van de VS niet achterlijk waren, maar rijk en complex.

Ondertussen ontwikkelde Lomax samen met collega’s een systeem waarmee muziek beter te coderen en te onderzoeken was. ‘Cantometrics’ bestond uit een reeks eigenschappen die aan een muziekstuk waren toe te schrijven, van blue notes tot het imiteren van dierengeluiden. Het systeem was ook geschikt voor pop. Voor dans ontwikkelde hij ‘choreometrics’ en voor taal ‘parlametrics’.

Het waren deze systemen die hij in de jaren negentig wilde delen via de Global Jukebox. Met cd-roms en laserdisks zou een gebruiker op alle mogelijke manieren door het cultureel erfgoed van de wereld kunnen dwalen en gelijkenis ontdekken tussen een Haïtiaans voodooritueel en een drumsessie uit West-Afrika. Het idee strandde op gebrek aan geld en technische mogelijkheden.

Na een beroerte in 1995 raakte Lomax zijn vermogen om te spreken en schrijven kwijt en zakte in een depressie. Hij stierf in 2002 op 87-jarige leeftijd. Veel van zijn enorme nalatenschap lag jarenlang opgeslagen in kelders van bibliotheken en universiteiten. Het deel dat wel goed toegankelijk was, bleef muzikanten inspireren. De soundtrack van de film van de gebroeders Coen O Brother, where art thou? bevat Lomax-liedjes en ook op Bruce Springsteens nieuwe album Wrecking Ball zijn samples te horen.

Zelfs Lomax’ ideeën voor ‘cantometrics’ hebben navolging gevonden in een systeem dat de Amerikaanse muziekaanbieder pandora.com gebruikt. Pandora codeert het ‘muzikale dna’ van liedjes en brengt de luisteraar in aanraking met andere songs met dezelfde eigenschappen.

De Association for Cultural Equity (ACE), waarvan Lomax’ dochter Anna voorzitter is, begint met het online zetten van al het materiaal dat eerder verborgen bleef. Op de nog wat onoverzichtelijke website kun je al prettig verdwalen op de wereldkaart tussen Jamaicaanse proto-reggae en Roemeense zigeunerzang.

Van de meeste opnamen staat nog slechts een kort fragment online, maar in de loop van volgende week moeten ruim 17.000 liedjes volledig te beluisteren zijn. Daarna worden nog meer originele opnames afgestoft en gedigitaliseerd. Het talenarchief verschijnt eerst op een YouTube-kanaal voordat het in de jukebox komt. Ook veel van de foto’s, radioprogramma’s en interviews zijn al te zien en te beluisteren. Bovendien wil ACE selecties uit het archief uitbrengen op cd en vinyl.

Volgens directeur Don Fleming van ACE zal het nog ongeveer een jaar duren voordat de Global Jukebox echt werkt zoals Lomax het voor ogen had. „Het zal complexer zijn dan wat Pandora biedt. Met de Global Jukebox kunnen we ook variabelen analyseren zoals migratiepatronen, jagers/verzamelaarsgemeenschappen en klimaat.”

Lomax droomde ervan dat muzikanten in ontwikkelingslanden hun eigen liedjes simpel konden opnemen en opsturen. De Global Jukebox zou dan oneindig kunnen groeien. Ook dat lijkt nu dichterbij dan ooit.

ACE: www.culturalequity.orgHet online archief tot nu toe is te vinden op research.culturalequity.org/

    • Leendert van der Valk